1.1 Restauratieve Wereldvisie

Activiteiten  1 2

Kernbegrippen

  • Milieuproblemen en menselijk gedrag
  • Geloof, levensovertuiging of ethiek
  • Antropocentrisch versus ecocentrisch
  • Repressieve kracht versus creatieve kracht
  • Nieuwe paradigma denkers
  • Wetenschap en spiritualiteit

Introductie

Dit thema gaat over nieuwe restauratieve wereldvisies, waarbij de nadruk wordt gelegd op de verbindingen tussen geest, activiteiten, processen en structuren. Hiermee kan een breder, meer uitgebreid begrip van ‘duurzame gemeenschap’ worden ontwikkeld. Systeemdenken creëert inzicht in de verbindingen in het systeem. Alles is verbonden en de verbindingen drukken een bepaalde dynamiek uit. Met andere woorden, als we een deel van het systeem wijzigen, wordt een ander deel beïnvloed.

Met inzichten in hoe systemen werken en met elkaar in verbinding staan, kunnen jongeren een beter inzicht krijgen over duurzaamheid. Ze onderzoeken in dit thema hoe hun gedachten over duurzaamheid hun eigen gedrag beïnvloed en welke impact hun gedrag kan hebben op hun eigen leefomgeving en zelfs op de hele planeet Aarde.

Een duurzame toekomst creëren, met goede vooruitzichten voor iedereen, geeft hoop. Om een duurzame toekomst voor iedereen te creëren is bewustzijn over wat meewerkt aan een duurzamere toekomst, noodzakelijk.

In een essay getiteld ‘Deep Mind Beyond Science, Behind Spirit’ (gepubliceerd in Resurgence, oktober, 2003) vertelt auteur Peter Russel ons dat-

“De mensheid bevindt zich duidelijk in een crisis. Als we blijven consumeren en vervuilen zoals we tot nu toe hebben gedaan, met weinig aandacht voor de gezondheid van ons milieu op de lange termijn, zullen we vrijwel zeker een of andere ecologische catastrofe veroorzaken. We kunnen zelfs onszelf laten uitsterven.

Als we naar de onderliggende oorzaken van deze crisis kijken, vinden we keer op keer menselijke factoren – menselijke beslissingen gebaseerd op menselijke verlangens, behoeften en prioriteiten, vaak gedreven door menselijke angst, hebzucht en egocentrisme. Het is duidelijk dat de basis van de crisis, zeg maar de wortels, een bewustzijns crisis is. “

In dit thema leren jongeren de menselijk factor met betrekking tot milieukwesties beter begrijpen. Ze onderzoeken hun eigen ethiek en overtuigingen en hoe dit de problemen en oplossingen rond milieu kwesties beïnvloed, dan wel positief als ook negatief.

Om de menselijke factor te begrijpen met betrekking tot milieukwesties. Zoals menselijke beslissingen gebaseerd op menselijke verlangens, behoeften en prioriteiten.

  • Door de relatie te onderzoeken tussen menselijk gedrag en problemen met betrekking tot het milieu.
  • Door te onderzoeken hoe geloof, levensovertuigingen en ethiek menselijk gedrag beïnvloeden.
Verdiepende vragen
  • Hoe vergroot je bij jongeren het bewustzijn binnen uw project in hoe mensen afgescheiden leven van elkaar en van de natuur? En hoe dit kan veranderen in meer verbondenheid met elkaar, de natuur en interbeing. Wilt u hier überhaupt aandacht aan besteden?
  • Biedt uw jongerenproject diversiteit in al zijn vormen, inclusief een diversiteit aan wereldbeelden en waardensystemen?
  • Wat zou u jongeren willen leren over het herzien van de ‘belangrijkste obstakels voor holistisch denken’?
  • Op welke wijze heeft u een holistische benadering geïntegreerd in uw project?
  • Hoe kunnen de  ‘zeven levenslessen van chaos’, jongeren helpen om houdingen en praktijken te herkennen die helpen de situatie te veranderen wanneer ze vast komen te zitten met hun team tijdens de uitvoering van het project?
  • In hoeverre zorgt u ervoor dat uw project niet alleen op kwantitatieve wijze wordt beoordeeld, maar ook met betrekking tot de kwalitatieve transformaties die het bedient?
  • Let je bij het ontwerpen van uw project op de manier waarop wereldvisies en intenties het ontwerp beïnvloeden?
  • Heeft u erover nagedacht hoe uw project baat zou kunnen hebben bij een wereldwijde netwerkverbinding met andere organisaties en projecten die voor een vergelijkbaar doel werken?
  • Heeft u een quickscan gemaakt van wat er nieuw en nuttig is in de Solutions Library die is gemaakt door het Global Ecovillage Network?
  • Hoe kunt u ontwerpen met en voor biofilie bevorderen? Biofilie ontwerpen kenmerken zich doordat ze de liefde van mensen koesteren voor al het leven, zowel voor mensen, dieren als planten. De ontwerpen hebben daarom het welzijn en de innerlijke behoeften van mensen, dieren en planten meegenomen in het ontwerp.
  • In hoeverre is uw jongerenproject een mooie aanleiding om cultureel creatieve gesprekken in uw regio op te starten en helpt u anderen bij te dragen aan de overgang naar regeneratieve culturen?
Theoretisch kader

Paradigma wijziging (SDG 11)

Voor het bereiken van een eerlijke en veilige wereld voor iedereen is een paradigma wijziging nodig.
Een paradigma is een samenhangend stelsel van modellen en theorieën in de wetenschap (zienswijze, grondhouding, wereldbeeld). Hiervoor is het nodig dat een grote groep mensen anders tegen de dingen aan gaat kijken. Een voorbeeld van een onderzoekster die baanbrekend werk heeft verricht en met haar werk heeft bijgedragen aan een nieuwe zienswijze en grondhouding is Kate Raworth.

