2.1 Duurzame wereldeconomie

Activiteiten  1 2 3

Kernbegrippen

  • Hoe de wereldeconomie van vandaag werkt en waarom we deze moeten veranderen
  • Onderzoeken van de wereldeconomie en de gevolgen van globalisering
  • Verschuiving van de mondiale economie naar duurzaamheid
  • Voetafdruk analyse en ecologische gevolgen

Introductie

De afgelopen 250 jaar heeft een ongekende toename laten zien op het niveau van economische activiteit, consumptie, uitputting van hulpbronnen, groei van de menselijke bevolking en CO2-uitstoot. In de afgelopen 50 jaar zijn deze trends exponentieel toegenomen: we zijn in plaats van lokale productie en consumptie, steeds vaker goederen van ver gaan halen. Hierdoor worden goederen duizenden kilometers over de aarde getransporteerd voordat het wordt geconsumeerd. Met als resultaat een enorme toename van de ‘ecologische voetafdruk’.

Omdat we zijn overgestapt op energie-intensieve productiemiddelen,  we veel meer (schaarse) hulpbronnen zijn gaan gebruiken en de distributie van goederen op lange afstand zorgt voor meer uitstoot van CO2, is de impact van onze economische activiteiten dramatisch toegenomen. Als iedereen op aarde zou consumeren op het niveau van de gemiddelde Nederlander, zouden we de middelen van meer dan drie planeten Aarde nodig hebben om dit mogelijk te maken.

In dit thema bestuderen we waarom dit gebeurd. Welke economische, politieke, culturele en spirituele factoren liggen ten grondslag aan het misbruik van ons natuurlijk kapitaal? Welke specifieke beslissingen hebben een economisch systeem gecreëerd dat tegen de belangen van zowel de grote meerderheid als het milieu ingaat? Wat kunnen we eraan doen?

‘Amerikanen importeren Deense suikerkoekjes en Denen importeren Amerikaanse suikerkoekjes. Het uitwisselen van recepten zou zeker efficiënter zijn. ‘
– Herman Daly

Om in onze economie onze drang naar kwantitatieve groei in omvang te transformeren tot een focus voor kwalitatieve groei in diversiteit, en de vreugde hiervoor de stimulerende kracht in ons leven te laten worden.

Door kwalitatieve groei van lokale en regionale economieën te stimuleren binnen de planetaire grenzen.

Verdiepende vragen

  • In hoeverre besteedt u binnen uw project aandacht aan de overgang van een cultuur aangedreven door concurrentievoordeel naar een cultuur die overvloed genereert door middel van samenwerkingsvoordeel?
  • Activeert u studenten in het maken van keuzes waarmee economische activiteiten, zoals aankopen van goederen, niet bijdragen ​​aan uitbuiting van mensen en middelen elders?
  • Besteedt u in uw project aandacht aan de negen planetaire grenzen?
  • Bespreekt u met de jongeren welke activiteiten bedrijven en consumenten kunnen doen om binnen de negen planetaire grenzen te blijven?
  • Stimuleert u jongeren om een economisch model bij hun projectontwerp te maken die meehelpt bijdragen bij het verminderen van economische ongelijkheid?
  • Bespreekt u met jongeren de negatieve gevolgen van verborgen externaliteiten in een boekhouding van een bedrijf?
  • Hoe laat u jongeren integraal nadenken over het managen in de supply chain?
  • Laat u jongeren verdiepen in de negatieve effecten op de planeet, doordat bedrijven of consumenten gebruik maken van producten die beïnvloed worden door verborgen subsidies.
  • Onderzoeken jongeren in uw project de noodzaak om gezonde ecosysteemfuncties te regenereren als een manier om ecosysteemdiensten te beschermen en te herstellen waar uw lokale gemeenschap en regio van afhankelijk zijn?
  • Heeft u overwogen om jongeren een ​​CO2-uitstootinstelling (zie EarthDeeds.org) in hun project op te laten nemen?
  • Heeft u overwogen de belangrijkste acties en effecten van uw project in kaart te brengen in het kader van de 17 SDG’s?
  • Hoe draagt ​​uw project bij tot de lokale economie, waarbij de nadruk ligt op kwantitatieve economische groei voor de kwalitatieve groei van lokale en regionale economieën?
  • Gebruikt u de acht principes van regeneratief kapitalisme om aan te laten geven hoe een meer regeneratieve bedrijfsstrategie kan worden ontworpen?
Theoretisch kader

► Wat is globalisering?

Er zijn verschillende dimensies te onderscheiden in globalisering. Het is goed om dit samen met jongeren te onderzoeken. Vaak zullen deze discussies helpen een onderscheid te maken tussen ‘culturele’ globalisering (die vaak als een over het algemeen positieve ontwikkeling kan worden beschouwd als lokale culturen worden gerespecteerd) en ‘economische’ globalisering (die gepaard is gegaan met meer verontrustende sociale, economische en ecologische gevolgen).

► Hoe en waarom is economische globalisering ontstaan?

In de discussie met jongeren is het belangrijk om het proces van globalisering niet als in zekere zin onvermijdelijk te zien, maar eerder als het resultaat van specifieke (en omkeerbare) beleidskeuzes. Belangrijke gespreksonderwerpen zijn onder meer:

  • In het reine komen met de grenzen aan groei op een eindige planeet.
  • De afname van energie in de komende periode, na de piek van olieproductie wereldwijd.
  • De gevolgen van het Newtoniaanse reductionistische paradigma.
  • Deregulering en liberalisering van producten, diensten en financiële markten.
  • Substantiële subsidies voor grootschalige problemen.
  • Een belastingstelsel dat de kapitaalintensiteit stimuleert ten koste van de arbeidsintensiteit.
  • Externalisering van vele sociale en milieukosten.
  • De werking van de belangrijkste internationale economische organisaties – Wereldhandelsorganisatie, Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds.

