2.2 Banken en geld

Activiteiten  1 2

Introductie

De manier waarop geld werkt, heeft een diepgaande invloed op bijna alle aspecten van ons economisch leven. In dit thema onderzoeken jongeren de verschillende manieren waarop onze geldsystemen economisch gedrag conditioneren. Ze onderzoeken tevens  manieren die het mogelijk maken dat geld een gunstiger invloed heeft op het economische leven.

 

Om de diepgaande invloed van geld op bijna alle aspecten van het economische leven te kunnen doorgronden.

Door de verschillende manieren waarop onze geldsystemen economisch gedrag conditioneren te onderzoeken.

Door manieren te onderzoeken die het mogelijk maken dat geld een gunstiger invloed heeft op het economisch leven.

  • Verdiepende vragen
    • Heeft u jongeren de verschillende manieren laten onderzoeken waarop onze geldsystemen economisch gedrag conditioneren?
    • Heeft u erover nagedacht of jongeren samen binnen een project een complementair valutasysteem kunnen creëren?
    • Heeft u jongeren laten verdiepen je in alle lokale valuta en handelssystemen?
    • Heeft u jongeren crowdfunding als optie laten overwegen als een middel om bepaalde aspecten van hun project te financieren?
    • Heeft u jongeren laten onderzoeken welke soorten lokale mogelijkheden kunnen helpen om kapitaal aan te trekken voor hun project?
    • Heeft u jongeren de basis van de community land trust en coöperatieve modellen laten verkennen?
Theoretisch kader

Geschiedenis van geld (SDG 12)

Lange tijd ruilden mensen goederen met elkaar. Een vis voor een stuk brood. Geld bestond toen nog niet. Een van de eerste betaalmiddelen is zout.  Zout is in het Latijn sal. Ons woord salaris is daar van afgeleid. In andere gebieden gebruiken mensen potten, veren, sieraden, dierentanden of schelpen als betaalmiddel. De eerste gouden en zilveren munten werden ongeveer 500 jaar voor Christus gebruikt als ruilmiddel. In 1378 kwam de Hollandse gulden van graaf Willem V in omloop. In die tijd waren er meerdere munthuizen die munten drukten. In 1588 neemt de Staten-Generaal, de hoogste wetgevende macht in de Republiek, de verantwoording van de verschillende provinciale munthuizen in de Republiek op zich. Voor dit speciale doel wordt de Generaliteits Muntkamer opgericht. Die stelt alle regels op waar de vele munthuizen in de Republiek zich aan moeten houden. Rond 1690 werden de gewesten het eens over de invoering van een nieuwe gulden – de generaliteitsgulden. Afgesproken werd dat deze gulden nog maar 9,6 gram fijn zilver zou bevatten. Op deze nieuwe munt werd voor het eerst de munteenheid – de waarde van de munt – vermeld. Vanaf 1830 was er 1 munthuis in Nederland die munten drukten.  In 2002 werd de gulden vervangen door de euro en in 2016 werd het laatste munthuis in Nederland verkocht.

Wat is geld? (SDG 12)

Geld is in essentie een symbolische voorstelling van een zekere waarde.

Er zijn twee soorten geld:
Chartaal geld: dat is al het geld dat je kunt vasthouden. Dus alle munten en bankbiljetten.
Giraal: dat is al het geld dat op betaalrekeningen staat bij banken. Je kunt het direct opnemen met je pinpas of er elektronische betalingen mee doen. Van de ruim 300 miljard euro die in Nederland in omloop is, is nog maar 7 procent chartaal geld.

Fiat geldstelsel ( SDG 12)

Tot 1971 was ons geld altijd direct of indirect gekoppeld aan goud. Sinds de zomer van 1971 hebben we op mondiaal niveau te maken met het zogeheten fiat geldstelsel, een stelsel waarin de uitgevers van geld, namelijk de centrale banken, onbeperkte hoeveelheden ervan kunnen drukken.

Rente (SDG 10 en SDG 12))

Het creëren van geld met rente heeft een grote invloed op de werking van de hedendaagse economieën. Rentebetalingen zijn een mechanisme voor het overbrengen van rijkdom van de armen naar de rijken, zowel binnen landen als internationaal. Dit is duidelijk te zien in de bevindingen van onderzoek uit Duitsland, zoals weergegeven in de grafiek hiernaast. Dit toont aan dat de rijkste tien procent van de bevolking ongeveer twee keer zo veel verdient aan rente-inkomsten op hun deposito’s bij de bank als zij rentebetalingen betalen op hun leningen. Voor de onderste 80 procent is deze vergelijking omgekeerd, waarbij de uitgaven het dubbele zijn van het inkomen.

Gemiddeld betaalt iedere Nederlander van jong tot oud jaarlijks meer dan 7000 Euro (22% van een gemiddeld inkomen) aan rentelasten. Als je jaarlijks niet minstens net zoveel rente ontvangt dan hoor jij bij de 80% die de nadelen van ons huidige geldsysteem ondervindt. Gemiddeld werkt elke Nederlander jaarlijks “gratis” 81 dagen voor de rijkste 1% door de werking van rente in ons huidige economische systeem.’ Bron: Youth for Human Rights. http://www.mensenrechten.org/hoe-werkt-ons-huidige-economische-systeem-eigenlijk/#.XFgp-s9Kiw4

Ditzelfde principe werkt ook op internationaal niveau; de landen in het zuiden hebben miljarden dollars aan schuldaflossing betaald aan de rijke landen en mondiale financiële instellingen, zonder in veel gevallen het geleende kapitaal terug te betalen. ‘Alles wat we tot 1985 of 1986 hebben geleend, bedroeg ongeveer $ 5 miljard. Tot nu toe hebben we ongeveer $ 16 miljard terugbetaald. Toch wordt ons verteld dat we nog steeds ongeveer $ 28 miljard verschuldigd zijn … vanwege de rentetarieven van buitenlandse schuldeisers. Als je me vraagt ​​wat het ergste is van de wereld, zal ik zeggen dat het samengestelde rente is. ‘
– President Obasanjo van Nigeria.