Kate Raworth, onderzoekster aan het Enviromental Change Institute in Oxford vroeg zich af of ons economisch gedrag in dienst staat van groei en winst of dat het de mens en de planeet dient. Naar aanleiding van deze vraag is ze een onderzoek gestart. Ze ontwikkelde daarin een ideaalbeeld waarin de economie zou moeten functioneren volgens het model van een donut, in plaats van opgaande lijnen en stijgende grafieken. In haar boek ‘Doughnut Economics’ pleit ze voor de donut economie. Er zijn volgens haar planetaire grenzen waar je rekening mee dient te houden; economische groei wordt daarmee ook begrensd. Daarom is circulair denken en handelen binnen gesloten kringlopen volgens haar zo belangrijk. Raworth: ‘Vanaf de start van je onderneming moet je circulair denken en handelen. Wie zó onderneemt, blijft  ónder het ecologisch plafond van maximaal 1,5 graden Celsius opwarming van de aarde en tegelijkertijd bóven een sociale ondergrens van het minimumloon voor werknemers.’

Meer info: https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2017-2018/de-donut-economie.html

 Hoe werken beslisprocessen? (SDG 3)

Duurzaam handelen heeft direct te maken met de keuzes die we maken in ons leven. Bij het maken van keuzes weeg je zaken met elkaar af, en neem je op basis van diverse factoren beslissingen. In het nemen van beslissingen spelen de volgende factoren een rol:

  • Regels en regelgeving vanuit de staat
  • Geloof en levensovertuiging
  • Onderwijs
  • Gemeensschapzin en groepsdruk

Overheden, onderwijsinstituten en de gemeenschap om je heen beïnvloeden deze beslissingen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen individuele beslissingen en groepsbeslissingen.

Theory of planned behaviour (individu beslist) (SDG 3)

De theory of planned behaviour stelt dat gedrag direct wordt beïnvloed door de intentie van iemand. Intentie is wat iemand zich voorneemt om te doen. De intentie wordt gevormd door:

Attitude/Houding: Wat vind je van het verwacht resultaat van het gedrag en vertrouw je erop dat gedrag leidt tot dit resultaat.

Sociale norm: Wat collega’s, vrienden en familie vinden (peer pressure) en in hoeverre je aan deze verwachting wilt voldoen.

Waargenomen gedragscontrole: In hoeverre geloof je dat je dit ook kunt.

Perceptie van (milieu-)risico’s (SDG 16)

Hoe groot zijn nu eigenlijk de milieuproblemen? Dat vragen veel mensen zich af. Wat weten we eigenlijk over hoe mensen over milieurisico’s denken? Wat we daarover weten is:

  • Een risico is zelden zo groot/klein als door een mens ingeschat.
  • Het ontkennen/onderschatten van risico’s is nodig voor het leiden van een normaal leven.
  • Er is een zekere mate van minimaal acuut gevaar nodig voordat mensen reageren.
  • Mensen neigen langzaam ontwikkelende rampen simpelweg niet te zien of er niet op te reageren (old minds).
  • Mensen neigen risico te ontkennen of niet te handelen bij risico’s die ze denken niet te kunnen controleren.

Externaliteiten (SDG 12)

Externaliteit:= Wanneer individuen en organisaties gebruik maken van een publiek goed, en zij niet (individueel) de volledige rekening voor hun handelen gepresenteerd krijgen. Zoals bijvoorbeeld:

  • Gasverbruik met als gevolg aardbevingen in Groningen
  • Lozen van drainwater door een fabriek met als gevolg vissterfte
  • Overproductie met als gevolg  armoede door de lage prijzen
  • Gasverbruik met als gevolg opwarming van de aarde
  • Kernenergie met als gevolg hoge kosten en gezondheidsproblemen in geval van een ongeluk in de kerncentrale
  • Etc.

Tragedies of the commons (groepsbesluit) (SDG 12)

Gemeenschappelijk gebruik van een natuurlijke bron leidt tot totale overexploitatie van die natuurlijke bron, wanneer door elk individu wordt gestreefd naar maximalisatie van het eigen nut terwijl de kosten die leiden tot dit individueel nut worden verdeeld over alle gebruikers van de natuurlijke bron. Dit noem je de tragedie of the commons. Het begrip ‘tragedy of the commons’ komt uit een artikel, geschreven door de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin. De Nederlandse vertaling van Tragedy of the commons is ‘de tragedie van de meent.’ De meent is een term die vroeger gebruikt werd voor gemeenschappelijke weidegrond. Hardin legt in zijn artikel uit dat rationeel denkende herders altijd tot de conclusie komen dat ze hun kudde kunnen blijven uitbreiden, ook al dreigt de meent uitgeput te raken door overbegrazing. Door uitbreiding kan een herder meer winst behalen, terwijl de last van de uitbreiding (overbegrazing) gedeeld wordt met de andere herders. Door het collectief gebruik neemt niemand de verantwoordelijkheid voor de meent op zich. Uiteindelijk zal de meent uitgeput raken door overbegrazing. Hardin ziet gelijkenissen tussen de problemen van de meent en milieuproblematiek. Luchtvervuiling en plastic soep in de zeeën zijn, aldus Hardin, voorbeelden waarbij het probleem van de ‘tragedy of the commons’ meespeelt.