► Gevolgen globalisering

Bij het verkennen van de gevolgen van economische globalisering is het aan te raden jongeren aan te moedigen om systematisch te denken. Een goed hulpmiddel hierbij is het werken met technieken van het maken van een mindmap om nieuwe ideeën en inzichten vast te leggen. Studenten kunnen in de mindmap alle verschillende effecten van globalisering uitwerken. De volgende aandachtspunten kunnen hier in mee worden genomen:

  • Concentraties van politieke en economische macht.
  • Mondiale rechtvaardigheid en werknemersrechten.
  • Gezondheid van de habitats voor andere soorten.
  • Biodiversiteit.
  • Welzijnsmaatregelen ter vervanging van de economische groei (BBP).
  • Uitputting van hulpbronnen.
  • Gezondheid van de bodem en van de atmosfeer.
  • De creatie en het beheer van afvalstoffen.
  • Gemeenschapscoherentie en integriteit.
  • Kwaliteit van leven, geestelijke gezondheid, enz.

Als de groepsleden tevens met elkaar voorwaarden en effecten in hun eigen culturele / geografische context uitwisselen, geeft dit een extra verdieping in de discussie.

► Palmolie als voorbeeld

  1. Verhoogde economische welvaart leidt direct tot een toename van de vleesconsumptie en indirect tot een toename van de vraag naar biobrandstoffen (in een poging om de uitstoot van broeikasgassen door de economische activiteit te verminderen).
  2. De vraag naar palmolie, een hoofdingrediënt in zowel diervoeder als biobrandstoffen, neemt toe.
  3. Palmolieplantages breiden uit en verdrijven zelfvoorzienende boeren van hun land.
  4. in landen als Indonesië hebben gezinnen generaties lang gekweekt op de landerijen die plaats moeten maken voor de palmolie plantages. Sommige van de ontheemde kleine boeren verhuizen naar sloppenwijken in de stad, anderen gaan de heuvels op, waar ze bomen opruimen om nieuwe landbouwgrond te creëren.
  5. Omdat het land op de hellingen niet geschikt is voor landbouw, is het binnen enkele jaren zijn vruchtbaarheid kwijtgeraakt en wordt het door de inheemse boeren weer verlaten.
  6. Het kappen van de bomen beïnvloedt plaatselijke weerpatronen zodat het minder vaak regent. Maar wanneer het dan toch gaat regenen valt het in stortregens neer op de aarde.
  7. Er zijn geen boomwortels meer om de grond vast te houden, dus bij zware regenvallen ontstaan grote modderstromingen. De modder stroomt over de hellingen en dorpen raken overstroomd.

► Externaliteiten

Externe effecten zijn onbedoelde bijwerking van productie of consumptie die de welvaart van een ander dan de veroorzaker beïnvloedt. De bijwerking kan zowel positief als negatief zijn. Bij een positief extern effect neemt de welvaart van de externe partij toe. Bij een negatief extern effect daalt de welvaart van de externe partij. Omdat de veroorzaker (bij productie de producent) zélf niets merkt van het externe effect, is er ook geen reden om iets door te berekenen in de prijs. Daarom wordt ook vaak gezegd dat externe effecten niet in de prijs zijn verrekend.’ Bron: https://www.economielokaal.nl/externe-effecten-nw/.

“Externaliteiten” is de term die wordt gegeven aan de vele sociale en milieukosten die niet zijn inbegrepen in de prijs die de consument betaalt voor industrieel geproduceerde goederen en diensten.

Neem het voorbeeld van de palmolie. De prijs die de consument betaalt voor de vele goederen die palmolie bevatten, komt niet overeen met de werkelijke kosten die gepaard gaan met:

  • Langdurige schade aan de bodem door toepassing van chemische meststoffen en pesticiden op de palmboomplantages.
  • De vergiftiging van waterwegen als gevolg van de afvloeiing van landbouwchemicaliën die worden gebruikt bij de productie van palmolie.
  • De impact op lokale gemeenschappen door het verlagen van de waterstanden om de water hongerige palmolieplantages van water te voorzien.
  • De verplaatsing van lokale gemeenschappen om plaats te maken voor de plantages, om bijvoorbeeld de grond te gebruiken voor de aanleg van dammen die de plantages irrigeren of voor de wegen en luchthavens die nodig zijn om de geoogste palmolie te vervoeren.
  • Vergiftiging van landarbeiders als gevolg van blootstelling aan chemische meststoffen en pesticiden.
    Het verlies van boombedekking en bovengrond op de heuvels.
  • De kosten in verband met de verwoesting van gemeenschappen die worden getroffen door modderstromen die ontstaan door ontbossing van heuvelgebieden door inheemse boeren.
  • De broeikasgasemissies die samenhangen met het gebruik van fossiele brandstoffen in elke fase van het proces: ploegen van het land, bemesting met kunstmest en pesticiden, bouwen van dammen en andere noodzakelijke transport-, opslag- en verwerkingsinfrastructuur, bouwen van de groot- en detailhandelinfrastructuur, enz.

Dit zijn kosten die worden geïncasseerd door echte mensen, gemeenschappen en ecosystemen. Deze kosten zijn echter vaak uit het zicht, aan de andere kant van de wereld, en dus is het gemakkelijk om ze over het hoofd te zien.

Mochten externaliteiten worden geïnternaliseerd – dat wil zeggen dat de ware sociale en ecologische kosten, verbonden aan industriële producten, moeten worden opgenomen in de prijs die aan de consument wordt aangerekend – dan zou dit een sterke stijging van de kosten van deze producten geven en een waarschijnlijke daling van de winst van dergelijke industrieën.

► Subsidies

‘Small is Beautiful, Big is Subsidized’
– Helena Norberg-Hodge

Het afschaffen van landbouwsubsidies staat constant bovenaan de agenda van de landen van het mondiale Zuiden in internationale handelsbesprekingen onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), omdat hun boeren eenvoudigweg niet kunnen concurreren met de zwaar gesubsidieerde producten die worden gegenereerd door Europa en de VS.

EU-subsidies stimuleren bijvoorbeeld een jaarlijks overschot van zes miljoen ton suiker, waarvan een groot deel op de markten van arme landen wordt gedumpt onder de productieprijzen.

