2.3 Bewust levensonderhoud

Activiteiten  1 2

Kernbegrippen

  • Verbeteren hoge consumptieniveaus het menselijk welzijn?
  • Eerlijke aankopen
  • Gelukkig leven
  • Alternatieve indicatoren op nationaal en internationaal niveau
  • Waarden en ethiek in het economische leven
  • Investeringskeuzes

Introductie

De luxe van vandaag wordt de benodigdheden van morgen.” Deze oude stelregel is misschien nog nooit zo waar geweest als nu. In de 19de eeuw ging 60 tot 80 procent van onze consumptie uitgaven op aan voedsel. Doordat vanuit Amerika goedkoop graan kon worden geïmporteerd, werd dit percentage minder. Rond 1950 gaven Europeanen 45 procent van hun geld uit aan voedsel. Dit is in Nederland zelfs tot een dieptepunt gedaald tot 12,7 procent in 2005. Het idee om meer uit te geven aan lokaal voedsel van goede kwaliteit – om de menselijke en ecologische gezondheid te bevorderen – is voor de meesten moeilijk voorstelbaar, omdat veel van hun andere uitgaven nu essentieel lijken.

Maar wat is nu werkelijk essentieel? Vakanties in het buitenland? Vermaak, televisie, buiten het seizoen fruit en groenten kunnen aanschaffen, allerlei leuke materiële dingen hebben, etc? Wat hebben we nu eigenlijk echt nodig in het leven? Er is veel onderzoek gedaan naar wat een mens gelukkig maakt. Uit een lang onderzoek naar geluk, uitgevoerd door wetenschappers verbonden aan Harvard, is gebleken dat het hebben van gezonde hechte relaties het meest gelukkig maakt. En niet zo zeer rijkdom of status. In dit thema verdiepen jongeren zich in geluk, hun leefstijl en de keuzes die ze daarin hebben. Dit thema introduceert het concept van ‘duurzame overvloed’. Dit betekent dat er veel welvaart is die niet materieel van aard is, maar die in een markteconomie vaak ondergewaardeerd is. Dit omvat sociaal kapitaal (opgebouwd door service naar en diepe verbinding met de eigen gemeenschap) en ecologisch kapitaal (leven als onderdeel van een gezond en zichzelf onderhoudend ecosysteem). Dit sluit aan bij de recente opkomst van ‘alternatieve’ indicatoren van welzijn als ‘alternatief’ voor het conventionele gebruik van zuiver monetaire systemen zoals bruto binnenlands product of BBP. Waarden zullen een sleutelrol spelen in de overgang naar een meer rechtvaardige, duurzame en bevredigende wereld. Dit is omdat:

  • structurele veranderingen nooit voldoende zijn geweest om transformatie te bewerkstelligen; innerlijke, op waarden gebaseerde transformatie is nodig voor duurzame veranderingen.
  • technologische innovatie kan ons niet terug brengen naar een duurzaam evenwicht gerelateerd aan de draagkracht van de aarde; in de geïndustrialiseerde wereld zullen we een manier moeten vinden voor een herdefinitie van levenskwaliteit, in harmonie met de draagkracht van de aarde.

Centraal in dit thema staan voorbeelden van mensen en initiatieven die erin geslaagd zijn om een ​​dergelijke herdefiniëring in hun eigen leven te bewerkstelligen:

  • Mensen die ervoor hebben gekozen om hun leven kleiner en eenvoudiger te maken om zo meer tijd te verspillen aan creativiteit of familie.
  • De boer van een biologisch CSA project, die langere uren werkt tegen een lagere vergoeding dan velen als aanvaardbaar zouden beschouwen.
  • De helpers en zorgverleners die op vrijwillige basis werken aan projecten binnen hun gemeenschap.
  • Kunstenaars die veel van hun vrije tijd besteden aan het  maken van artistieke creaties, omwille van henzelf.
  • De consument die meer betaalt voor lokaal geproduceerde of eerlijk verhandelde goederen vanwege de sociale en ecologische voordelen voor zijn / haar gemeenschap en / of voor gemeenschappen aan de andere kant van de wereld.
  • Netwerken van dorpen in de ontwikkelingslanden, zoals Sarvodaya in Sri Lanka.