Bron: https://www.garretthardinsociety.org/articles_pdf/tragedy_of_the_commons.pdf

Geschiedenis paaseiland; een voorbeeld van tragedy of the commons (SDG 12)


Een voorbeeld van de tragedy of the commons is terug te vinden in de geschiedenis van Paaseiland; een afgelegen eiland dat ver voor de Chileense kust ligt. De eerste bewoners van Paaseiland waren Polynesiërs en gingen het paaseiland rond 400 na Christus bewonen. Paaseiland was in de periode van 400 na Christus een vruchtbaar eiland met een subtropisch klimaat, bossen met palmbomen, vogels en vissen. De bevolking op het eiland nam gestaag toe en bereikte uiteindelijk een niveau dat ver boven de capaciteiten van het eiland lag. Steeds vaker werden daarom grote gebieden ontbost om boten te bouwen voor de visserij en om plaats te maken voor de landbouw. Het hout werd ook gebruikt voor het maken en transporteren van grote beelden, de Moai. De laatste palmboom werd rond het jaar 1400 gekapt. Met dramatische gevolgen:  het land ging eroderen en de bodem werd onvruchtbaar door een gebrek aan compost. Ook verdwenen inheemse vogelsoorten. Door burgeroorlogen en kannibalisme stortte het sociaal en economisch systeem volledig in. Het vernielen van de natuurlijke rijkdommen op het Paaseiland was het begin van het instorten van het sociaal en economisch systeem en het uiteindelijk eindigen van de bevolking op het eiland. Wetenschappers verwijzen vaak naar Paaseiland als voorbeeld van wat er met de wereld kan gebeuren wanneer de common-pool resources niet op een duurzame manier worden beheerd (Devlin R.A. en Grafton R.Q., 1998, blz. 4).

Reduceren van tragedy of the commons (SDG 12)

Tragedies of the commons kun je reduceren door:

  • Internaliseren van externaliteiten.
  • Eigendoms- en gebruiksrecht (en plicht/zorg)
  • Boetes en belastingen
  • Subsidies
  • Een appèl op geloof, levensovertuiging of ethiek
  • Gemeenschapszin (Community management)

    In een combinatie van deze factoren!

Meer informatie hierover kun je lezen in onderstaande document:

https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/000/940/932/RUG01-000940932_2010_0001_AC.pdf

Religie, spiritualiteit of ethiek (SDG 16 en SDG 17)

Definitie Ethiek:  
Gedachten over de gedragsregels die mensen tegenover elkaar en tegenover de natuurlijke omgeving in acht moeten nemen.

Religie gaat over geloofsystemen, terwijl spiritualiteit gaat over persoonlijke ervaring. Religie is hiërarchisch georganiseerd met aangewezen ‘tussenpersonen’ zoals priesters, terwijl spiritualiteit gaat over directe ervaring door het individu van het goddelijke. Religie gaat over het behoren tot een groep met een gemeenschappelijk dogma, terwijl spiritualiteit gaat over iemands feitelijk gedrag in de fysieke wereld.

Antropocentrisch versus ecocentrisch (SDG 16 en SDG 17)

Wat past het best bij jouw levensovertuiging/ethiek; de antropocentrische of de ecocentrische?

Repressieve kracht versus creatieve kracht (SDG 16 en SDG 17)

Repressieve kracht heeft zijn wortels in een wereldbeeld gebaseerd op angst en wantrouwen. Onderstaande veronderstellingen zijn gangbaar in een cultuur gebaseerd op angst en wantrouwen:

  • Er is niet genoeg voor iedereen op deze planeet.
  • De wereld bestaat uit afzonderlijke entiteiten (dat wil zeggen dat ik gescheiden ben van wat rondom mij is).
  • In de Darwinistische strijd om te overleven wint alleen de sterkste; daarom zal de mens altijd in eigen voordeel handelen.
  • Zinvol zijn betekent dingen doen die we niet willen doen.
  • Er zijn verdedigingen nodig om te overleven in deze vijandige omgeving; anderen zullen voordeel halen uit elke zwakte die we laten zien.

Door ons op grote schaal te beschermen tegen ongewenste feedback uit onze omgeving, lopen we essentiële informatie mis, waardoor we deze veronderstellingen blijven voeden.

Creatieve kracht impliceert een houding van openheid en vertrouwen waarin we tevens vertrouwen op onze innerlijke wijsheid en intuïtie. Aannames die de groei van creatieve kracht ten goede komen, zijn:

  • Onze planeet is, in wezen, een plaats van overvloed zolang deze verstandig wordt beheerd.
  • Het leven biedt ons voortdurend de beste groeimogelijkheden.
  • Goede oplossingen zijn oplossingen die voldoen aan de behoeften van alle betrokkenen, wat leidt tot win-win situaties; Win-win-oplossingen zijn altijd mogelijk.
  • Levensvatbare oplossingen zijn noodzakelijkerwijs gebaseerd op respect voor de behoeften van alle wezens die op onze planeet leven.
  • Mensen hebben overal ter wereld dezelfde basisbehoeften (eten, onderdak, zinvol werk, liefde en respect.