Economische en politieke macht in de wereld sterk geconcentreerd (SDG 8 en SDG 10)

“Er bestaat een “internationale, nomadische sociale klasse” die de planeet domineert, aldus Susan George, directrice van het Transnational Institute (TNI). Het wordt door TNI met een aantal infographics onderbouwd. TNI, een instituut van activistische academici publiceerde deze infographics gelijktijdig met het World Economic Forum in Davos op hun website en facebookpagina. De infographics tonen hoe enorm geconcentreerd de economische en politieke macht in de wereld inmiddels is. De infographics geven de volgende cijfers:

  • 7 van de 10 rijkste bedrijven zijn olie- en energiebedrijven.
  • Minder dan 1% van de bedrijven, voornamelijk banken, controleren de aandelen van 40% van alle bedrijven wereldwijd.
  • Meer dan de helft van de top beursgenoteerde banken en oliemaatschappijen zitten in elkaars besturen.
  • 40 van de top 100 grootste economieën ter wereld zijn bedrijven.
  • 0,001% van de wereldbevolking, slechts 100.000 mensen, bezitten activa ter waarde van 14,6 biljoen dollar, meer dan een vijfde van het BBP van de wereld.
  • Met de activa van alle miljonairs in de wereld zou je de schulden van de EU crisislanden (Griekenland, Ierland, Italië, Portugal, Spanje) tien keer kunnen afbetalen
  • Alleen de toename van de welvaart in 2011 van de 25 rijkste miljardairs van de wereld zou de gehele universitaire studiekosten van het Verenigd Koninkrijk elf keer kunnen betalen.
    Met de totale rijkdom van deze 25 miljardairs zou je de volledige kosten van universeel primair en secundair onderwijs in ontwikkelingslanden bijna vier keer kunnen betalen.”

Bron: https://economielinks.wordpress.com/2013/02/06/tni-wie-domineert-de-planeet/

Hoe werkt geldschepping? (SDG 8)

“Bij geld denkt men vaak eerst aan bankbiljetten en munten. Ons huidige geld bestaat echter nog maar voor ongeveer zeven procent uit contant geld. Het overgrote deel van de geldhoeveelheid – 93 procent – bestaat uit giraal geld. Dit zijn banktegoeden, feitelijk schulden van de bank aan de rekeninghouder. Dit girale geld wordt voornamelijk door commerciële banken gecreëerd bij het verstrekken van leningen.
Hoe gaat dit in zijn werk? Wanneer een bank een lening verstrekt, is de uitstaande lening een nieuwe bezitting voor de bank; de lener dient deze met rente af te betalen. Tegelijkertijd schrijft de bank een giraal tegoed bij op de rekening van de klant die de lening aangaat. Dit girale tegoed is een schuld van de bank aan de rekeninghouder; de rekeninghouder kan dit tegoed desgewenst opnemen in contanten. Geld, schuld en banken zijn in het huidige systeem dus nauw met elkaar verweven. Dat banken nieuw geld kunnen scheppen betekent niet dat dit een ongeremd proces is. “

Bron: https://www.wrr.nl/binaries/wrr/documenten/rapporten/2019/01/17/geld-en-schuld—de-publieke-rol-van-banken/R100+Geld+en+Schuld+-+Synopsis_web.pdf

 

Er zijn drie belangrijke factoren die geldcreatie in de economie beïnvloeden. (SDG 8)

  1. Er moet vraag naar leningen zijn. Alleen dan kan er een lening worden verstrekt en wordt er nieuw geld gecreëerd.
  2. Balansrisico’s zijn voor banken een beperkende factor bij de creatie van geld. Banken lopen bij het verstrekken van een lening het risico dat deze niet wordt terugbetaald. Een bank moet voldoende eigen vermogen hebben om eventuele verliezen op te vangen.
  3. De rentes die de centrale bank hanteert hebben grote invloed op andere rentes, op wisselkoersen en op prijzen van aandelen en obligaties. Dit alles beïnvloedt de vraag naar leningen en de bereidheid van banken om die te verstrekken.

Veranderende context voor geldschepping

  1. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van contant geld naar giraal geld. Waar na de Tweede Wereldoorlog de maatschappelijke geldhoeveelheid nog maar voor iets meer dan de helft uit giraal geld bestond, is dat nu meer dan 90 procent.
  2. De publieke betaal- en spaaropties zijn nagenoeg verdwenen.

Deze veranderde context is van belang omdat de risico’s van geldschepping voor banken veranderd zijn. Banken houden tegenwoordig minder reserves en makkelijk verkoopbare bezittingen aan en hebben een impliciete overheidsgarantie, die het risico op faillissement vermindert. Dit houdt in dat de
remmen op geldschepping minder sterk zijn geworden.

 

De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.) signaleert twee kernproblemen in ons huidige geldstelsel (SDG 10)

  1. De grote omvang van private  schulden en hoge volatiliteit van schulden en de onbalans tussen publieke en private belangen. De hoge schuldenniveaus kunnen leiden tot meer instabiliteit (crises), zorgen ervoor dat herstel na een crisis langer duurt en leiden tot onevenwichtige economische groei.
  2. De borging van de publieke dimensie. De paradox is dat terwijl een steeds groter deel van het bankwezen is gaan opereren als puur commerciële instellingen, het bankwezen – ongemerkt – een steeds grotere publieke rol is gaan vervullen. Door het toenemende belang van giraal geld, het verdwijnen van de publieke optie voor betalen en sparen en de concentratie in het bankwezen, is een beperkt aantal banken steeds belangrijker geworden voor cruciale publieke belangen, zoals de betaalinfrastructuur, kredietverlening en financiële stabiliteit. De overheid heeft ook een grotere rol in het bankwezen. Door de omvang van banken en hun belangrijke rol in het betaalverkeer en kredietverlening is de impliciete en expliciete overheidsgarantie groter geworden, zoals tijdens de crisis ook bleek uit de omvangrijke bedragen waarmee banken zijn gered. Banken zijn door deze ontwikkelingen feitelijk een soort semipublieke instellingen geworden.

Mogelijke hervormingen voor het geldstelstel (SDG 10 en SDG 12)

Oplossing van stichting Ons Geld, gebaseerd op het Chigagoplan uit de jaren dertig: doorsnijden van de nauwe band tussen geld en schuld. Het huidige bankenlandschap zou worden gesplitst in een betaaldeel en een financieringsdeel. In het betaaldeel wordt geld aangehouden op rekeningen direct bij de centrale bank of bij betaalbanken waarbij alle tegoeden voor honderd procent gedekt zijn met centralebankreserves. In het financieringsdeel dienen banken eerst geld op te halen voordat zij leningen
kunnen verstrekken. Zij kunnen dus geen nieuw geld creëren.

Stichting Ons Geld heeft meerdere innovatieve theorieën ontwikkeld hoe je het geldstelsel zou kunnen hervormen. Eén daarvan is het invoeren van een digitale kluis waar je je geld kunt bewaren zonder gedwongen te zijn het uit te lenen (aan een bank) en waarmee je op een snelle, veilige, goedkope (gratis?) en (semi)anonieme manier betalingen kunt doen.