Jongeren zullen worden aangemoedigd om hun hoofden, harten, handen en zielen te betrekken bij het verbouwen en bereiden van voedsel, het creëren van hun eigen entertainment en kunst, het zorgen voor anderen, het ontwikkelen van een beter begrip van de vele talenten en geschenken die ze te bieden hebben en het definiëren van hun doelen in hun eigen leven.

Om innerlijke, op waarden gebaseerde transformatie te bewerkstelligen,  die nodig is om duurzame veranderingen in de leefstijl te kunnen integreren.

Om manieren te onderzoeken met jongeren om de kwaliteit van leven te herdefiniëren in harmonie met de draagkracht van de aarde.

Door jongeren aan te moedigen om hun hoofden, harten, handen en zielen te betrekken bij het verbouwen en bereiden van voedsel, het creëren van hun eigen entertainment en kunst, het zorgen voor anderen, het ontwikkelen van een beter begrip van de vele talenten en geschenken die ze te bieden hebben en het definiëren van hun doelen in hun eigen leven.

Verdiepende vragen

  • Heeft u aandacht voor hoe het economische model en de bedrijfsstrategie van het project van jongeren de waarden en ethiek weerspiegelt waaraan ze zich hebben gecommitteerd voor het totale project?
  • Steunt uw project voor jongeren eerlijke handel?
  • Steunt het bedrijfsmodel in het project van de jongeren eerlijke handel?
  • Laat u jongeren uitzoeken hoe negatieve ecologische, sociale en economische impact kan worden vermeden in de gehele toeleveringsketen van de producten en diensten?
  • Laat u jongeren manieren bedenken om een bedrijfsmodel voor hun project te ontwikkelen dat geïnspireerd is op gezamenlijke consumptie of gebaseerd is op peer-to-peer-samenwerking?
  • Heeft u jongeren gestimuleerd om met hun team een  ontwerp te maken gebaseerd op ontwerpen voor vrijgevigheid (zie Nipun Metha TED-Talk)?
  • Heeft u jongeren laten onderzoeken of er diensten worden aangeboden via ServiceSpace of LETS, waar hun project gebruik zou kunnen maken?
Theoretisch kader

Lokalisering (SDG 12. SDG 9)

Lokalisering is het verschijnsel waarbij een bedrijf zijn producten niet in een ver lagelonenland produceert, maar vlak bij huis. Of vlak bij de plek waar het die producten verkoopt.

“Een voorbeeld? In de jaren zestig maakte Adidas voetbalschoenen in Oostenrijk. Daar waren ze zo goed in dat ze er midden jaren tachtig meerdere fabrieken hadden, die twee miljoen paar schoenen per jaar maakten. In die hoogtijdagen had het bedrijf 1.100 man in dienst. De schoenen waren grotendeels voor de export: ze werden tot in de Sovjet-Unie en Scandinavië verkocht. Toen viel de muur. Goedkope voetbalschoenen uit Azië overspoelden de markt. In Oostenrijk konden de fabrieken de concurrentie al gauw niet meer aan. De laatste fabriek daar sloot in 1990. Arbeiders vonden werk bij andere fabrieken of in de zorg. Adidas transporteerde alle machines naar Slovenië, Georgië en Rusland. Daar stegen de lonen ook en de fabrieken verhuisden naar het Verre Oosten: India, China, Vietnam – steeds verder. Maar het verhaal stopt hier niet. Komend najaar keert Adidas na deze lange wereldreis terug naar Oostenrijk. Met een speed factory, waar robots voetbalschoenen maken. Er zit er al een in Duitsland. Ook in de VS werd laatst een geopend. In Azië werkten er duizend of meer arbeiders in een fabriek; in een speed factory werken er 160.” Bron: Caroline de Gruyter, 10 juni 2017, Het gaat opeens hard met de lokalisering, https://www.nrc.nl.