Historische wereldvisies en het nieuwe paradigma (SDG 16)

De periode van ruwweg het midden van de 13e eeuw tot de vroege 16e eeuw in Europa werd gekenmerkt door wat men het ‘scholastische paradigma’ zou kunnen noemen. Dit was een periode waarin de katholieke kerk een dominante internationale macht was met grote invloed op de Europese monarchieën. Een onzichtbare paus werd gezien als Gods aangewezen vertegenwoordiger op aarde. In de universiteiten waren de oude leringen van Aristoteles bijna heilig en onbetwistbaar. De aarde werd gezien als het centrum van het universum. Een grote klap voor het scholastische paradigma was de uitdaging van Maarten Luther voor de onfeilbaarheid van de paus in 1517, wat uiteindelijk leidde tot de protestantse fractie die de katholieke kerk verliet. Een tweede verschuiving ontstond door het werk van Copernicus, die beweerde dat de Aarde niet een centrum was dat niet beweegt, maar rond de zon draaide. Een derde schok voor het oude paradigma was de ontdekking van de ‘Nieuwe Wereld’ door Columbus in 1492, die een geheel nieuwe dynamiek opende.

Verschillende baanbrekende wetenschappers en filosofen hebben bijgedragen aan de paradigmaverschuiving. Giordano Bruno bracht de Italiaanse renaissance naar Frankrijk en Engeland. Hij probeerde het bijgeloof van die tijd te verwijderen en een religie van liefde te creëren, maar werd opgesloten door de katholieke kerk en verbrand op de brandstapel. Bruno’s geschriften zijn nog steeds verboden door het Vaticaan. Francis Bacon introduceerde het toen nieuwe idee van leren van de natuur door te experimenteren en te observeren. Descartes introduceerde het idee van mensen als gescheiden van de natuur, dat werd gezien als iets externs in een objectief universum. Newton ontwikkelde de wiskundige methoden en fysieke bewegingswetten die de basis zouden worden van een nieuw paradigma, ook wel het Cartesiaanse / Newtoniaanse paradigma genoemd, dat de Europese cultuur meer dan 300 jaar domineerde, en nog steeds deels de dominante manier van kijken naar de wereld is, maar zeker niet voor alle wetenschappen.

Aan het begin van de 20e eeuw begonnen scheuren te verschijnen in de mechanische kijk op de wereld. Einstein’s relativiteitstheorie, experimenteel bevestigd in 1919, en de opkomst van een radicaal nieuwe kwantumfysica om subatomaire verschijnselen te verklaren, konden niet worden verklaard door de  wiskunde. In 1927 werd een dolk aan het hart van het reductionistische, mechanistische paradigma overhandigd door Werner Heisenberg, die het onzekerheidsbeginsel van de kwantumfysica formuleerde, wat in essentie zei dat we de waarnemer niet van het waargenomene kunnen scheiden, in tegenstelling tot de veronderstelling van Descartes. Dit zette een nieuwe overgangsperiode van abnormale wetenschap in gang, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Een nieuw paradigma is in opkomst, maar het heeft nog geen naam en is nog lang niet erkend door de meerderheid van de wetenschappers. De contouren worden echter vrij duidelijk.

Kenmerkend voor het opkomende wereldbeeld is het concept van onderlinge verbondenheid van alle dingen, consistent met het principe van Heisenberg, dat experimenteel werd bevestigd in 1982. We weten nu dat subatomaire deeltjes gescheiden door willekeurige afstanden in het universum in direct contact kunnen zijn, hoewel dergelijke directe communicatie niet mogelijk zou moeten zijn volgens de relativiteitstheorie die stelt dat niets sneller kan reizen dan de snelheid van het licht. David Bohm was een van de meest vooraanstaande theoretische fysici. Bohm ontdekte tot zijn verbazing dat zodra elektronen zich in een plasma bevonden, ze zich niet langer gedroegen als individuen en zich gingen gedragen alsof ze een deel van een groter en onderling verbonden geheel waren. Later merkte hij op dat hij vaak de indruk kreeg dat de zee van elektronen in zekere zin leefde. In 1951 schreef Bohm een klassiek leerboek, getiteld Quantum Theory, waarin hij een heldere uiteenzetting gaf van de orthodoxe Kopenhaagse interpretatie van de quantumfysica.

In 1959 ontdekten Bohm en een jeugdige researchstudent Yakir Aharonov een belangrijk voorbeeld van de onderlinge quantumverbondenheid. Ze stelden vast dat in bepaalde omstandigheden elektronen in staat zijn de aanwezigheid van een naburig magnetisch veld te ‘voelen’ ook al reizen ze in gebieden van de ruimte waar de kracht van het veld nul is. Dit verschijnsel is nu bekend als het Aharonov-Bohm (AB) effect.