Bron: https://onsgeld.nu/meer-info/

Aanbevelingen WRR: De WRR vindt  een evenwichtigere groei van schuld en een betere balans tussen publieke en private belangen belangrijk en zien een aantal belangrijke veranderingen die daarvoor doorgevoerd moeten worden. De WRR  beveelt aan:
– Zorg voor diversiteit in de financiële sector
– Tem de overmatige schuldengroei
– Wees beter voorbereid op de volgende crisis
– Veranker de publieke dimensie van banken

Bron:https://www.wrr.nl/binaries/wrr/documenten/rapporten/2019/01/17/geld-en-schuld—de-publieke-rol-van-banken/samenvatting-geld-en-schuld-de-publieke-rol-van-banken.pdf

Islamitisch bankieren: Er is een groeiende belangstelling in de concepten die ten grondslag liggen aan islamitisch bankieren. Islamitisch bankieren of islamitisch financieren, is een systeem van bankieren volgens de principes van de sharia, de islamitische wetgeving. Aangezien de islam geen vast leergezag kent, variëren de precieze regels van land tot land. In essentie  houdt dit in dat de banken een aandeel nemen in de bedrijven waarin ze investeren in plaats van rente in rekening te brengen. Dit zou, zo wordt betoogd, zowel een grotere belangengemeenschap creëren tussen ondernemer en bankier om ervoor te zorgen dat het bedrijf een succes wordt en tevens de behoefte aan groei op jaarbasis wegnemen.

De hervorming van de reservevaluta is ook het onderwerp van vele voorstellen voor monetaire hervorming. Een reservemunt of -valuta is een valuta die door de overheid en andere instanties van een land vaak in grote hoeveelheden achter de hand wordt gehouden als onderdeel van de internationale reserves van een land. Deze valuta is doorgaans niet de valuta van dat land zelf, maar de valuta die wereldwijd het meest gebruikt wordt voor de handel in bepaalde goederen zoals aardolie, goud enz. De Amerikaanse dollar en de euro zijn de twee valuta die het meest worden gebruikt als reservemunt. Samen zijn ze goed voor 90% van de wereldwijde reserves. (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Reservemunt). Als alternatief lijkt er een drievoudig handelssysteem op te komen, één in elk van de economische hoofdblokken van de wereld; Europa’s Euro, Azië Yen en de Amerikaanse dollar. Andere ideeën omvatten de oprichting van een nieuwe valuta voor internationale handel. Deze omvatten de Terra (Lietaer 2001) en de Emission Based Currency Unit (Douthwaite 1999).

TNI-studie: In de recent voltooide TNI-studie is de grondgedachte in detail uiteengezet voor 10 belangrijke vereisten voor de wereldwijde financiële sector. Dit zijn: 1) Beperk de activiteiten van hedgefondsen en sluit belastingparadijzen; 2) verbod op door hypotheek gedekte waardepapieren en derivaten; 3) Ga naar 100 procent reserve banking; 4) Nationaliseren van financiële instellingen die “te groot zijn om te falen”; 5) Herinstalleer de Glass Steagall Act die een Chinese muur heeft geplaatst tussen commercial banking en investment banking; 6) Stel drastische beperkingen in voor de beloning van bestuurders; 7) Uitfasering van ratingbureaus; 8) Een nieuwe Bretton Woods-conferentie bijeenroepen om nieuwe instellingen en regels voor mondiaal financieel bestuur op te zetten, het monopolie van de dollar als reservemunteenheid van de wereld te beëindigen en nieuwe, eerlijke regelingen voor ontwikkeling en klimaatfinanciering vast te stellen; 9) Maak de centrale banken verantwoordelijk; en 10) Ga naar een volledige politieke, fiscale en monetaire unie in de landen van de eurozone of anders de euro verlaten. Bron: https://www.globalinfo.nl/Achtergrond/crisis-na-crisis-waarom-hervorming-van-de-financiele-sector-niet-genoeg-is

“Als geld niet uw dienaar is, zal het uw meester zijn.
– Sir Francis Bacon

Alternatieve valuta (SDG 12)

Het is nog niet zo heel lang geleden dat iedere regio zijn eigen munt had. En het lijkt erop dat steeds meer regio’s en gemeenschappen opnieuw gebruik maken van een eigen alternatieve valuta. Een alternatieve munteenheid of alternatieve valuta is een munteenheid die geen wettig betaalmiddel van een land, regio of streek is (zoals de munteenheden die vastgelegd zijn in de ISO 4217), of dit in het verleden was (zoals historische munteenheden), maar die wel als betaal- of ruilmiddel wordt gebruikt. Ze worden soms ook wel complementaire munteenheden genoemd. Complementaire munten bestaan op verschillende niveaus en voor verschillende doeleinden. Een paar voorbeelden:

  • Flyer miles die wereldwijd gebruikt worden door de luchtvaartindustrie
  • Japanse Fureai Kippu (letterlijk “Zorgrelatie Tickets”)
  • Saber certificaten
  • Bitcoins
  • Blockchain
  • Energycoin
  • WIR
  • LETS

Het startpunt voor complementaire munten is om die behoefte (noden) te vervullen die onvervuld blijven nadat de transacties door middel van gewoon geld gebeurd zijn. Denk aan:

  • Sociale behoefte (node) als ouderenzorg of jeugdbegeleiding.
  • Economische behoefte (node) als werkloosheid en onvoldoende tewerkstelling.
  • Commerciële behoefte (node) zoals de concurrentiekracht van lokale bedrijven tegenover supermarktketens en grootwarenhuizen.
  • Ecologische, culturele, educatieve behoefte (node).
  • Ondersteuning voor plaatselijke non-profit organisaties en gemeenschapsprojecten.

De voordelen van complementaire munten  zijn:

  • Complementair geld levert een win-winsituatie voor iedereen.
  • Complementair geld stabiliseert het economisch en sociaal systeem.
  • Het is transparant.
  • Het kan democratisch gecontroleerd worden.
  • Complementair geld brengt onbenutte bronnen van waarde in contact met onvervulde wensen en creëert daarom nieuwe banen, die vaak niet ‘economisch’ zijn binnen het huidige geldsysteem.
  • Complementair geld bevordert de sociale interactie en dus de sociale ‘lijm’ tussen de deelnemers.
  • Complementair geld is goed voor de regionale economie. Het bevordert de lokale werkgelegenheid en zorgt ervoor dat er minder transport nodig is, wat goed is voor het milieu.
  • Complementair geld kan niet gebruikt worden voor speculatie op de financiële markten en ook niet om winsten naar belastingparadijzen door te sluizen.
  • Complementair geld draagt eraan bij dat aan de groeiende inkomensverschillen een halt wordt toegeroepen. Er wordt geen rente op dit geld geheven, dus er is ook geen rente-overdracht van lage naar hoge inkomens.