 Harvard geluksonderzoek (SDG 3)

Van 1939 tot 2014 volgden wetenschappers het fysieke en emotionele welzijn van 724 mensen. Deze groep bestond uit 456 minder bedeelde mensen die opgroeiden in Boston en 268 Harvard studenten. Ze werden getest op een aantal criteria: leefkwaliteit, sociale activiteiten en werksfeer. Elke twee jaar werden de proefpersonen ondervraagd en om de vijf jaar werd hun gezondheid gemeten. En van de belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat geluk niet schuilt in diploma’s en een flitsende carrière. Het meest gelukkig zijn mensen die een hechte band hebben met familie, vrienden en hun omgeving. Volgens het onderzoek hangt geluk niet af van het aantal relaties dat je hebt. Je kunt beter één relatie hebben waarbinnen je de ruimte voelt om je kwetsbaar op te stellen en dingen te delen dan vijf relaties waarbij dat niet kan. Tevens bleek uit het onderzoek dat goede relaties je lichaam en je geheugen beschermen. Als je in een relatie zit waarin je het gevoel hebt dat je echt op de ander kunt bouwen en vertrouwen, dan blijven je geheugen en je herinneringen langer intact.

 ‘Denk eerst lokaal’ campagnes (SDG 12)

‘Think Local First’ is een term die is ontwikkeld door de leden van BALLE-netwerken (Business Allience for Local Living Economies) om te verwijzen naar de lokale producten en diensten. Door lokaal te denken, kunnen we keuzes maken die een positieve impact hebben op onze lokale gemeenschappen, economieën en omgevingen.

 Open-source platform (SDG 4)

Volgens voorstanders van lokalisatie kan een sleutel tot mondiale duurzaamheid en armoedebestrijding (naast Fair Trade en technologische innovatie programma’s) open-source platforms zijn die zonder kosten de nieuwste bedrijfsmodellen, technologieën, en praktijken verspreiden, met name naar armere gemeenschappen.

 Westerse levensstijl beïnvloed inheemse culturen (SDG 16 en SDG 17)

Traditionele en inheemse culturen over de hele wereld hebben generaties lang zonder consumptiegoederen gewerkt en tot voor kort leefden velen van hen een levensstijl van hoge kwaliteit zonder al die consumptiegoederen. In feite passen ze misschien zelfs niet in de categorie “consumenten” zoals wij die kennen. Helaas bereiken de marketinginspanningen van grote bedrijven steeds meer ook de kleine inheemse gemeenschappen. De wereldvisies van deze inheemse culturen veranderen om daarvoor in plaats consument van de industriële samenleving te worden en daarmee gaat tegelijkertijd de waarde van hun traditionele levensstijl verloren. Waren de mensen in deze inheemse kleine gemeenschappen tot voor kort gelukkig, door aanraking met de Westerse manier van leven is dit compleet veranderd. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn de studies gedaan door econoom Helena Norberg-Hodges in de Ladakh-gemeenschappen van het Tibetaanse plateau. http://www.localfutures.org/.

 Het bruto binnenlands product (SDG 8)

Het bruto binnenlands product (bbp) is de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar). Meestal wordt met dit begrip het bruto binnenlands product tegen marktprijzen bedoeld.

 Commissie Stiglitz-Sen (SDG 8)

De commissie “meting economische prestaties en sociale vooruitgang” (commissie Stiglitz-Sen) werd in 2008 op initiatief van president Sarkozy opgericht. Op 14 september heeft de commissie haar rapport gepubliceerd. Het doel van dit rapport is om de beperkingen van het BBP te laten zien en alternatieve indicatoren voor te stellen om zowel rekening te houden met het sociale welzijn als het duurzaam karakter van ontwikkeling. Volgens de commissie belicht het bbp alleen de aanbodzijde van de economie en zegt dus zeer weinig over bijvoorbeeld de levensstandaard van mensen, terwijl deze factor wel van invloed is als het gaat om maatschappelijke vooruitgang. Als het bbp stijgt, is het nog niet uitgesloten dat bijvoorbeeld sociale voorzieningen achteruit gaan en dat er maatschappelijk gezien dus eigenlijk helemaal geen vooruitgang te bemerken is. Misschien wel het belangrijkste probleem dat ontstaat als men het bbp gebruikt als indicator voor maatschappelijke vooruitgang, is het negeren van alle sociale aspecten die ook een rol spelen: het negeren van de factor welzijn.