In de jaren zestig begon Bohm het begrip orde nauwkeuriger te bekijken. Op een dag zag hij op de televisie een apparaat dat dadelijk sterk op zijn verbeelding werkte. Het bestond uit twee concentrische glazen cilinders waarvan de tussenruimte was gevuld met glycerine, een zeer viskeuze vloeistof. Als een druppel inkt in de vloeistof wordt gedaan en de buitenste cilinder wordt gedraaid, dan wordt de druppel uitgerekt tot een draad die tenslotte zo dun wordt dat hij onzichtbaar wordt; de inktdeeltjes zijn ‘ingevouwen’ of impliciet aanwezig in de glycerine. Maar als de cilinder daarna in tegengestelde richting wordt gedraaid, verschijnt de draadvorm weer en wordt opnieuw een druppel; de druppel is dan weer ontvouwd. Bohm besefte dat toen de inkt in de glycerine werd verspreid deze zich niet in een toestand van ‘wanorde’ bevond, maar een verborgen, niet-gemanifesteerde orde bezat.

Naar de mening van Bohm zijn alle afzonderlijke voorwerpen, entiteiten, structuren en gebeurtenissen in de zichtbare of expliciete wereld om ons heen betrekkelijk autonome, stabiele en tijdelijke ‘subtotaliteiten’, voortgekomen uit een diepere, impliciete orde van onverbroken heelheid. Bohm geeft de analogie van een stromende rivier:

Aan het oppervlak van deze rivier is misschien een voortdurend veranderend patroon te zien van draaikolken, rimpelingen, golven, enzovoort, die duidelijk niet onafhankelijk bestaan. Het zijn abstracties van aspecten van de vloeiende beweging, die in het totale proces van de stroom ontstaan en weer verdwijnen. Dit tijdelijke bestaan van deze geabstraheerde vormen impliceert slechts een relatieve onafhankelijkheid of zelfstandigheid in gedrag, en geen absolute onafhankelijkheid als ultieme substanties.

(Teksten over Bohm zijn afkomstig van de weblink: http://www.theosofie.net/sunrise/sunrise1993/juliaug1993/davidbohm.html).

De opkomende kijk op de werkelijkheid, gebaseerd op de theorieën van Bohm, heeft vele parallellen in oude religieuze overtuigingen en is te vinden in veel verschillende spirituele tradities.

Nieuwe paradigma denkers (SDG 16)

Veel mensen hebben bijgedragen aan de nieuwe opkomende wereldvisie. Een opsomming van een aantal mensen die  hebben bijgedragen:

  • Rudolf Steiner heeft een enorme invloed gehad, hij heeft verschillende boeken geschreven en een heel onderwijssysteem ontwikkeld, dat tegenwoordig in veel landen wordt gebruikt (Steiner-scholen, ook wel bekend als Waldorf-scholen in de VS, en Vrijescholen in Nederland). Biodynamische landbouw is ook te danken aan Steiner.
  • De Britse klimatoloog James Lovelock kwam als eerste met het concept van de aarde als een zelfregulerend systeem. Zijn Gaia-hypothese van de aarde als een zelfregulerend systeem maakt deel uit van de wetenschappelijke basis van het opkomende paradigma dat de aarde een “levend” organisme van een hogere natuur is.
  • Thomas Berry is een Amerikaanse historicus, priester en expert op het gebied van oosterse religies. Hij is een van de pioniers van diepe ecologie en ecospiritualisme. Het artikel “The Meadow across the Creek” geeft een idee van zijn visie.
  • De Noorse filosoof Arne Naess droeg bij aan het nieuwe paradigma met het concept ‘diepe ecologie’, dat mensen direct geïntegreerd in de omgeving ziet – niet gescheiden van ecologie, maar als onderdeel daarvan.
  • Fritjof Capra benadrukte de vele parallellen tussen de concepten van moderne fysica en oude spirituele tradities.
  • Bill Mollison heeft permacultuur uitgevonden, een nieuw ontwerpprincipe gebaseerd op het werken met de natuur.
  • Eco-filosoof en boeddhistische geleerde Joanna Macy introduceerde haar workshop “Raad van alle wezens” om de principes van diepe ecologie te illustreren.
  • Psychiater Stanislav Grof bracht de concepten van transpersoonlijke psychologie naar duizenden mensen door zijn holotropische ademhalingstechnieken, die vaak leiden tot diepe spirituele ervaringen.
  • David Korten verwoordde de noodzaak om verder te gaan dan de historische, op macht gebaseerde grenzen van ‘imperium’ naar zijn nieuwe paradigma concept van ‘Aardse gemeenschap’.
  • Helena Norberg Hodge, een Zweedse linguïst, reisde 30 jaar lang ieder jaar naar Ladakh en maakte het Westen bewust van hoe hun materialistische levensstijl perfecte, goed functionerende oude culturen vernietigde.
  • Vandana Shiva heeft samen met Satish Kumar de democratie en de spirituele levensstijl van de aarde bepaald, terwijl ze strijden voor de rechten van kleine Indiase landhouders om hun traditionele, duurzame en uiterst efficiënte landbouwmethoden voort te zetten.
  • Sri Aurobindo en Ken Wilber hebben een van de meest uitgebreide kosmische wereldbeelden geformuleerd, een die met name een groot deel van de Amerikaanse scene beïnvloedt.
  • Ook de bijdragen van spirituele meesters uit het Oosten, Vivekananda, Yogananda, Ramana Maharshi, Muktananda en vele anderen kunnen niet worden genegeerd.
  • In haar artikel “After Darwin” heeft Elisabet Sahtouris erg bondig het standpunt geformuleerd van een evolutionair bioloog over het levende universum en een nieuw wereldbeeld dat wetenschap en religie weer samenbrengt.