(Bron:  http://www.transitie.be/userfiles/file/De%20gids%20voor%20een%20gemeenschapsmunt.pdf)

Er zijn 1,8 miljoen Japanners die dagelijks hulp nodig hebben. Japan is, samen met Italië, de snelst verouderende samenleving ter wereld. Je hebt dus de keuze: als je oneindig veel geld hebt als overheid, kun je de kosten van die veroudering betalen in de gewone munt. Maar er zal een moment komen waarop er zoveel zorgbehoevende bejaarden zijn, dat je dat niet meer kunt. Dan begint de harde keuze. Ofwel moet je de belastingen verhogen tot boven de 100 procent, ofwel gebruik je de methode van Margaret Thatcher: de taart blijft even groot maar je verdeelt ze in steeds kleinere stukjes. De derde oplossing is een speciale munt scheppen die niet uit hetzelfde budget betaald wordt.” PROFESSOR BERNARD LIETAER

Japanse Fureai Kippu (SDG 10)

De Japanse fureai kippu zorgzame relatiebiljetten helpen de financiële gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Buren kunnen Japanse ouderen bijstaan in hun dagelijkse problemen en zo fureai kippu verdienen, die uitgedrukt worden in aantal uren. Die kunnen ze sparen tot ze ze zelf nodig hebben of doorsturen naar hun ouders of verwanten elders in Japan die dezelfde behoefte hebben. De fureai kippu munt bevordert de samenhang tussen de mensen.

Complementaire munt de WIR (SDG 10)

“In Zwitserland bestaat de complementaire munt de WIR al sinds 1934.  Kleine en middelgrote bedrijven betalen en kopen bij elkaar met WIR. Er doen 60.000 bedrijven aan mee, dat wil zeggen ongeveer 20% van de kleine en middelgrote bedrijven in Zwitserland. De WIR verhoudt zich tot de Zwitserse Franc als 1:1.
De werking van de WIR is tegengesteld aan de werking van het gewone geld. Banken geven normaal gesproken meer krediet bij economische voorspoed en minder tijdens een recessie. Dit versterkt de ups en downs in de economie en zorgt voor instabiliteit.
De WIR biedt hiervoor een oplossing. Ten tijde van een depressie wordt de omzet in WIR hoger. Tijdens een periode van economische voorspoed worden meer Zwitserse Francs gebruikt. De meeste bedrijven geven de voorkeur aan de Zwitserse Franc, maar bij economische tegenwind zijn ze allang blij als ze hun producten kunnen verkopen en dan tegen WIR. De WIR werkt dus, zoals zoveel complementaire munten, contracyclisch ten opzichte van de ups en downs. Dit zorgt voor stabiliteit in de economie. “

Bron: http://welvaartvooriedereen.nl/2014/02/monetaire-hervorming/.

LETS (SDG 10)

In de jaren zeventig is in Canada LETS bedacht. LETS, voluit Local Exchange Trade Systems, werken als een soort bank, waarbij iedere deelnemer een ‘bankrekening’ in LETS-eenheden, bijvoorbeeld ‘Noppies’ heeft. Anders dan bij een normale bank wordt er niet moeilijk gedaan met boeterente als je onder de nullijn zit (al mag het saldo niet te laag worden).

Tijdbanken (SDG 10)

Tijdbanken zijn wederzijds vrijwilligerswerksystemen, die mensen aanmoedigen om hun tijd en hun vaardigheden met elkaar te delen. Deelnemers verdienen tijdcredits door hun tijd te besteden aan anderen in hun gemeenschap. Ze kunnen hun tijdskredieten besteden aan de vaardigheden en ondersteuning van andere deelnemers wanneer ze een helpende hand nodig hebben. Mensen helpen elkaar met van alles, zoals babysitten, telefoongesprekken, het delen van maaltijden en het geven van liften naar de winkels. Binnen tijdbanken wordt de tijd van iedereen gelijk gewaardeerd: één uur is gelijk aan één tijdslimiet. Net als bij LETS worden tijdskredieten en afschrijvingen centraal vastgelegd met behulp van vrij te downloaden software. Tijdbanken zijn ontworpen op basis van het feit dat nuttig voelen een fundamentele menselijke behoefte is – die velen in de samenleving worden ontzegd – en transformatief kan zijn.

Saber (SDG 10)

Een goed voorbeeld van tijdbankieren komt uit een voorstel dat onlangs is gedaan door het ministerie van onderwijs in Brazilië door de valutaontwerper, Bernard Lietaer. In Brazilië is 40% van de bevolking jonger dan 15 jaar, wat een enorme educatieve uitdaging vormt. Toen de mobiele-telefoon sector werd geprivatiseerd, rekende de overheid een toeslag van 1% op alle mobiele telefoonrekeningen ten gunste van het onderwijs . Dit resulteerde in 2004 in een fonds van 1 miljard US $ of 3 miljard Reais voor onderwijs. Lietaer heeft tevens voorgesteld om vouchers te geven, genaamd ‘Saber’, aan de jongste studenten die deelnemen aan het onderwijssysteem –  de 7-jarige studenten. Deze studenten zouden de Saber kunnen gebruiken om oudere jongens (zeg 10-jarigen) te engageren als academische mentoren. De 10-jarigen zouden op hun beurt 13-jarigen in dienst kunnen nemen die op hun beurt 15-jarigen in dienst zouden kunnen nemen die uiteindelijk 17-jarigen als mentor zouden kunnen inschakelen. De 17-jarigen zouden de Saber gebruiken om een ​​deel van hun universitaire collegegeld te betalen. Lietaer stelt voor dat de Saber-certificaten 20% van hun waarde per jaar verliezen, een vorm van overliggeld, om hamsteren te ontmoedigen. Tot nu toe is dit voorstel niet geïmplementeerd.

Bitcoins (SDG 10)

Bitcoin is een complexe materie, wat voor veel mensen moeilijk te begrijpen is. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen twee dingen: het Bitcoin-netwerk met de achterliggende techniek (Bitcoin) en het betaalmiddel (bitcoins). Bitcoins zijn de digitale eenheden die over het netwerk worden verstuurd in transacties en een zekere waarde vertegenwoordigen. Bitcoins kun je gebruiken om digitaal betalingen te verrichten zonder dat dit hoeft via een bank of andere centrale instelling. Je kunt het zien als een soort digitaal contant geld. Officieel wordt het in Nederland echter nog niet erkend als valuta.

Een betaling versturen en ontvangen gaat net zo makkelijk als het sturen van een e-mail, alleen dan met behulp van een bitcoinadres (een reeks cijfers en letters) via het Bitcoin-netwerk. Om bitcoins over te kunnen maken heb je voor elk bitcoinadres een unieke sleutel (private key) nodig waarmee je een digitale handtekening maakt om aan te tonen dat je de eigenaar bent. Dit wordt over het algemeen voor je gedaan door een Bitcoin-portemonnee (wallet). Dat is een website of programma / app die voor jou je private keys en besteedbaar bitcoin-saldo beheert waardoor je je bitcoins eenvoudig kunt uitgeven.