 Human Development Index (SDG 8)

De index van de menselijke ontwikkeling (ontwikkelingsindex), VN-index (welzijnsindex) of Human Development Index (HDI) van de Verenigde Naties meet voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land of gebied. De index werd in 1990 ontwikkeld door de Pakistaanse econoom Mahbub ul Haq en wordt sinds 1993 door de UNDP gebruikt in haar jaarlijkse rapport.Human Development Index is een getal tussen 0 en 1. Hoe dichter de uitkomst van de HDI bij 1 ligt, hoe beter het volgens deze maatstaf gesteld is met de welvaart en het welzijn in het betreffende land.

De HDI heeft een aanzienlijke impact gehad op het onder de aandacht brengen van overheden, bedrijven en internationale organisaties voor ontwikkelingsaspecten die zich richten op de uitbreiding van keuzes en vrijheden, niet alleen op inkomen.

 Index voor duurzame economische welvaart, ISEW (SDG 8)

De index voor duurzame economische welvaart (Index of Sustainable Economic Welfare, ISEW) is een economische indicator waarin onderscheid wordt gemaakt tussen positieve en negatieve economische bedrijvigheid. Bij het bepalen van deze indicator wordt gepoogd ook het effect van informele activiteiten mee te nemen. Zo kan mantelzorg leiden tot een vergroting van het welzijn, maar dit is niet terug te vinden in het bruto binnenlands product. Andersom komen de effecten van milieuverontreiniging ook niet terug in het BNP. In de ISEW moeten deze positieve en negatieve bijdragen aan het welzijn wel terug te vinden zijn. De index werd ontwikkeld door Herman Daly en John B. Cobb in For the common good: Redirecting the economy toward the community, the environment and a sustainable future uit 1989. https://www.milieurapport.be/publicaties/2017/de-index-voor-duurzame-economische-welvaart-isew-voor-vlaanderen-1990-2015

 Genuine progress indicator, GPI (SDG 8)

Genuine Progress Indicator (GPI) is een maat waarmee de economische groei van een land wordt gemeten. Het wordt vaak beschouwd als een alternatieve maatstaf voor de meer bekende economische indicator van het bruto binnenlands product (bbp). De GPI-indicator neemt alles in acht wat het bbp-gebruik in aanmerking neemt, maar voegt andere cijfers toe die de kosten van de negatieve effecten in verband met economische activiteit weergeven (zoals de kosten van criminaliteit, kosten van ozon uitputting en kosten van uitputting van hulpbronnen, onder andere). Het GPI meet de positieve en negatieve resultaten van de economische groei en onderzoekt of het al dan niet ten goede is gekomen aan alle mensen van de gemeenschap.

Wat de Genuine Progress Indicator meet, en bbp niet:

  • Inkomensverdeling
  • Publieke consumptieve bestedingen
  • Waarde van huishoudelijke en gemeenschapswerk
  • Kosten van overwerk
  • Particuliere defensieve uitgaven voor gezondheid en onderwijs
  • Kosten van onvoldoende werkgelegenheid
  • Diensten van openbaar kapitaal
  • Kosten van woon-werkverkeer
  • Kosten van vervoersongevallen
  • Kosten van bedrijfsongevallen
  • Kosten van misdaad
  • Kosten van geluidsoverlast
  • Kosten van irrigatiewatergebruik
  • Kosten van stedelijke waterverontreiniging
  • Kosten van luchtverontreiniging
  • Kosten van bodemdegradatie
  • Kosten van verlies van inheemse bossen
  • Kosten van klimaatverandering
  • Kosten van uitputting van niet-hernieuwbare energiebronnen
  • Kosten van kansspelen
  • Kosten van ozonafbraak
  • Waarde van reclame

 Happy Planet-index (SDG 8)

De Happy Planet-index is een innovatieve nieuwe maatstaf, ontwikkeld door de New Economics Foundation in Londen, die de ecologische efficiëntie meet waarmee het menselijk welzijn wordt geleverd. Door milieu-impact te combineren met het welzijn van de mens, probeert het de milieu-efficiëntie te meten waarmee mensen in hun land leven. Door het relatieve succes of falen van landen bij het ondersteunen van een goed leven voor hun burgers aan te kaarten, met inachtneming van grenzen van het milieu waar onze levens van afhangen, probeert het HPI manieren te vinden voor een wereld waarin we allemaal een goed leven kunnen leiden, zonder de aarde te belasten.