Dit zijn slechts enkele van de velen die afgelopen jaren hebben bijgedragen aan een nieuw begrip van onszelf en onze bestemming.

► Wetenschap en spiritualiteit (SDG 16)

“Wetenschap zonder spiritualiteit heeft de aarde slecht gediend, en spiritualiteit zonder wetenschap is gedegenereerd tot dogmatische exclusiviteit”
– Satish Kumar, redacteur, Resurgence Magazine

Tijdens het Newtoniaanse / Cartesiaanse wereldbeeld zijn wetenschap en religie in het Westen los van elkaar komen te staan en tegenwoordig worden ze door de meerderheid van de mensen gezien als twee afzonderlijke manieren om de wereld te begrijpen, met weinig of geen overlapping. Het uiteen komen te staan is voor een groot deel te wijten aan de focus van de wetenschappelijke methode op metingen. In een extreme interpretatie zouden sommige wetenschappers kunnen zeggen: “als het niet kan worden gemeten, bestaat het niet”, althans niet voor hen. Een belangrijke factor die bepaalt welke problemen in de wetenschap moeten worden aangepakt, is dus het vermogen om kwantitatieve metingen te verrichten.

Hoewel het werk van David Bohm misschien wel het belangrijkste theoretische werk tot nu toe is over de mogelijke interacties tussen geest (impliciete volgorde) en de fysieke wereld (expliciete volgorde), werken een paar anderen op theoretisch niveau, zoals Ken Wilber (Integral Theory) en Don Beck (Spiral Dynamics), en anderen op experimenteel niveau, zoals het HearthMath Institute (Holotropic Breathing), die hebben geprobeerd om meetbare en verifieerbare interacties tot stand te brengen.

Ken Wilber’s integrale theorie (SDG 16 en SDG 17)

Ken Wilber heeft een poging gedaan om alle verschillende wetenschappen en spiritualiteit te verenigen in zijn boek: ““A Theory of Everything, An Integral Vision for Business, Politics, Science and Spirituality” (“Een theorie van alles, een integraal visioen voor zaken, politiek, wetenschap en spiritualiteit”.) Hij gebruikt het woord ‘integraal’ voor holistisch, is geïnspireerd door  Sri Aurobindo, en heeft het initiatief genomen tot de oprichting van integrale instituten zoals integrale politiek, integraal bedrijfsleven, integrale psychologie, enz.

Het netwerk van onderwijs en bewustwording, onder leiding van Silke Weiß heeft een schoolontwikkelingstool ontwikkeld, gebaseerd op de integrale theorie van Ken Wilber en spiral dynamics. Met deze tool ondersteunt het netwerk scholen en organisaties in de transformatie naar duurzaam onderwijs. Silke’s visie is dat  onderwijs voor een duurzame samenleving onlosmakelijk verbonden is met een verandering van bewustzijn, en ze stimuleert docenten in het onderwijs om een acupunctuurpunt voor verandering te zijn binnen hun school op de weg naar duurzaam onderwijs. Ze geeft aan dat innovatie binnen het onderwijs ontstaat wanneer alle punten uit de schoolontwikkelingsmodel in de innovatie worden meegenomen, en daarnaast geeft ze aan dat binnen deze innovatie aansluiting met de bewustzijnsontwikkeling fase van de organisatie of de school nodig is voor de groei.

Schoolontwikkel model ontwikkelt door ‘Lernkulturzeit Akademie’ (https://www.lernkulturzeit.de/ueber-lernkulturzeit-akademie/)

► Spiral Dynamics (SDG 17)

Spiral Dynamics biedt ons een alternatieve benadering voor het begrijpen van de evolutionaire ontwikkeling van onze beschaving en de conflicten die ontstaan ​​tussen culturen en individuen en binnen individuen. De grondlegger van Spiral Dynamics, Clare Graves, vat een belangrijk aspect van het model samen wanneer hij schrijft:

“Kort gezegd, wat ik voorstel is dat de psychologie van de volwassen mens een opbouwend, emergent, oscillerend, spiraalvormig proces is, gemarkeerd door progressieve ondergeschiktheid van
oudere, lagere-orde gedragssystemen naar nieuwere, hogere-orde systemen wanneer de existentiële problemen van de mens veranderen. “

Het basismodel beschrijft een evolutie van de menselijke psyche op een opwaartse spiraal naar een meer spiritueel, holistisch wereldbeeld dat zijn hoogtepunt nog moet zien. Elke fase wordt gekenmerkt door een bepaald wereldbeeld of waardensysteem dat een “meme” wordt genoemd in de terminologie van de spiraaldynamiek, en een bepaalde kleur, en in twee niveaus, waarvan de tweede nauwelijks is begonnen. Het model kan worden weergegeven in de afbeelding van een spiraal. Voor een meer visuele interpretatie ga je naar: http://www.spiraldynamics.net/.