Overproductie leidt tot armoede in plaats van meer welvaart.’ – GAIA Education

Grote bedrijven ontvangen ook verschillende andere vormen van indirecte subsidies. Waaronder:

  • Overheidssubsidies voor onderzoek aan universiteiten en denktanks waarvan de onderzoeksagenda’s in toenemende mate worden bepaald door bedrijfsbelangen.
  • Belastingverlagingen en andere prikkels van nationale en lokale autoriteiten om grote ondernemingen aan te moedigen zich op hun grondgebied te vestigen.
  • Uitgaven voor vervoersinfrastructuur die worden betaald door belastingbetalers, maar onevenredig worden gebruikt door de distributeurs van industriële producten.
  • Het ontbreken van een belasting op vliegtuigbrandstof, de enige energiebron die aldus wordt vrijgesteld.

Een deel van het probleem om subsidies af te schaffen is de steeds grotere onderlinge verwevenheid die we de afgelopen jaren hebben gezien tussen overheid en bedrijfsleven. In veel landen financieren bedrijven het politieke proces. Individuen bewegen zich gemakkelijk tussen overheidsfuncties en hogere functies in het bedrijfsleven en de  bedrijfsbelangen domineren veel beleidscomités in parlementen over de hele wereld. Dit maakt het moeilijk om subsidies die schadelijk zijn te verwijderen of om beleid in een meer ecologische en gemeenschaps ondersteunende richting te oriënteren.

De transformatie naar meer duurzame economie

De meeste van de sociale en ecologische niet-duurzame bedrijfspraktijken van vandaag komen voort uit de onwetendheid over de manier waarop levende systemen functioneren. Deze niet-duurzame bedrijfspraktijken hebben meestal als uitgangspunt dat de mens los staat van de natuur. Het idee van onbeperkte economische groei is een voorbeeld van dit uitgangspunt. H. Thomas Johnson en Anders Bröms merken in hun boek ‘Profit Beyond Measure (2000)’ op dat niets in het universum eindeloos onbeperkt groeit.

“De kwestie waar we in de bedrijfswereld mee te maken hebben, is om onze obsessie met kwantitatieve groei in omvang te transformeren tot een focus voor kwalitatieve groei in diversiteit,  en de vreugde hiervoor de stimulerende kracht in ons leven te laten worden” (p.200).

Feedback van de biosfeer, zoals klimaat verstoringen en verlies van bossen, overbevissing en het verdwijnen van de bovenste vruchtbare bodemlaag, laat zien dat onze huidige economie onhoudbaar is. Veel systeemdenkers en ecologen zien dat het maximaliseren van bedrijfswinsten als de hoogste prioriteit van onze economie geleidelijk de verweven structuur vernietigt waarop al het leven afhangt.

In bedrijfsomgevingen is deze feedback moeilijk te uiten. Het erkennen van de feedback uit de biosfeer opent de weg naar nieuwe mogelijkheden: het gebruiken van zakelijke ervaring en vaardigheden bij het creëren van een nieuwe, duurzame economie. Dit is zowel mogelijk als noodzakelijk!

► Negen planetaire grenzen en de donut economie

Het begrip planetaire grenzen werd in 2009 geïntroduceerd door Rockstrom en zijn collega’s. De auteurs stellen 9 planetaire grenzen vast waarbinnen de mensheid moet navigeren om duurzaam gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen van de planeet Aarde. Drie van de negen grenzen zijn echter al overschreden, voor het klimaat, de biodiversiteit en de stikstof- en fosforkringloop.

De Britse Oxford-econome Kate Raworth bouwde een heel nieuw economisch systeem om de negen planetaire grenzen heen, de donut-economie. Op haar website ( https://www.kateraworth.com/ ) formuleert Raworth het volgende:

“De uitdaging voor de mensheid van de 21ste eeuw is tegemoetkomen aan alle noden van de planeet. Anders gezegd: niemand mag een tekort hebben aan de essentiële voorwaarden voor leven (voedsel, onderdak, zorg en een politieke stem) terwijl we ons gezamenlijk inspannen om niet teveel druk uit te oefenen op de levensondersteunende systemen van onze planeet (zoals een stabiel klimaat, vruchtbare bodems en een beschermende ozonlaag) De donut van sociale en planetaire grenzen is een speelse maar zeer serieuze benadering om die uitdaging vorm en inhoud te geven. De donut is te beschouwen als een kompas voor menselijke vooruitgang in deze eeuw.”

Umair Haque is een Amerikaanse schrijver. Hij schrijft dagelijks artikelen op Medium over zijn eigen land. Umair Haque maakt zich grote zorgen over ‘de wereld’ en vooral de manier waarop politiek en economie zich ontwikkelen. Maar evident is dat hij zich vooral zorgen maakt of een goed leven voor iedereen binnen planetaire grenzen in ‘onze tijd’ niet op het spel staat. Het cruciale artikel waarin hij zijn zorgen verwoordt, heeft als titel: Eudaimonics – the art of realizing genuinely good lives. Umair: “Als mensheid zullen we op zoek moeten naar een wereld waarin het niet in eerste (en laatste instantie) om ‘de economie’ (al dan niet met de noodzaak om te blijven groeien) draait, maar vooral om het welbevinden van ‘de mens’ (feitelijk: alle mensen).”

► Ecologische voetafdruk

“Wat is 120 keer zo groot als Londen? Het antwoord: het land of de ecologische voetafdruk die nodig is om aan de behoeften van Londen te voldoen. “
– Herbert Giradet

Stedelijke consumptie kost enorm veel middelen die worden geproduceerd buiten de stad. Je kunt meten hoeveel ruimte nodig is voor de productie van wat we gebruiken en de opname van CO2 die we uitstoten. Deze ruimte omgerekend naar de hoeveelheid productief land, in gha (mondiale hectare) gemeten, heet de Ecologische Voetafdruk.

► CO2 voetafdruk

Veel organisaties berekenen hun jaarlijkse CO2-voetafdruk. Het gaat dan vaak bij de meeste bedrijven om eigen stroom- en gasverbruik en de brandstoffen die nodig zijn voor vervoer op de weg of in de lucht. Door te onderzoeken wat binnen een organisatie de meeste uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt, kan gericht maatregelen genomen worden om de uitstoot van CO2 te verminderen. Met een CO2-calculator kan zelf de CO2-voetafdruk worden bepaald.