 Bruto Nationaal Geluk (GNH) (SDG 8)

De regering van Bhutan is bezig het Gross National Happiness (Bruto Nationaal Geluk) te operationaliseren als de kernmaatstaf voor nationaal welzijn. Het GNH-concept is gebaseerd op het uitgangspunt dat ware ontwikkeling van de menselijke samenleving plaatsvindt wanneer materiële en spirituele ontwikkeling naast elkaar plaatsvinden om elkaar aan te vullen en te versterken. De vier pijlers van GNH zijn:

  1. De bevordering van een rechtvaardige en duurzame sociaaleconomische ontwikkeling
  2. Behoud en bevordering van culturele waarden
  3. Behoud van de natuurlijke omgeving
  4. En oprichting van goed bestuur

 BigMac-index (SDG 8)

De Big Mac-index is een informele berekeningswijze van koopkrachtpariteit gebaseerd op de prijs van een Big Mac in een bepaald land. De index is een schepping van het Britse weekblad The Economist in 1986 en maakt een vergelijking tussen de verschillende valuta’s ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Door de koopkracht van de dollar te vergelijken met die van een andere munt, kan men zien hoeveel dollars die munt ‘eigenlijk’ waard is en of de wisselkoers te hoog of te laag is. De koopkracht vergelijking doet men in dit geval heel eenvoudig, door te kijken naar de prijs van een Big Mac, die overal ter wereld volgens hetzelfde recept wordt gefabriceerd en verkocht. Zo kan men een beoordeling maken van de geldende wisselkoersen. (bron Wikipedia).

 Indicatoren op communautair niveau (SDG 8)

Er is de afgelopen jaren ook op communautair niveau veel interessant werk verricht, waarbij mensen zijn betrokken bij het definiëren van de indicatoren die echt het welzijn in hun gemeenschap weerspiegelen. Het Boston Indicators-project in de VS bijvoorbeeld, is een bekroond initiatief waarbij gemeenschaps- groepen betrokken zijn bij het bepalen van de dingen die het stadsbestuur moet meten om echt licht te werpen op de vraag of de kwaliteit van leven en welzijn in de stad stijgt of daalt. In het Boston-initiatief zijn indicatoren op tien verschillende activiteitsdomeinen ontwikkeld:

• Economie • Onderwijs• Milieu • Behuizing• Gezondheid • Openbare veiligheid• Technologie • Vervoer
• Burgerlijke vitaliteit • Culturele ontwikkelingen

 Gemeentelijke duurzaamheidsindex (SDG 8 en SDG 11)

De GDI laat in een oogopslag zien hoe duurzaam een gemeente in Nederland is en waar de mogelijkheden liggen om – met elkaar – te werken aan een echt duurzame gemeente. Het gebruikt daarvoor 24 indicatoren.

https://www.gdindex.nl/pdf/WatZijnDeIndicatoren.pdf
https://www.gdindex.nl/index.html

 Correlatie tussen economische groei en maatschappelijk welzijn (SDG 8)

Interessant is dat de meeste studies die zijn gebaseerd op nationale en internationale alternatieve indicatoren aangeven dat in de geïndustrialiseerde landen van het Noorden het welzijn groeide parallel met het BBP tot rond 1970. Sindsdien is het bbp weliswaar omhoog gegaan, maar is de groei van het welzijn geëgaliseerd of gedaald. De sterke implicatie is dat voorbij een bepaald niveau van materiële rijkdom, een punt dat in de geïndustrialiseerde wereld al lang geleden is gepasseerd, de correlatie tussen economische groei en maatschappelijk welzijn erg zwak is.