Het Bitcoin-netwerk is decentraal: er is geen centrale instantie of server die de macht heeft. Iedereen die zich wil aansluiten kan dat doen. Elke computer die meedoet, maakt verbinding met een aantal andere computers. Transacties worden door iedere computer gecontroleerd en als deze voldoet aan de voorwaarden, doorgestuurd aan een aantal andere. Zo verspreiden transacties zich binnen seconden over de hele wereld. Elke computer houdt een kopie bij van het transactiegrootboek: de blockchain.
Bron: https://bitonic.nl/over-bitcoin

Blockchain (SDG 10)

Blockchain kan het beste worden vergeleken met een spreadsheet of een excel werkblad. Een excelsheet die is gedeeld met iedereen ter wereld.

“Een lijst met gegevens waarbij iedereen die meedoet een exacte kopie van die lijst krijgt en kan zien wat er in staat. Iedereen met de spreadsheet kan vervolgens ook wijzigingen aanbrengen in de database. En wanneer een wijziging in de spreadsheet wordt gemaakt, dan wordt deze aanpassing direct overgenomen op alle andere kopietjes van de lijst. Het resultaat is dat iedereen altijd naar dezelfde lijst met gegevens kijkt. Overal ter wereld, op elk moment. Mensen die google drive gebruiken weten dat dit soort spreadsheets al bestaan met de mogelijkheid om de google sheets te delen. Er is echter één eigenschap die blockchains uniek maakt. En dat is dat aan een blockchain alleen nieuwe regels toegevoegd kunnen worden aan de onderkant van de lijst. In feite is hiermee het enige wat een blockchain doet het toevoegen van nieuwe rijen, die automatisch met iedereen worden gedeeld. Het is niet mogelijk om een wijziging door te voeren in eerder toegevoegde regels. De cryptografische software zorgt hiervoor, door het combineren van alle rekenkracht in het netwerk voor de controle van de toevoegingen en het weigeren van mutaties. Voor de Bitcoin blockchain betekent dit dat u geen balans kunt wijzigen maar alleen een bedrag kunt overmaken naar iemand anders. “

Bron: http://www.watisblockchain.nl/wat_is_blockchain.php

Energycoin (SDG 10)

Een blockchain kun je op diverse manieren inzetten. De energycoin is hier een voorbeeld van. Met de EnergyCoin blockchain leg je een lokale klimaatactie of duurzame handeling vast in zogenaamde tokens. Aan deze tokens kun je een waarde verbinden. Zoals de waarde van energiebesparing, het opwekken van duurzame energie of het vastleggen van het vermijden van de uitstoot van broeikasgassen, en acties vastleggen die de biodiversiteit meetbaar vergroten of de natuur beschermen.

Leven zonder geld (SDG 12)

Filmmaker Mundo Resink besloot in 2016 zonder geld tien maanden op reis te gaan. Hij zegde zijn huur op, al zijn abonnementen én zijn zorgverzekering. Hij had dus geen  burgerservice-nummer meer, en stond te boek als emigrant. Al lopend, fietsend en liftend reisde Mundo in tien maanden van Schotland naar Portugal. Zijn ervaringen heeft hij opgeschreven in korte artikelen. Mundo’ s belangrijkste les over geld: “Geld is niet iets vastomlijnds. Sterker nog, geld is precies wat wij ervan maken. “We kunnen geld gebruiken om dingen kapot te maken, maar ook om dingen mogelijk te maken. De relatie die we met geld aangaan is een reflectie van hoe wij mensen ons tot onszelf, elkaar en de wereld verhouden.”

Slow money (SDG 12)

In de afgelopen jaren heeft het snelle tempo van financiële transacties op wereldschaal de drang in veel gemeenschappen vergroot om het proces te vertragen en geld aangelegenheden toegankelijker te maken voor de civiele samenleving. Uit deze drang om de financiële transactieprocessen te vertragen is een beweging ontstaan die men ook wel ‘Slow money’ noemt.

De missie van Slow Money is het opbouwen van lokale en nationale netwerken en het ontwikkelen van nieuwe financiële producten en diensten, gericht op:

  • Beleggen in kleine voedingsbedrijven en lokale voedselsystemen.
  • Het verbinden van investeerders met hun lokale economieën.
  • Het opbouwen van de nurture capital industrie. Bodemvruchtbaarheid, draagkracht, gevoel voor plaats, zorg voor de commons, culturele, ecologische en economische gezondheid en diversiteit, geweldloosheid  zijn de fundamenten van nurture capital, een nieuwe financiële sector die de opkomst van een herstellende economie ondersteunt.

Dit zijn de fundamenten van de Slow Money-principes.

  • We moeten geld terugbrengen naar de aarde.
  • Er is zoiets als geld dat te snel is, bedrijven die te groot zijn, te complexe financiële middelen. Daarom moeten we ons geld vertragen – niet alles, natuurlijk, maar genoeg om ertoe te doen.
  • De 20e eeuw was het tijdperk van Buy Low, Sell High, Wealth Now. De 21e eeuw zal het tijdperk zijn van nurture capital, gebouwd rond principes van draagkracht, zorg voor de commons, gevoel voor plaats en geweldloosheid.
  • We moeten leren beleggen alsof voedsel, boerderijen en vruchtbaarheid er toe doen. We moeten investeerders verbinden met de plaatsen waar ze wonen, vitale relaties en nieuwe bronnen van kapitaal creëren voor kleine voedselbedrijven.
  • Laten we de nieuwe generatie ondernemers, consumenten en investeerders vieren die de weg wijzen naar het maken van een goed leven.
  • Paul Newman zei: “Ik ben toevallig van mening dat we in het leven een beetje moeten lijken op de boer die wat hij eruit haalt weer in de aarde legt.” Als we de wijsheid van deze woorden erkennen, beginnen we met het opnieuw opbouwen van onze economie en vragen we:
    – Hoe zou de wereld eruit zien als we 50% van onze activa zouden investeren binnen 50 mijl van ons land?
    – Wat als er een nieuwe generatie bedrijven zou zijn die 50% van hun winst weggeven?
    – Wat als er 50 jaar later 50% meer organisch materiaal in onze bodem zou zijn?