► Open grondhouding en groepsregels (SDG 16 en 17)

In onderwijsistuaties hanteren we omgangsnormen, waarvan we het prettig vinden wanneer jongeren zich daaraan houden. We willen daarmee de emotionele veiligheid in de groep waarborgen. Bij het starten met een leerprogramma kunnen de jongeren samen regels opstellen die het groepsproces ten goede komen. Dit kan de veiligheid in de groep bevorderen. Denk bijvoorbeeld aan: niemand beledigt iemand, we lachen elkaar niet uit, alles wat binnen de groep besproken wordt blijft ook binnen de groep. Het is handig om de regels op te schrijven, bijvoorbeeld op een flip-over vel.  Hieronder staan een aantal omgangscodes en een wenselijke grondhouding beschreven:

  • Een proactieve houding (vooruit willen kijken)
  • Een integere houding (oprecht zijn)
  • Een constructieve opstelling (zaken met  elkaar verbinden)
  • Bereid zijn om te reflecteren(nadenken over hoe en wat iemand doet, zegt)
  • Bereid zijn om de eigen grenzen te onderzoeken
  • Bereid zijn om de  macht te delen
  • Bereid zijn om meningen, inzichten en stellingnamen te veranderen
  • Bereid zijn om waarden op grond waarvan betekenis wordt gegeven te willen veranderen
  • De grenzen die de ander aangeeft willen respecteren
  • Bereid zijn om tijd en energie in het proces te stoppen

Omgangscode bij het vreedzaam luisteren en communiceren naar elkaar. (SDG 16)

De jongere is bereid:

  • Eigen oordelen tijdelijk op te schorten
  • Gevoelens en gedachten naar elkaar uit te spreken (binnen de eigen grenzen)
  • Over zichzelf te praten, en niet over de ander
  • Met de ander te praten, niet over hem/haar
  • Ieders inbreng te waarderen
  • Te luisteren, zonder in te willen breken op iemands verhaal
  • De ander te willen begrijpen

Zeven levenslessen van chaos (SDG 16)

In het boek ‘Seven Life Lessons of Chaos: Spiritual Wisdom from the Science of Change’ onthullen John Briggs en F. David Peat zeven verlichtende lessen om de chaos van het dagelijks leven te omarmen.

  1. Wees creatief:
    ga in chaos om fantasierijke nieuwe oplossingen te vinden en dynamischer te leven
  2. Gebruik Butterfly Power:
    laat chaos lokale inspanningen doen groeien naar mondiale resultaten
  3. Ga met de stroom mee:
    gebruik chaos om samen met anderen te werken
  4. Verken wat er tussen zit:
    ontdek de rijke nuances van het leven en vermijd de valstrikken van stereotypen
  5. Zie de kunst van de wereld:
    waardeer de schoonheid van de chaos van het leven
  6. Leef binnen de tijd:
    gebruik de verborgen diepten van de tijd
  7. Sluit je aan bij het geheel:
    onze fractale verbondenheid met elkaar en de wereld te realiseren

    Het leven is onmogelijk te beheersen – in plaats van deze waarheid te bestrijden, laat Seven Life Lessons of Chaos je zien hoe je het moet accepteren, vieren en gebruiken om het leven ten volle te leven.

De jongeren

  • herkennen elementen van de mind-set die leidt tot het kiezen tussen repressieve kracht en creatieve kracht.
  • ontwikkelen inzichten in de vele stromingen die zich afspelen in de nieuwe, opkomende wereldbeelden..
  • maken kennis met hedendaagse ‘nieuwe paradigma’-denkers.
  • verdiepen zich in bewustzijnsmodellen om wegen en processen te verkennen en herkennen in innerlijke belevingen en ervaringen.
  • begrijpen de samenhang tussen vraagstukken van wetenschap en spiritualiteit.
1,1,1 De Bron Ga naar opdracht

Ons opnieuw de verbinding te laten voelen tussen mensen onderling en met de dierenwereld.

1,1,2 Connectieweb Ga naar opdracht

Het ontwikkelen van een dieper persoonlijk besef dat de verbondenheid van het leven niet louter een metafoor is, maar een levende waarheid waarvoor wij mensen verantwoordelijkheid moeten nemen.

Overige activiteiten

► Theorie van gepland gedrag (individu)

Tragedies of the commons (groep)

Antropocentrische versus ecocentrische levensfilosofie1

► Spiral dynamics

 

1.1.1 De bron

Activiteiten    1 2

Het is nodig om duurzaamheid te zien in een bredere context. Je hebt kennis nodig over het hele integrale systeem dat de aarde vormt en alle relaties die er zijn tussen mensen en tussen alle  levende organismen. De volgende opdracht geeft een hechtere band binnen een groep en voert je terug naar de afkomst van de mens en haar verbinding met het dierenrijk.

 

Ons opnieuw de verbinding te laten voelen tussen mensen onderling en met de dierenwereld.

Een diepere verbinding met alles wat leeft.

Voor deze activiteit zijn geen materialen benodigd.