 Waarden en ethiek in het economische leven (SDG 3)

Het leven in overvloed komt alleen door grote liefde
– Elbert Hubbard

Gegeven dat we leven in een wereld waarin goederen en diensten die het welzijn van gemeenschappen en ecosystemen verbeteren over het algemeen duurder zijn dan die welke het ondermijnen – als gevolg van externe effecten, subsidies en alle andere factoren die daarin meespelen – worden we dagelijks geconfronteerd met ethische dilemma’s als consumenten:

  • In hoeverre zijn we bereid om af te zien van onze maximale koopkracht of het hoogst mogelijke rendement op onze investeringen ten gunste van een sociaal doel of milieudoelstelling?
  • Hoe kunnen we op dit moment van crisis in de geschiedenis werk vinden en op ons nemen dat betekenisvol is en dienstbaar is aan de maatschappij, zonder overweldigd te worden door de grote maatschappelijke transformatie die nodig is om dit werk te vinden?

(Dit geldt tevens ook voor bedrijfsmatige investeringen.)

⥀ Levensstijl-keuzes (SDG 3)

Een man is rijk in verhouding tot het aantal dingen dat hij zich kan veroorloven om weg te laten
– Henry David Thoreau

De eerste ethische beslissing die tegenover ons staat, is hoeveel we willen consuminderen. Zoals we al hebben gezien, zijn de huidige consumptieniveaus volledig onhoudbaar. Het goede nieuws is dat er veel aanwijzingen zijn dat een groot deel van onze consumptie ons in feite niet gelukkiger maakt. Er lijkt dus een aanzienlijk potentieel te bestaan ​​om onze consumptie te verminderen op een manier die verenigbaar is met het handhaven, zo niet verbeteren, van onze kwaliteit van leven.
Voorbeeld:

  • Kan een persoon zonder bezit van een auto, en over de busstrook per bus sneller reist dan iemand die in de file staat met z’n auto, armer zijn?

 Slow food beweging (SDG 3)

De Slow Food-beweging begon het leven als een organisatie met een sterke focus op landbouw en voedsel, met de missie ‘de biodiversiteit in onze voedselvoorziening’ te verdedigen, smaak voorlichting te verspreiden en producenten van voortreffelijk voedsel te verbinden met coproducenten (consumenten).’
Met 80.000 leden in 850 lokale groepen is het vandaag de dag echter een verzamelpunt geworden voor velen over de hele wereld die kiezen voor een langzamere en eenvoudigere levensstijl.  

 Service-space en gift economie (SDG 12)

Nipun Mehta is de oprichter van ServiceSpace (voorheen Charity Focus), een incubator van projecten die werkt op het raakvlak van vrijwilligerswerk, technologie en gift-economie. Wat begon als een experiment met vier vrienden in de Silicon Valley is nu uitgegroeid tot een wereldwijd ecosysteem van meer dan 350.000 leden die miljoenen dollars gratis hebben geleverd. Nipun heeft vele prijzen ontvangen, waaronder de Jefferson Award for Public Service, de President’s Volunteer Service Award en de Humanitarian Award van Wavy Gravy. Hij wordt routinematig uitgenodigd om zijn boodschap over ‘geschenkivisme’ te delen met een breed publiek, van jongeren in de binnenstad in Memphis tot academici in Londen tot internationale hoogwaardigheidsbekleders bij de Verenigde Naties. Hij is lid van de adviesraden van de Seva Foundation, de Dalai Lama Foundation en Greater Good Science Centre.

De jongeren

  • Kunnen onze waarden afstemmen op onze economische en levensstijlkeuzes.
  • Ontwikkelen een betere verbinding met hun levensdoel.
  • Bevorderen van keuzes voor het levensonderhoud die bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van de planeet, in plaats van afbreuk doen op de gezondheid en het welzijn van de planeet.
 2.3.1  Verantwoordelijk (voor) leven: Ga naar opdracht

Begrijpen wat wordt verstaan onder sociale verantwoordelijkheid binnen onze levensstijl en werkomgeving.

2.3.2 Gelukseconomie: Ga naar opdracht

Deelnemers leren hoe ze met zelfbeheersing hun consumptie gewoontes kunnen matiging en zich bewust worden van wat ze kopen en gebruiken.