► Supply chain

Een supply chain is het geheel van activiteiten en goederen die worden vervoerd tussen een leverancier en een afnemer. Een supply chain maakt inzichtelijk welke materialen voor producten waar vandaan komen en welke partij de betreffende materialen levert. In het kader van lokale economie stimuleren is het aan te raden om een bioregionale map samen te stellen voor de regio waarin je woont en werkt, waarin duurzame lokale hulpstoffen in zijn opgenomen. De bioregionale map maakt inzichtelijk welke bedrijven welke duurzame producten en diensten aan bieden in de eigen regio, waarmee lokale keuzes kunnen worden gemaakt bij de aanschaf van producten (goederen, hulpstoffen) en diensten.

► 17 duurzame doelen

De 193 lidstaten van de Verenigde Naties (VN) hebben voor 2015 – 2030 een ontwikkelingsagenda vastgesteld. De agenda bestaat uit 17duurzame  doelen. Deze SDG’s heten voluit de Sustainable Development Goals maar worden vaak afgekort naar SDG’s. Zij gelden in alle landen en voor alle mensen.

De doelen zijn:

  1. Uitbannen van alle vormen van (extreme) armoede
  2. Einde aan honger, zorgen voor voedselzekerheid en duurzame landbouw
  3. Gezondheidszorg voor iedereen
  4. Inclusief, gelijkwaardig en kwalitatief onderwijs voor iedereen
  5. Gelijke rechten voor mannen en vrouwen en empowerment van vrouwen en meisjes
  6. Schoon water en sanitaire voorzieningen voor iedereen
  7. Toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen
  8. Inclusieve, economische groei, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen
  9. Infrastructuur voor duurzame industrialisatie
  10. Verminderen ongelijkheid binnen en tussen landen
  11. Maak steden veilig, veerkrachtig en duurzaam
  12. Duurzame consumptie en productie
  13. Aanpak klimaatverandering
  14. Beschermen en duurzaam gebruik van de oceanen en zeeën
  15. Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit
  16. Bevorderen van veiligheid, publieke diensten en recht voor iedereen
  17. Versterken van het mondiaal partnerschap om doelen te bereiken

► Wat kan nog meer bijdragen tot een meer duurzame economie?

In principe is het milieu onze meest schaarse hulpbron. We hebben maar 1 planeet aarde. Om de aarde te beschermen, wordt er nagedacht over het invoeren van een zogenaamde ecotax. Een belastingstelsel waarin er een tax wordt gehanteerd op goederen om de vervuiling en impact op de aarde te compenseren. Als de belastingheffing van mensen zou worden verlegd en zou worden ingezet voor het gebruik van hulpbronnen, zou arbeid relatief goedkoper worden op hetzelfde moment dat economische activiteiten in verband met zwaar hulpbronnengebruik en verontreiniging relatief duurder zouden worden. Dit zou kleinschalige, lokaal gebaseerde, arbeidsintensieve productieprocessen concurrerender maken. Progressieve denkers stellen voor om onmiddellijk dit in te voeren. Enkele andere hervormingen die zijn voorgesteld, zijn:

  • De geleidelijke afschaffing van subsidies voor milieu-verspillende  en niet-duurzame activiteiten en de vervanging daarvan door subsidies voor gemeenschaps- en ecosysteem bevorderende activiteiten.
  • De positie van natuur en natuurbeleid in politiek, bestuur en samenleving versterken.
  • Een onvoorwaardelijk en gegarandeerd basis- of burgerinkomen (BI) dat aan iedereen wordt verstrekt, ongeacht welk ander inkomen ook.
  • De nietigverklaring van openstaande internationale schuld. Niet van bedrijven!
  • De vervanging van belangrijke internationale economische organen door nationale, regionale en lokale communautaire financieringsinstellingen.
  • De invoering van een belasting op internationale valutatransacties (Tobin Tax)

Deze ideeën hebben allemaal betrekking op belangrijke dimensies van de transformatie naar duurzame economie en de meesten zullen waarschijnlijk, in een of andere vorm, deel uitmaken van het beleidskader voor de overgang naar een veerkrachtiger, rechtvaardig en duurzame mondiale economie.

► Acht sleutelprincipes voor regeneratieve economie

Het Capital Institute heeft acht principes van regeneratief kapitalisme ontwikkeld. Deze principes zijn gebaseerd op onderstaande kerngedachte:
De universele patronen en principes die de kosmos gebruikt om stabiele, gezonde en duurzame systemen in de echte wereld te bouwen, kunnen en moeten worden gebruikt als een model voor het ontwerp van een economisch systeem.
Vervolgens heeft het Capital Institute onderzocht welke belangrijke onderling verbonden principes hier aan ten grondslag liggen en heeft daarmee de acht principes van een regeneratieve economie geformuleerd. Kenmerken van een regeneratieve economie zijn:

  1. Het is humaan
  2. Het zorgt voor gemeenschappelijke welvaart
  3. Het is innovatief, past zich makkelijk aan en beweegt gemakkelijk mee
  4. Het stimuleert participatie
  5. Het laat mensen in hun waarde
  6. Waar de problemen het grootst zijn, liggen de mooiste uitdagingen
  7. Het floreert bij ouderwetse geldstromingen
  8. Het is in balans

De jongeren

  • verkrijgen inzichten in de manier waarop de wereldeconomie momenteel werkt.
    verkrijgen inzichten in de gevolgen van de wereldeconomie voor mens, maatschappij en ecosystemen.
  • onderzoeken de wereldeconomie en de gevolgen van globalisering.
  • leren handvaten hoe de wereldeconomie kan transformeren naar een meer rechtvaardigere, veerkrachtigere en duurzamere economie.
  • voeren acties uit die kunnen worden ingezet voor een meer duurzamere economie.
  • gebruiken voetafdruk analyses om de ecologische impact uit te drukken van een product of dienst.
4.1.1 Kan het anders? Ga naar opdracht

Deze activiteit laat studenten via een andere manier van denken kennismaken met de vraag over hoe onze economie zou kunnen werken: een circulaire economie.