    De bovenstaande informatie is afkomstig van http://org2.democracyinaction.org/o/6351/p/dia/action/public/?action_KEY=1637

Er is een groeiend aantal bewijzen dat bedrijven die lokaal eigendom zijn, in vergelijking met bedrijven die eigendom zijn van de overheid, meer inkomsten, rijkdom, banen, belastingontvangsten, liefdadigheidsbijdragen en een lagere CO2-voetafdruk genereren.”
Michael Shuman

Microkrediet (SDG 10 en SDG 12)

Dit is geen liefdadigheid. Dit zijn zaken: zaken met een sociaal doel, namelijk mensen helpen om uit de armoede te komen
– Mohammed Yunus

Conventionele wijsheid zegt dat het niet mogelijk is om aan arme mensen te lenen. Dit komt deels omdat ze weinig activa hebben en dus geen onderpand kunnen bieden en deels omdat de kosten van het verstrekken van leningen aan veel armen simpelweg te hoog zijn bevonden. Dit idee werd weggenomen door de opkomst van microkrediet, een model dat werd gepionierd door Mohammed Yunus en de Grameen Bank in Bangladesh, dat nu wijdverspreid is in meer dan 40 landen over de hele wereld, zowel in geïndustrialiseerde als niet-geïndustrialiseerde landen. De kern van het Grameen-systeem is de organisatie van leners in zelfhulpgroepen van vijf vrouwen – 97 procent van de leningen van de bank is bestemd voor vrouwen. Een lening wordt aan één lid tegelijk verstrekt en geen ander groepslid komt in aanmerking voor een lening totdat de openstaande lening is terugbetaald. Dit moedigt samenwerking en wederzijdse ondersteuning tussen de leden van de groep aan. Deze microkredieten kunnen van cruciaal belang zijn om arme mensen te helpen uit de armoedeval te klimmen. Met een kleine lening kunnen ze eenvoudige apparatuur kopen, zoals naaimachines, fietsen en waterpompen of grondstoffen voor ambachtelijke activiteiten. De Wereldbank schat dat er nu meer dan 7000 microfinancieringsinstellingen zijn, die ongeveer 16 miljoen arme mensen bedienen in de economisch arme landen in het zuiden.

Definitie van communautaire financiering (SDG 10 en SDG 12)

Community-based financiering is het gebruik van lokale en ondersteunende financiële instellingen en organisaties om lokale bedrijven en individuen binnen dezelfde gemeenschap of hetzelfde geografische gebied te financieren. Het concept impliceert een continue cyclus waarin inwoners van de gemeenschap, in dienst van de handel met lokale bedrijven, hun spaargeld storten in instellingen die in handen zijn van de lokale overheid of van een gemeenschappelijke organisatie, die vervolgens (en herhaaldelijk) leningen verstrekken aan of investeren in lokale bedrijven en particulieren.

Crowdfunding (SDG 12)

Crowdfunding is een alternatieve wijze om een project te financieren. Om een project te financieren gaan ondernemers in de meeste gevallen naar de bank om een kredietaanvraag te doen en zo startkapitaal te verkrijgen. Bij crowdfunding financiert het publiek (de crowd) het benodigde kapitaal via een online platform. Het idee is dat veel mensen een (relatief) klein bedrag inleggen en dat deze investeringen bij elkaar genoeg geld opleveren om het volledige project te financieren. Er zijn meerdere manieren waarop een project of een bedrijf kan worden gefinancierd. Vaak wordt er onderscheid gemaakt tussen donaties, sponsoring, leningen en aandelen. Iedere financierder zal de risico’s en het verwachte rendement met elkaar afwegen, of dat nu een bank is of iemand die investeert in een crowdfunding campagne. Een belangrijk verschil met traditionele manieren van financiering is dat er bij crowdfunding vaak een persoonlijk aspect bij komt kijken. Wanneer een idee door de menigte (de ‘crowd’) als sympathiek wordt beschouwd dan is de kans vrij groot dat het slaagt. Crowdfunding heeft meerdere voordelen. Projecten die door de bank of andere traditionele investeerders als niet interessant of te risicovol worden bestempeld, hebben de kans om door crowdfunding wel gefinancierd te worden. Crowdfunding wordt tevens ingezet om te testen hoe het publiek reageert op een idee.

Community Land Trust (CLT) (SDG 10 en SDG 12)

Een CLT’s is een organisatie die grond aankoopt en beheert als een gemeenschappelijk goed. Dit zijn de basisprincipes van een CLT:

  • De eigendom van de grond wordt gescheiden van die van het gebouw. De CLT blijft altijd eigenaar van de grond. De woningen worden eigendom van hun bewoners, via erfpachtcontracten. Ze krijgen dezelfde rechten en verantwoordelijkheden als een gewone eigenaar.
  • CLT’s creëren betaalbare woningen voor lage inkomens. De koper koopt de woning aan onder de marktprijs. Het verschil wordt bijgelegd door de trust, via subsidies of giften.
  • Als de bewoner zijn woning verkoopt, ontvangt hij al wat hij zelf heeft geïnvesteerd, maar slechts een deel van de meerwaarde. Zo blijft de woning betaalbaar voor gezinnen met een laag inkomen.
  • De CLT wordt bestuurd als een gemeenschappelijk goed. Alle bewoners kunnen participeren aan het bestuur. Ook buren die niet in een CLT-huis wonen en overheden, zoals de gemeente of het gewest, worden bij het bestuur betrokken.
  • Naast koopwoningen kan de CLT ook winkelruimte, ruimte voor culturele activiteiten, of waar er in de buurt ook maar behoefte aan is verkopen. Soms verhuurt de CLT ook woningen.

In België, Groot-Brittannië  en Amerika gebruiken ze hiervoor de Community Land Trust (CLT). De H-Buurt in de Bijlmer is een van de ontwikkel buurten in Amsterdam, waarin zowel de gemeente als woningbouwcorporaties de aankomende jaren extra zullen investeren. Om de segregatie in Amsterdam tegen te gaan en inclusieve stadsvernieuwing en betaalbare woningen tegelijk te laten ontstaan zijn ze het principe van de zogenaamde Community Land Trust (CLT) in de H-Buurt van de Bijlmer aan het  testen.

Panden in collectief bezit (SDG 10 en SDG 12)

Om ruimte te bieden aan eigen initiatief is in Nederland in de nieuwe Woningwet (1 juli 2015) opgenomen dat huurders een wooncoöperatie kunnen starten waarmee ze de huurwoningen van de verhuurder (vaak een woningcorporatie) kunnen overnemen. Ook woningzoekende groepen kunnen kiezen voor collectief kopen en samen huren.

In verschillende steden in Duitsland wonen en werken bijna 2000 mensen met elkaar in panden die in collectief bezit zijn en waarin individuen de door hen gebruikte en gedeelde ruimte huren. In Duitsland is daarvoor een overkoepelend netwerk opgericht. Dit solide netwerk omvat 140 huisprojecten en 17 projectinitiatieven.  De koppeling die deze koppeling maakt, wordt Mietshäuser Syndikat genoemd.

In Nederland zet VrijCoop het model van het in Duitsland actieve Mietshäuser Syndikat om naar de Nederlandse situatie.