Overige activiteiten
  •  Wat is rijkdom?: Nodig de studenten uit om een ​​lijst samen te stellen van de 10 dingen (inclusief materiële ‘dingen’ en minder tastbare bijdragen, zoals ‘liefde’) die het meest bijdragen aan hun kwaliteit van leven en hun welzijn. Als ze klaar zijn, kunnen ze hun lijsten voorlezen – gevolgd door een groepsdiscussie over hoeveel en welke van de genoemde dingen materieel zijn in tegenstelling tot andere vormen van rijkdom.
  •  Het spel van indicatoren: In de afgelopen jaren hebben gemeenschappen over de hele wereld die alternatieven gezocht voor het bbp; meer biocentrische en speelse indicatoren die het welzijn van hun gemeenschappen en ecosystemen meten. Deze omvatten bijvoorbeeld het aantal fokzalm of haviken, het aantal astma aanvallen bij hun kinderen, hoeveel leerlingen te voet of met de fiets naar school gaan, etc. Vraag de leerlingen om indicatoren te bedenken om het welzijn van hun gemeenschap en ecosysteem te meten.
  •  Juiste bron voor levensonderhoud: Nodig de deelnemers uit om een ​​inventarisatie te maken van vaardigheden en middelen die kunnen worden ontwikkeld of omgevormd voor een goed levensonderhoud.
  •  Visualisatie: Vraag de jongeren zich te ontspannen en stil van binnen te worden. Vraag hen vervolgens om de volgende drie scenario’s te overdenken:
    1. Stel je gemeenschap / campus / familie / stad / voor in 2050 (welke situatie het meest relevant lijkt). Kijk in detail – zijn er mensen in het landschap? Zijn ze blij? Wat eten de mensen? Waar komt dat voedsel vandaan? Wat voor soort gebouwen zie je? Welke vervoerswijzen zie je? Welke entertainment locaties? Enz.
    2. Stel je nu deze scène voor zoals je het liefst zou zien in 2050 – de facilitator geeft nogmaals aanwijzingen om naar elk van de eerder onderzochte gebieden te kijken.
    3. Wat kun jij doen (groot of kleine acties) bij het bevorderen van de transformatie van het eerste naar het tweede scenario?
  •  Verplichtingen: Volg onmiddellijk na de vorige oefening een reeks toezeggingen waarbij elke deelnemer uitleg geeft over een verandering of actie die hij/zij wil gaan ondernemen, en waarbij hij /zij de hele groep op de hoogte wilt stellen en de ondersteuning van de groep vraagt.
  •  Een leven zonder: Laat elke deelnemer individueel een lijst maken van alle consumptiegoederen die ze in hun leven hebben en waarvan ze zich niet kunnen voorstellen dat ze zonder deze goederen moeten leven. Nadat zij hun lijst hebben gemaakt, vraag hen iets te bedenken voor elk item op hun lijst, wat dat item zou kunnen vervangen als het niet langer beschikbaar was. Bespreek dit met de hele groep.
  • Denk eerst lokaal campagne: Werk in groepen van drie. Brainstorm samen over hoe een ‘Denk eerst lokaal’  campagne eruit kan zien in de gemeente. Hoe stimuleer je mensen om lokaal te kopen? Hoe stimuleer je lokale bedrijven om producten aan te bieden die mensen nodig hebben? Wat zijn leuke en handige tips en adviezen voor inwoners uit de lokale gemeente om lokale aankopen aan te moedigen?

2.3.1 Verantwoordelijk (voor) leven

Activiteiten    1 2

Geld verwarren met waarde voedt een economisch model dat in staat is om ware rijkdom, zoals vervulling en welzijn, te vernietigen. De consensus rond deregulering, privatisering en de ontmanteling van burgerlijk politiek toezicht wordt nu tegengegaan door een parallelle trend die erkent dat rijkdom ook te vinden is in de gemeenschap, en in gelijkheid en burgerzin in plaats van groeiende consumptie. Maatschappelijke verantwoordelijkheid is een bewuste waarde om onze acties als consumenten en producenten in het economische systeem te sturen.

Begrijpen wat wordt verstaan onder sociale verantwoordelijkheid binnen onze levensstijl en werkomgeving..