4.1.2 Op naar een duurzame wereldeconomie Ga naar opdracht

De ontwikkeling, economische groei en milieukosten van het huidige economische systeem onder de loep nemen.

4.1.3 Zwaardvisspel Ga naar opdracht

De deelnemers leren hoe belangrijk het is om De Commons duurzaam te beheren.

Overige activiteiten

Ecologische voetafdruk analyse (EFA)

Product biografieën

Overgangsvisualisatie

► 2.1.1 Kan het anders?

Activiteiten    1 2 3

Deze activiteit laat studenten via een andere manier van denken kennismaken met de vraag over hoe onze economie zou kunnen werken: een circulaire economie.

Meer inzicht krijgen in de werking van zowel de lineaire als de circulaire economie.
  • Leerlingen begrijpen dat milieuproblemen intrinsiek gelinkt kunnen worden aan economische kwesties.
  • Leerlingen leren de tekortkomingen die inherent zijn aan een aantal gemeenschappelijke benaderingen van milieu opleiding
  • Leerlingen beginnen met het onderzoeken van andere manieren om milieu, sociale en economische problemen aan te pakken.
  • Computer met internetaansluiting en webbrowser.
  • Beamer / Smartboard

Video 1: Lineaire economie
Deze video eindigd met een vraag: We kunnen dit ‘neem-maak-wegwerp’ model niet handhaven. Wat is de oplossing?

  • Vraag de leerlingen hun antwoorden te delen door deze op de flipover voor in de klas te schrijven zodat iedereen ze kan zien.
    Enkele belangrijke punten omtrent de werking van de economie:
    • We leven in een moderne, geavanceerde, wereldwijde economie die voordelen biedt aan vele mensen.
    • De industriële revolutie verhoogde de levensstandaard voor veel mensen overal ter wereld door middel van massaproductie en -consumptie.
    • Er zijn duidelijk There are clear minpunten in de video te zien zoals verveelvoudiging van afval en de druk op eindige bronnen en grondstoffen ondanks technologische vooruitgang.

Video 2: Recycling
Deze video eindigt met de vraag: Wat zou er moeten veranderen om recycling beter te laten werken?

  • Vraag je leerlingen om de belangrijkste punten van de video samen te vatten om te zien of de video begrepen is.
    Blijkbaar is recycling nuttig, maar het is minder effectief bij producten met een korte cyclus, zoals aluminium blikjes en andere verpakkingen. Het probleem is dat kleine verliezen zich in de tijd snel vermenigvuldigen.
    In de video, zien we dat het ongeveer 14 cycli zal duren voor de hele huidige voorraad aluminium blikjes op de stortplaats ligt, en, let wel, met de steeds ondanks de steeds hogere recycle verhouding zitten we nog lang niet op de 90%. Trouwens er is niemand die ook maar verwacht dat we ooit de 100% recycling zullen halen, dus er gaat altijd materiaal verloren. Eigenlijk alleen maar uitstel van executie dus.
  • Laat de leerlingen verder nadenken over het voorbeeld – waarom zouden aluminium blikjes gemakkelijker te recyclen zijn dan andere producten? Zijn de meeste producten die de leerlingen eenvoudiger of complexer?

Video 3: Minder gebruiken
Deze video eindigt met de vraag: Wat zou moeten veranderen om met een gerust hart minder te kunnen gaan gebruiken?

Het is een aantrekkelijke morele gedachte te suggereren dat we allemaal onze levensstijl kunnen veranderen en het met een beetje minder kunnen doen. Maar ieders inkomen komt voort uit de uitgaven van een ander, de video geeft dan ook aan dat minder gebruik uiteindelijk kan leiden tot een recessie.
Net als bij de vorige video, wanneer we naar het grotere geheel kijken, voorbij het individu, krijg je een te maken met verrassende resultaten. Moderatie door één persoon is prima, moderatie door iedereen leidt naar problemen …

  • Keer terug naar de vraag: ‘Wat zou moeten veranderen om met een gerust hart minder te kunnen gaan gebruiken?
    Denk er aan dat we rekening moeten houden met de manier waarop bedrijven opereren.
    Is er een manier te zorgen dat het geld rond blijft gaan door het systeem zonder dat we onze middelen uitputten?
    Misschien is het idee om geen producten meer te verkopen, maar om alleen de werking van de producten te verkopen, bijv. het abonneren op een carpoolingservice in plaats van een auto te kopen. En misschien zouden we er ook voor kunnen zorgen dat de materialen van deze auto’s eenvoudiger opnieuw gebruikt kunnen worden.
  • Gevorderden vraag: waarom kan het moeilijk zijn voor een politicus om campagne te voeren voor ‘Minder gebruiken’?

 

Video 4: Deugdelijker producten
Deze video eindigt met de vraag: Kunnen producten die langer mee gaan helpen?

  • Bespreek wat de uitdagingen zijn om producten met een langere levensduur succesvol te maken?

    We willen nieuwe producten, maar we willen ook de materialen en componenten die er in gebruikt zijn voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden. Om bij te blijven met de nieuwste technologie, zullen producten die waarschijnlijk snel verouderd zullen zijn – zoals een mobiele telefoon – op een manier ontworpen moeten worden dat ze kunnen worden geüpgraded en dat de gebruikte materialen eenvoudig teruggewonnen kunnen worden. Misschien moeten producten een vastgestelde gebruiksperiode hebben. Met andere woorden, er wordt verwacht dat ze bij iemand anders een tweede leven krijgen en dat uiteindelijk de materialen opnieuw gebruikt zullen worden.
    Producten met een langere levensduur kunnen werken, maar het gevaar bestaat dat ze tot een daling van de consumptie kunnen leiden en dus tot een daling van de bestedingen in de economie als geheel (waardoor banen en uiteindelijk de levensstandaard wordt aangetast).
  • Gevorderden vraag: wat zou het effect zijn voor bedrijven, werknemers en de overheid als producten werden ontworpen die langer mee zouden gaan?

 

Video 5: Efficiënter produceren?
Deze video eindigt met de vraag: wat zouden we moeten veranderen om efficiency als oplossing te gebruiken?