De jongeren

  • Analyseren wat geld is en hoe het werkt.
  • Verkrijgen van casestudie-inzichten over hoe verschillende ecologische projecten en ecologische gemeenschappen over de hele wereld erin zijn geslaagd om bloeiende lokale economieën te ontwikkelen.
  • Doen praktische operationele informatie op over het opzetten en beheren van gemeenschapsbanken en valuta systemen.
2.2.1 Eerlijk is eerlijk Ga naar opdracht

De niet-monetaire waarde van objecten ervaren en nieuwe manieren ontdekken om te krijgen wat we willen, nodig hebben en wensen, door middel van handel.

2.2.2 Ruilhandelspel Ga naar opdracht

De positieve kant van geld en de initiële waarde van geld ervaren zodat een breder beeld rond geld en ruilhandel ontstaat. Daarmee tevens een beeld krijgen van hoe het huidige geldstelsel afgedwaald is van haar originele doel.

Overige activiteiten
  • LETS Game: illustreert hoe LETS-systemen werken. Studenten worden gevraagd om op te sommen welke goederen en diensten ze kunnen aanbieden en vervolgens wisselen ze deze dingen onderling uit, zonder geld om te wisselen of in een andere papieren valuta. Gebruik indexkaarten om de imaginaire items die tijdens deze oefening worden verhandeld te labelen.
  • Hands-on sessies: met degenen die een commanditair muntsysteem hebben gecreëerd.
  • Commanditaire munten: Verken de details van ontwerp, creatie en beheer van verschillende commanditaire muntsystemen.
  • Alternatief valutasysteem: ontwerp een uniek alternatief valutasysteem.

 

Kernbegrippen

  • Geld en geldsystemen
  • Experimenten met lokale investeringen en lokale valutasystemen
  • Gemeenschapsbanken
  • Microkrediet

2.2.1 Eerlijk is Eerlijk

Activiteiten    1 2

Jongeren hebben vaak best veel materiële zaken waar ze zat van zijn en die ze eenvoudig op kunnen geven. Een riem, een sieraad, een muziekinstrument, een boek, een cd, snacks, speelstukken zoals kaarten of stenen, handschoenen, maskers, sjaals, en new age objecten zijn een geweldige bron voor een goede-doelen markt/ ruilmarkt.

.

 

De niet-monetaire waarde van objecten ervaren en nieuwe manieren ontdekken om te krijgen wat we willen, nodig hebben en wensen, door middel van handel.

Deelnemers leren hoe ze creatieve manieren kunnen gebruiken om te genieten van economische vitaliteit en eerlijke handelspraktijk.

Een nette ruimte die groot genoeg is om een diverse objecten uit te stallen. Elke deelnemer neemt een eigen object mee om aan te bieden op de markt en stalt deze uit op de daarvoor bestemde plaats.

Vraag de jongeren om zelf een ruilbeurs te  organiseren met als bezoekers cursisten en genodigden. Dit is een goede activiteit om te reflecteren op de economische sectie. Het idee is niet het doen van giften. Nee, het format van deze beurs zorgt er voor dat iedereen objecten kan kiezen op basis van behoefte, verlangen of eenvoudigweg omdat hun aandacht getrokken wordt.

Een object naar de markt meenemen, is er geen verplichting om iets mee terug te nemen. Wanneer iemand iets van de markt meeneemt, hoeft hij niet iets in de markt in te brengen. Degenen die geïnteresseerd zijn in eenzelfde item regelen zelf hoe wie het meeneemt en beslissen dit volgens hun eigen criteria. Een ruilbeurs kan aan het begin van de dag worden geopend en op elk gewenst moment beëindigen. Het runnen van een ruilbeurs is erg leuk en licht!

Vraag de jongeren of ze allemaal blij zijn met wat ze hebben gekregen op de markt. Hoe het voelde om afstand te doen van spullen. Of er nog geld verdiend is voor goede doelen. En of het de moeite waard is om dit vaker te doen, eventueel op andere plaatsen in de stad / het dorp. Of misschien in het weekend op school. Hoe zou dit verder binnen de gemeenschap opgezet kunnen worden en welke problemen zou dit dan oplossen voor de bewoners?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Alle

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

2.2.2 Ruilhandelspel

Activiteiten    1 2

In den beginne was er ruilhandel. Op een zeker moment is de ruilhandel verdwenen en vanaf dat moment werd er geld gebruikt om te handelen. Waarom?

Ervaren wat de functie van geld is en dat geld de handel een stuk eenvoudiger maakt.

De positieve kant van geld en de initiële waarde van geld ervaren zodat een breder beeld rond geld en ruilhandel ontstaat. Daarmee tevens een beeld krijgen van hoe het huidige geldstelsel afgedwaald is van haar originele doel.

Hand-outs, geprinte kaartjes in sets.

Download kaartjes in Word of PDF

Elke jongere krijgt een hand-out met 10 items die ze bezitten en tien items die ze moeten krijgen. In elke transactie mogen ze één artikel met  één ander artikel ruilen. De studenten krijgen ook een lijst waarop ze elke transactie die ze maken vast kunnen leggen. De tijdslimiet is ongeveer 20 minuten en ze krijgen extra punten voor elk item op hun verlanglijst dat ze uiteindelijk krijgen.

1

Apple

Bottle

Checkers

Desk

Glove

Lock

Organ

Radio

Socks

Turkey

2

Backpack

Bread

Cheese

Dog

Guitar

Magazine

Pen

Raisins

Soda

TV

3

Bag

Burger

Chicken

Door

Hammer

Map

Pencil

Rake

Spoons

Umbrella

4

Banana

Cake

Coat

Drums

Hat

Matches

Pepper

Rope

Straws

Vase

5

Baseball

Candles

Coffee

Fish

Honey

Milk

Phone

Rug

Sugar

Violin

6

Basketball

Candy

Comb

Flute

Ice Cream

Mirror

Piano

Ruler

Syrup

Vitamins

7

Bed

Car

Compass

Folder

Iron

Mustard

Pie

Salt

Table

Wagon

8

Beer

Carrot

Computer

Football

Jelly

Napkins

Pillow

Screwdriver

Tape

Wallet

9

Belt

Cat

Corn

Forks

Juice

Newspaper

Plates

Shirt

Tea

Watch

10

Bike

Cereal

Couch

Fries

Ketchup

Notebook

Popcorn

Shoes

Toothbrush

Wine

11

Blender

Chain

Crackers

Frisbee

Knives

Nuts

Printer

Shorts

Towel

Wrench

12

Book

Chair

Cups

Glasses

Light Bulbs

Oranges

Puzzle

Shovel

Trumpet

Yogurt

                     
                     
                     