Bron: uit de workshops van Joanna Macy

  1. Zoek een klasgenoot
  2. Neem zijn/haar linkerhand in jouw linkerhand en sluit je ogen.
  3. Hoe voelt deze hand, is hij warm, koud hard, zacht? Stel je voor dat het de eerste hand is die je ooit hebt aangeraakt. Wat zit er allemaal aan deze hand? voel de knokkels, nagels, vingers…. Wat doet deze hand allemaal? Helpt hij mee in de tuin? Kookt hij ‘s avonds? Brengt hij kranten rond?
  4. Ga nu terug in de geschiedenis van deze hand. Voel je de hand zoals hij was als klein kind? Toen hij met poppen of autootjes speelde? Voel jij de hand toen hij net geboren was?
  5. Ga nu in je verbeelding nog verder terug. Voel je deze hand toen hij nog een pootje van een aap was? toen hij zich vastgreep aan de takken van de bomen? Toen hij een hoog in de boom een vrucht plukte?
  6. Voel je de hand als klauw van een dinosaurus? Voel je de scherpe nagels, de schubben op de achterkant?
  7. En voel je de vin van een vis, voordat deze hand op het land was gekropen? Voel je het water van de oceaan  rond de hand stromen? En als je nu heel goed voelt, voel je dan het stof van de sterren waaruit deze hand is samengesteld?
  8. Zeg nu zonder woorden en met je ogen nog steeds gesloten, vaarwel tegen deze hand en draai je weg van deze persoon zonder je ogen te openen.

Nabespreken van deze activiteit kan het beste worden gedaan in kleine groepjes en vervolgens met de hele groep om de diverse ervaringen te kunnen ervaren en delen.

Jongeren: Vraag de jongeren wat ze voelden tijdens deze activiteit. Hoe het was om zo intensief met andermans hand bezig te zijn? Of ze zich konden blijven concentreren?  Wat ze ontdekt hebben over de verbinding met hun eigen geschiedenis en onze verbinding met de dieren. Hoe zich dit verhoud tot hun omgeving? Tot de rest van de wereld? Wat vonden ze het belangrijkst in deze activiteit en wat hebben ze nog gemist?

Facilitators: Wat heb je opgemerkt tijdens deze activiteit? Hoe goed hebben deelnemers het gedaan? Begrepen ze de aanwijzingen? Zijn er risico’s of onvoorziene resultaten naar voren gekomen? Wat zou je de volgende keer anders doen?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Alle

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

1.1.2 Connectieweb

Activiteiten    1 2

Je leeft niet geïsoleerd. We zijn allemaal afhankelijk van elkaar en van alles om ons heen om te overleven en goed te gedijen in onze omgeving. Als je deze basiswaarheid negeert leef je een eenzaam leven. Er zijn vele lijntjes die ons verbinden met van alles en die je kunt ontdekken als je er maar even de tijd voor neemt.

Je kunt deze activiteit zien als een ontwerpproces, waarbij de onderlinge verbindingen en onderlinge relaties worden benadrukt en voor iedereen zichtbaarder worden.

Het ontwikkelen van een dieper persoonlijk besef dat de verbondenheid van het leven niet louter een metafoor is, maar een levende waarheid waarvoor wij mensen verantwoordelijkheid moeten nemen.

Een bol wol van 30 tot 50 meter lang.

  1. Vorm met de groep een cirkel
  2. Geef elke deelnemer een duurzame rol die in de gemeenschap voorkomt. Voorbeelden: voedselverdeling, duurzaam geld, lokale bedrijven, inclusieve leiders, gelijkwaardige besluitvorming, integriteit, verantwoordelijkheid, liefde, natuur, natuurlijk bouwen, hernieuwbare energie, natuurlijke hulpbronnen, enz. … vind net zoveel verschillende elementen van duurzaamheid als er deelnemers zijn.
    (vraag de deelnemers om er een paar te bedenken).
  3. Elke deelnemer schrijft zijn rol op een A4 zodat de anderen weten wat hij/zij verbeeldt.
  4. Laat ze nu even nadenken over hoe deze rollen met elkaar samenhangen.
  5. Geef iemand in de cirkel de bol wol en vraag deze naar iemand te gooien waarmee hun eigen rol een relatie heeft. Zorg dat het uiteinde van de wollen draad vastgehouden wordt zodat er een verbinding blijft.
  6. Vraag bij elke worp de relatie te beschrijven aan de hand van de toegewezen rollen. Bijvoorbeeld hoe de duurzame voedselproductie zich verhoudt tot duurzaam geld, die op zijn beurt weer te maken hebben met duurzame gedrag van de lokale economie, die op zijn beurt betrekking heeft op inclusieve besluitvormingsprocedures, die op hun beurt betrekking hebben op integriteit in menselijke interactie, die betrekking heeft op liefde , wat betrekking heeft op wildernis en natuur, wat betrekking heeft op ecologisch bouwen, enzovoort …
  7. Dus, elke persoon gooit de bol wol naar een ander terwijl hij/zij het touw vasthoudt en beschrijft de relatie tussen de rollen. Gooi altijd eerst naar iemand die het nog niet verbonden is.

Nabespreken van deze activiteit kan het beste worden gedaan in kleine groepjes en vervolgens met de hele groep om de diverse ervaringen te kunnen ervaren en delen.

Jongeren: Vraag de jongeren wat ze ontdekt hebben over de verbindingen in een systeem. Hoe verhoudt zich dit tot de rest van de gemeenschap? Tot de rest van de wereld? Wat was het belangrijkst in wat er in deze activiteit gebeurde? Wat hebben ze gemist?

Facilitators: Wat heb je opgemerkt tijdens deze activiteit? Hoe goed hebben deelnemers het gedaan? Begrepen ze de aanwijzingen? Zijn er risico’s of onvoorziene resultaten naar voren gekomen? Wat zou je de volgende keer anders doen?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 60% 60%
  • Samenleven – Community 70% 70%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video
Skip to toolbar