  • Introduceer in de klas dat dit deze puzzel de ‘paradox van efficiëntie’ wordt genoemd. Vanuit het milieuperspectief is, meer uitgeven aan meer spul – geholpen door efficiëntie’ – niet zo best als voor dat spul nog steeds het lineaire, ‘neem, maak en wegwerp’ systeem gebruikt wordt. Ten slotte, is in dit scenario is het ‘spul’’ nog steeds verspilling van eindige hulpbronnen en heeft de bijbehorende een negatieve ‘externaliteten’ zoals milieuvervuiling. Dus de impact per eenheid kan minder zijn, het algehele negatieve effect neemt nog steeds toe.

Maar als het systeem echt effectief was – d.w.z. het werkte goed – dan zou ons spul gemaakt worden op een manier die er voor zorgt dat middelen steeds weer en weer gebruikt kunnen worden. met behulp van gifvrije materialen en stoffen, en wordt aangedreven door hernieuwbare energie. Efciencie binnen dat systeem zou een goede zaak zijn

Bron: Forbes Let op de ontkoppeling van lonen en productiviteit welke begon rond rond 1970.

Uit economisch oogpunt is efficiency geen probleem zolang de lonen maar mee blijven stijgen. Helaas is dat in vele landen niet het geval met als gevolg dat leningen het gat tussen uitgaven en inkomsten moeten dichten. Maar wat gebeurt er als dit krediet wegvalt?

Wat mensen nodig hebben is inkomen, niet alleen maar lagere prijzen. Als we een systeem zouden kunnen ontwerpen waarin materialen en bronnen telkens weer hergebruikt worden kunnen mensen deze keer op keer aan elkaar verkopen en daarmee geld verdienen.

  • Gevorderden vragen:
    • Waarom zou het een algemeen negatief effect op het milieu hebben als de efficiency stijgt en de prijzen dalen?
    • Wat is het verschil tussen een efficiënt systeem en effectief systeem? En waar zou je eigenlijk voor moeten gaan?

 

Video zes – Groen?
Deze video eindigt met de vraag: Hoewel er veel groene producten in de juiste richting, hoe ziet de bestemming eruit?

Als deze vraag te ingewikkeld is voor uw klas, wilt u misschien de volgende vragen:

  • Wat is het doel van ‘groene’ producten?
  • Helpen ‘groene’ producten ons altijd om dat doel te bereiken?
  • Is het gemakkelijk om de ‘juiste’ keuzes te maken als consument?
  • Kan het ‘groene’ label ons helpen kiezen, of moeten we experts worden in elk product om hun ecologische en sociale impact te begrijpen?
  • Is het echt eerlijk dat tenzij u het zich kunt veroorloven om meer te betalen, u moet kiezen ongezond voedsel, schadelijke producten en vervuilde luchten?
  • Wat als we het systeem in plaats daarvan zouden veranderen, zodat alle producten positief zouden zijn effect?

En hoe kunnen we het systeem veranderen? Wel, dat is waar we naar toe werken…

  • Gevorderden vragen:
    • Zijn ‘groene’ producten altijd goed voor de planeet? Of zijn ze vaak ‘minder slecht’?
    • Zijn bedrijven hypocriet bezig wanneer zij een ‘groene’ lijn producten maken  naast hun reguliere producten?

 

Video zeven – Minder mensen?
Deze video eindigt met de vraag: hoe kunnen we dingen veranderen om ook de nieuwste leden van het menselijk ras welkom te heten op onze planeet?

De kwestie van controle op de bevolkingsgroei is een lastige kwestie. Gegeven de verwachte bevolkingsgroei, concentreren we ons er op hoe we deze nieuwe mensen kunnen verwelkomen ondanks het feit dat ze de vraag zullen vergroten waardoor uiteindelijk meer grondstoffen verbruikt zullen worden..

Moedig de leerlingen aan om een hypothetische oplossing te vinden: als we een systeem hadden waar productie en consumptie goedaardig was, waarom zouden we ons zorgen maken over het aantal mensen?

 

Samenvatten en reflecteren: wat verbindt alle ‘milieuvriendelijke’ concepten die hebben bekeken in deze les? Ze hebben de neiging om alleen naar de korte termijn te kijken, ze kunnen negatieve economische effecten hebben en het zijn allemaal geïsoleerde acties in plaats van te kijken naar het hele systeem. We moeten het perspectief voor de langere termijn naar voren brengen, op een manier die economisch nog steeds ok is maar waarbij sociale en ecologische factoren verbeteren. We zouden dit kunnen doen door te leren van levende systemen, vooral omdat deze levende systemen een indrukwekkende staat van dienst hebben van 3,8 miljard jaar. De volgende video gaat hierop in …

 

Video acht – Leren van de natuur
Deze video eindigt met de vraag: wat zijn de regels voor veilige gezonde productie?

De verschillende elementen van de les geven allemaal het idee dat er op een andere manier gekeken kan worden naar productie en consumptie. Help uw klas met conclusies te trekken uit de lessen, door toe te passen wat ze hebben geleerd en laat ze overwegen waarom mieren een goed model kunnen zijn voor productie en consumptie. En in hoeverre dit anders is dan hoe ons systeem momenteel werkt?

Belangrijke punten zijn onder meer:

  • Hun biomassa is groter dan die van mensen, maar hun impact op de omgeving is positief.
  • Ze zijn aangepast aan het systeem, d.w.z. al hun afval is voedsel voor iets anders, ze leven van hernieuwbare energie, ze zijn divers in hun functies en ze zorgen voor herstel van natuurlijk kapitaal door bijvoorbeeld de wederopbouw van de bodem.
  • Ze zijn een effectieve soort (niet alleen efficiënt) – ze zorgen er voor dat het hele systeem gedijt, maar zorgen ook dat hun eigen soort overleeft.

Richt je in eerste instantie op het identificeren van de wijze waarop de omgeving en het ecosysteem beschadigd zijn door menselijke aanwezigheid, bespreek vervolgens de verschillende kwalen die verholpen kunnen worden door middel van natuurlijke medicijnen. Ga nu niet in op echte ziektegevallen en genezingen maar bespreek alleen de algemene informatie. Bespreek ook wat het belang is van krachtplekken in de genezing van de aarde?