1

Bag

Burger

Chicken

Fries

Ketchup

Notebook

Plates

Shirt

Tea

TV

2

Banana

Cake

Coat

Frisbee

Knives

Nuts

Popcorn

Shoes

Toothbrush

Turkey

3

Baseball

Candles

Coffee

Glasses

Light Bulbs

Oranges

Printer

Shorts

Towel

Vase

4

Basketball

Candy

Comb

Desk

Glove

Lock

Puzzle

Shovel

Trumpet

Umbrella

5

Bed

Car

Compass

Dog

Guitar

Magazine

Organ

Radio

Socks

Vitamins

6

Beer

Carrot

Computer

Door

Hammer

Map

Pen

Raisins

Soda

Violin

7

Belt

Cat

Corn

Drums

Hat

Matches

Pencil

Rake

Spoons

Wallet

8

Bike

Cereal

Couch

Fish

Honey

Milk

Pepper

Rope

Straws

Wagon

9

Blender

Chain

Crackers

Flute

Ice Cream

Mirror

Phone

Rug

Sugar

Wine

10

Book

Chair

Cups

Folder

Iron

Mustard

Piano

Ruler

Syrup

Watch

11

Apple

Bottle

Checkers

Football

Jelly

Napkins

Pie

Salt

Table

Yogurt

12

Backpack

Bread

Cheese

Forks

Juice

Newspaper

Pillow

Screwdriver

Tape

Wrench

De tabel toont eerst de items die ze aan het begin van het spel bezitten en vervolgens de items die ze moeten krijgen. Wat elke speler heeft en moet krijgen is iets anders. Er is slechts ruimte voor 12 unieke spelers. Mochten er meer dan 12 jongeren verschijnen, dan zit er niets anders op dan spelersbladen uit te delen waarvan er een aantal al in gebruik zijn. Die jongeren zijn waarschijnlijk in competitie met elkaar en kunnen het dus moeilijker hebben dan anderen. De game is dus in principe opgezet voor 12 spelers welke in theorie allemaal in staat zouden moeten zijn om te ruilen wat er op hun verlanglijstje staat.

De vraag is hoe moeilijk het is om het spel te maken. In de echte wereld, als je op ruilhandel zou moeten vertrouwen, zou je waarschijnlijk verschillende transacties moeten doen voordat je hebt wat je wilde (zoals goed A verhandelen om goed B te krijgen, dan goed B ruilen om C te krijgen en uiteindelijk goed C verhandelen om goed D te krijgen). Daarom is het spel zo ontworpen dat het moeilijk is om een aantal goederen op je verlanglijstje te krijgen (waarvoor verschillende transacties nodig waren), terwijl anderen minder transacties nodig hebben om ze te krijgen.

Met behulp van de informatie uit de onderstaande tabel is het mogelijk voor speler # 1 om bijvoorbeeld de volgende transacties uitvoeren:

  1.       Appel voor Blender met speler #11
  2.       Blender voor riem met speler #9
  3.       Riem voor bed met speler #7
  4.       Bed voor honkbal met speler #5
  5.       Honkbal voor tas met speler #3

Tas staat op de verlanglijst voor speler #1. Dit kost 5 stappen, heel veel werk (een probleem bij het opzetten van deze tabellen is dat je ervoor moet zorgen dat sommige andere goederen die elke speler heeft of wil, niet kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld in het bovenstaande geval, wat als speler # 3 een fles wilde hebben, dan zou hij zak kunnen ruilen voor speler # 1 voor de fles en hoeft er maar één transactie plaats te vinden – dit zou het spel te gemakkelijk maken).

In dit voorbeeld moet speler #1 5 transacties uitvoeren. Maar de andere spelers maken niet alleen een ruil, ze krijgen een item dat ze willen van speler #1, dus het spel is niet altijd zo moeilijk. Het bovenstaande verhaal waarbij speler #1 eindelijk zijn tas krijgt, zorgt er voor dat hij zijn fles en damstenen te krijgen. Hij zou 5 transacties maken met diezelfde vijf spelers die andere spullen hadden.

In dit volgende geval hoeft speler #1 maar drie transacties te doen

  1.       Bureau voor Drums met speler #4
  2.       Drums voor map met speler #7
  3.       Map voor Fries met speler #10

Iets soortgelijks zou met de handschoen en het slot gebeuren.

In dit volgende geval hoeft speler #1 maar twee transacties te maken

  1.       Orgel voor telefoon met speler #5
  2.       Telefoon voor platen met speler #9

Iets soortgelijks zou met de radio en sokken gebeuren.

In het laatste geval moet slechts één transactie worden uitgevoerd. Speler #1 ruilt zijn kalkoen naar speler #2 voor zijn tv. Dan kunnen spelers #3 & #4 slechts één ruil doen om een item te krijgen. Hetzelfde geldt voor de rest van de spelersparen.

Sommige transacties zijn dus eenvoudig en andere moeilijker. Jongeren moeten rondlopen en mensen vinden om mee te handelen. Het duurt niet lang voordat ze zich realiseren dat ze kleine groepen moeten vormen en bespreken wat iedereen heeft en wil. Dan begint iemand dingen te zeggen als “als je A voor mij ruilt voor mijn B, dan kun je B ruilen om C te krijgen van die andere persoon die op je lijst staat.” Dit gebeurt vaak spontaan, zonder dat de leraar hen zegt dit te doen. Wat op het eerste gezicht lijkt alsof het erg ongeorganiseerd of chaotisch zou zijn, verloopt redelijk soepel met een beetje samenwerking. Vaak als iemand zegt: “Ik heb A nodig”, zal een andere student zeggen “Pietje daar heeft item A” of “heb je item C? dat meisje daar heeft het nodig”. Nogmaals, dat gebeurt vrijwillig, zonder enige aanwijzingen van de docent. Dus een ordentelijk proces ontstaat zonder dat het gestuurd hoeft te worden.

In het begin kun je ze wel vertellen dat ze vaak verschillende transacties moeten doen om te krijgen wat ze willen, maar dat is het dan. Daarna roep je gewoon “begin met handelen” en geef ze een waarschuwing van vijf minuten voordat de tijd om is. Je kunt ze tijdens het spel eraan herinneren dat als ze inruilen voor het item dat ze het dan ook hebben en het kunnen ruilen voor iets dat ze willen.

Stel de jongeren, zodra het spel voorbij is, vragen als “zou het handig zijn dat je dit zou moeten doen elke keer dat je naar de winkel gaat?” Niemand zegt dan ja omdat ze pas hebben ervaren hoe moeilijk dat zou zijn. Het wordt ze daarmee heel snel duidelijk wat het oorspronkelijke doel van geld is.

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 60% 60%
  • Samenleven – Community 70% 70%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video
Skip to toolbar