 

  • Leerlingen: Vraag de leerlingen wat ze hebben geleerd over het ecosysteem in kwestie. Hoe correleert de gezondheid van de omgeving en die van hen zelf? Wat ontdekten ze over gezondheid en genezing? Hoe verhoud zich dit tot hoe zij de gezondheid van de aarde zien? Van hun lichamen? Hun gedachten? Welke andere stoffen en objecten kennen ze die het milieu- en de persoonlijke gezondheid kunnen bevorderen? Wat was het belangrijkste in wat tijdens deze activiteit gebeurde? Wat hebben ze gemist?
  • Facilitators: Wat heeft u opgemerkt tijdens deze activiteit? Hoe goed hebben deelnemers het gedaan? Begrepen ze de aanwijzingen? Zijn er risico’s of onvoorziene resultaten naar voren gekomen? Wat zou u de volgende keer anders doen?
Video 1: Lineair

Video 2: Recycling?

Video 3: Minder?

Video 4: Langer?

Video 5: Efficiënter?

Video 6: Groener?

Video 7: Minder mensen?

Video 8: Mieren?

SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassenen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 90% 90%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 20% 20%
  • Hart – Attitude – Gedrag 75% 75%
  • Samenleven – Community 80% 80%

► 2.1.2 Op naar een duurzame wereldeconomie

Activiteiten    1 2 3

Het model hiernaast geeft de menselijke activiteit weer in het midden van de ecologische omgeving. Dat wil niet zeggen dat de menselijke activiteit het middelpunt van de wereld is. Nee de menselijke economie kan slechts bestaan binnen de ecologische omgeving. De economie staat dus niet los van de omgeving, de economie bestaat in de ecologische omgeving.

De vraag is daarmee in hoeverre wordt dit erkent in bijvoorbeeld het BNP? Zijn er indicatoren binnen het BNP die rekening houden met het welzijn van het grotere systeem?

Ontwerpen we productieprocessen, markten en beleid die de realiteit van onderlinge afhankelijkheid weerspiegelen?

Voorlopige antwoorden op deze vragen zijn te vinden door een paar andere conceptuele verschillen te onderzoeken tussen de duurzaamheid en conventionele modellen.

 

De ontwikkeling, economische groei en milieukosten van het huidige economische systeem onder de loep nemen.

Criteria creëren om onderscheid te maken tussen mondiale economische ontwikkeling en lokaal duurzaam economisch ontwerp.

Flip-over vellen, stiften, papierlijm

  1. Verdeel, na een korte introductie van het bovenstaande model,  de klas in vier werkgroepen en vraag ze om een facilitator voor hun groep te kiezen. Iedere groep krijgt 30 minuten voor een discussie over een van de volgende onderwerpen:
    • Volledige kostenberekening: In de conventionele economie worden indirecte of onbedoelde effecten zoals vervuiling beschouwd als “externaliteiten”. De CO2-uitstoot van het rijden wordt bijvoorbeeld niet meegerekend in de prijs van benzine. Het opruimen van afval wordt niet weerspiegeld in de prijs van een consumentenartikel, waardoor een verborgen financiering wordt gecreëerd die ze kunstmatig goedkoper maken. Een duurzaamheidsmodel benadert dit op een andere manier en probeert de externe milieu- en maatschappelijke kosten te kwantificeren met behulp van een “full cost benadering”. Bespreek wat de werkelijke waarde is van deze onontbeerlijke hulpbronnen, zodat markten gaan werken met nauwkeurigere prijsweergaves. Welke hulpbronnen biedt een ecosysteem? Hoeveel kost het om een bos te vervangen? Hoeveel is schoon water waard? Hoe berekenen we de gezondheid van mensen bij ongezond of zelfs giftig werk?
    • De Commons: zijn hulpbronnen die toegankelijk zijn voor alle leden van een groep of samenleving. Lucht en water zijn voorbeelden van “milieu-commons” waarvan alle levende wezens afhankelijk zijn, maar die beperkt voorradig zijn en/of aangetast door overmatig gebruik. Hoe we deze behoeften eerlijk verdelen – en of we ze als basisrechten kunnen erkennen – zijn de beleidsvragen rond ‘de Commons’.
      In het oude model wordt overmatig gebruik van de Commons vaak gezien als de onvermijdelijke ‘tragedie’ van openbare toegang. Wat betekent dit?
      Duurzaamheid erkent ook het risico van overmatig gebruik en zoekt naar beleidsoplossingen die rechtvaardig zijn en de hulpbronnen ondersteunen; dit kan een mix van marktwerking, regelgeving, culturele normen en gemeenschapseigendom zijn. Hoe zien deze eruit?
    • Langetermijn- versus kortetermijnrendement: Binnen de duurzaamheid wordt erkent dat op de lange termijn het welzijn van de menselijke, economische en ecologische gezondheid in tijd, plaats en schaal met elkaar verbonden zijn. In deze visie worden kortetermijnacties beoordeeld op basis van de langetermijn gevolgen ervan. Het oude model daarentegen heeft de neiging zich te concentreren op kortetermijn rendementen: winst, bruto nationaal product (bnp) of aandelenrendement. En hoewel deze kortetermijnmaatregelen zeker van belang zijn in een duurzaamheidsmodel, definiëren ze niet ‘succes’ in dezelfde mate als in het oude model. Wat definieert succes in een duurzaamheidsmodel? Wat zijn enkele kortetermijnacties met gevolgen op de lange termijn?
    • Kwaliteit versus kwantiteit (“Meer versus beter”): Zowel de duurzame als conventionele economie houden zich bezig met welzijn. Het duurzaamheidsmodel meet het welzijn door kwalitatieve verbeteringen in gezondheid, geluk en bevrediging van de echte behoeften. Aan de andere kant neigt het oude model naar stimulering van kwantitatieve groei, met de veronderstelling dat “meer” “beter” is. Denk bijvoorbeeld aan het bnp: een stijging van het bnp wordt als goed nieuws beschouwd, maar het bnp kan ook stijgen als een resultaat van uitgaven aan bestrijding van criminaliteit, ziekte of noodzakelijke schoonmaakkosten ana een milieuramp. De indicator maakt geen onderscheid tussen gunstige economische groei en “winst” die wordt behaald door uitgaven aan negatieve zaken zoals bijvoorbeeld criminaliteit. Duurzaamheidsindicatoren daarentegen bekijken economische groei in een breder kader van welzijn van de gemeenschap en het milieu. Wat kunnen enkele duurzaamheidsindicatoren zijn voor dit welzijn?
  2. Laat de leerlingen een infographic maken van hun bevindingen. Elke leerling maakt op een A4 een deel van de infographic deze worden later op een flipovervel aan elkaar geplakt. De coördinatie van de groep ligt bij de facilitator.
  3. Hang de gemaakte infographics op en laat de leerlingen hun bevindingen presenteren aan de klas.

Nabespreking van deze activiteit kan het beste met de hele groep gezamenlijk worden gedaan zodat iedereen deel kan nemen aan de dialoog over afval, vervuiling en de levenscyclus van producten.

Leerlingen: Vraag na de presentaties aan de leerlingen wat ze geleerd hebben over de werking van de wereldeconomie en waar deze verduurzaamd zou kunnen worden. Hoe verhoud zich dit tot de rest van de gemeenschap? Tot de rest van de wereld? Wat was het belangrijkst in wat er in deze activiteit gebeurde? Wat hebben ze gemist?

Facilitators: Wat heeft u opgemerkt tijdens deze activiteit? Hoe goed hebben deelnemers het gedaan? Begrepen ze de aanwijzingen? Zijn er risico’s of onvoorziene resultaten naar voren gekomen? Wat zou u de volgende keer anders doen?

SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 90% 90%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 50% 50%
  • Hart – Attitude – Gedrag 75% 75%
  • Samenleven – Community 90% 90%

► 2.1.3 Zwaardvisspel

Activiteiten    1 2 3

De visserij in de wereld heeft het moeilijk. Overbevissing, destructieve visserijpraktijken en milieuoverlast eisen hun tol. Deze activiteit helpt om meer te weten te komen over de grenzen van de groei en de coöperatieve economie. De “Fishing Game” is een krachtige simulatie-oefening die duidelijk maakt hoe managementbeleid en de “Tragedy of the Commons” de duurzaamheid van de visserij in de wereld beïnvloeden.

  1. Deelnemers leren uit eigen ervaring waar onbegrensd oogsten vanuit “De Commons” toe kan leiden.
  2. Het concept van de draagkracht van de natuur te begrijpen.
  3. Plezier te hebben en nadenken over hoe onze acties De Commons beïnvloeden.

De deelnemers leren hoe belangrijk het is om De Commons duurzaam te beheren.

Ruimte geschikt voor drie of vier spelers. Gedrukte exemplaren van de score vellen.

Maak groepen van elk vier spelers. Geef elke speler een scoreblad. Elke persoon in de groep vist in dezelfde oceaan op zwaardvis. Geef een envelop gevuld met visjes (40 uitgeknipte visjes) aan de bankier (“De natuur”) in elke spelersgroep. De bankier legt 20 vissen in het midden van de tafel. Twintig vissen is de draagkracht van deze oceaan voor zwaardvis.

Er zijn maximaal 10 spelronden, elke persoon kan op de volgende manieren een bepaald aantal zwaardvisjes per beurt vissen:

  1. Harpoenvissen: neem een ​​vis.
  2. Lange-lijn vissen: neem twee vissen.
  3. Free-for-all Lange-lijn vissen: neem drie vissen.

 

Na elke ronde wanneer alle spelers hun vissen hebben genomen, zal de bankier het aantal zwaardvissen tellen en 25% toevoegen aan de pot, tot een maximum van 20 vissen (naar boven afronden).

Voorbeeld: als er nog 12 vissen over zijn, worden 3 vissen (25% van 12) aan de pot toegevoegd, waardoor het totaal op 15 komt. (In het echte leven produceren zwaardvissen elk jaar veel minder dan 25% nieuwe nakomelingen – ze zijn net als mensen omdat ze in de loop van hun leven weinig kinderen hebben.) De toegevoegde vissen vertegenwoordigen het aantal baby-zwaardvissen geproduceerd door de zwaardvissen die overblijven nadat iedereen zijn vissen heeft gevangen. Het doel is om zoveel mogelijk vissen te hebben na het spelen van alle 10 rondes.

 

Spel instructies:

Spel 1: Iedereen kiest aan het begin van het spel een vistechniek en blijft deze gebruiken tot het einde van het spel.

Spel 2: Iedereen kiest voor een vistechniek, maar kan elke beurt van techniek veranderen tijdens het spel.

Spel 3: Iedereen is een harpoenvisser en kan in elke ronde niet meer dan één vis nemen.

Spel 4: Iedereen kiest voor een vistechniek, maar kan elke beurt van techniek veranderen tijdens het spel. Voeg aan het einde van elke ronde 10% toe in plaats van 25%. (Overschrijd het maximum van 20 vissen nog steeds niet)

Nabespreking van deze activiteit kan het beste met de hele groep gezamenlijk worden gedaan zodat iedereen deel kan nemen aan de dialoog over de noodzaak “De Commons” duurzaam te beheren.

Studenten: Verzamel de deelnemers nadat ze het spel hebben voltooid en hun resultaten hebben opgeteld in een cirkel om het spel te bespreken.

vragen:

  • Wat was “De Commons” in deze game?
  • Wat was jouw strategie voor het vissen?
  • Hoeveel van jullie hebben alle tien ronden in elk spel voltooid? Waarom niet?
  • Wat was jouw doel? (Deze vraag leidt terug naar Mentale modellen die we in eerdere oefeningen zagen.) Hoe kunnen we het oogsten van beperkte hulpbronnen duurzaam maken?

Facilitators: Wat heeft u opgemerkt tijdens deze activiteit? Hoe goed hebben deelnemers het gedaan? Begrepen ze de aanwijzingen? Zijn er risico’s of onvoorziene resultaten naar voren gekomen? Wat zou u de volgende keer anders doen?

SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 90% 90%
  • Samenleven – Community 90% 90%
Play Video
Skip to toolbar