Het kunnen herkennen van verantwoorde consumptie en werkethiek.

flipover,  A3 Papier, potloden, stiften, krijt

  1. Bespreek de volgende stelling met de hele groep: “Consumenten die sneller en goedkoper voedsel wensen, hebben de manier waarop kippen worden gefokt, veranderd.
    Kunnen jullie vergelijkbare situaties bedenken waarin consumenten bepaalde producten of ervaringen wilden, en de industrie reageerde om aan de vraag te voldoen? “
    (We willen bijvoorbeeld goedkope kleding hebben, dus bedrijven huren lage lonen in andere landen om ze te maken; mensen raakten steeds meer bezorgd over luchtvervuiling door voertuigen, bedrijven creëerden hybride auto’s.)
  2. Als dieren bepaalde rechten zouden hebben, denk je dan dat die rechten ook van toepassing zijn op dieren die we fokken als voedsel, zoals kippen of varkens? Zijn er rechten die deze boerderijdieren zouden moeten hebben? Zo ja, wat zijn ze? Zijn er rechten die alle dieren zouden moeten hebben?
  3. Hieronder zie je een aantal verschillende personen die betrokken zijn bij het fokken van kippen voor voedsel. Trek lijnen tussen de individuen die direct verbonden zijn.
  4. Zet een Y naast het individu dat het meest wordt gewaardeerd in onze samenleving en een x naast degene die het minst wordt gewaardeerd. Welk individu denk je dat de meeste rechten heeft? (Plaats een 1 naast dat individu.) Welke is het minst? (Zet een 5 naast dat individu.) Hoe zou je de andere personen rangschikken?
  5. Neem een A3 vel papier en laat hierop in een artistieke schets de leefomgeving en de rechten die de kip in jouw ogen verdient zien.

KIPPENFOKKER

KIPPENFOKKERIJ MEDEWERKER

KIPPENCONSUMENT

DIRECTEUR VAN HET PLUIMVEE BEDRIJF

KIP

 

Vraag aan elke jongere zijn/haar tekening verder toe te lichten. Laat ze de onderdelen van de leefomgeving en de rechten die ze in hun tekening hebben laten zien benoemen. Verzamel op de flap-over al deze voorzieningen voor een fijn kippenleven.

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Alle

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

2.3.2 Gelukseconomie

Activiteiten    1 2

Wat hebben we nodig voor een bevredigend leven?

Deze activiteit kan vele vormen aannemen: brainstormen, of prioriteren en sorteren van behoeften versus. wensen. Deze vraag leidt tot de volgende vraag: “Hoe krijgen we wat we nodig hebben?” In een conventioneel paradigma zou de discussie beperkt kunnen zijn tot materiële producten en de rollen van consumenten, producenten, markten en geld; de facilitator zou deelnemers kunnen vragen voorbeelden geven van concepten in hun eigen leven.

Eén citaat van Ghandi kan een interessant debat zijn over behoefte versus hebzucht: “Our world has enough for each person’s need, but not for his greed.”
Wat hebben we allemaal echt nodig en op welk punt wordt een persoon hebberig? Sommige fascinerende en tot nadenken stemmende punten komen op als we de quote in relatie met duurzaamheid analyseren. Jongeren zien in dat onze behoeften niet alleen economisch zijn, maar ook hoe de samenleving functioneert, de gezondheid van mensen en hoe we elkaar behandelen.

 

Enig zicht krijgen op de samenhang tussen onze behoeften en effectieve manieren om hieraan tegemoet te komen.

Deelnemers leren hoe ze aan hun behoeften kunnen voldoen zonder te bezwijken voor consumentisme en bedrijfsdictaten.

flipover, computer met DVD speler, DVD “The Economics of happiness”, beamer

  1. Laat de film The Economics of Happiness zien.
  2. Onderzoek de behoeften in de groep door iedereen persoonlijk te vragen om over hun behoeften te praten.
  3. Vervolg met een gesprek over wat de groep als de oorzaken in onze samenleving beschouwt die de vervulling van behoeften belemmeren. Leg verbanden tussen de problemen en de mogelijkheden van de consumptie, creatie, uitwisseling, delen, enz. Breng de concepten lokale economie en ondernemerschap, het stimuleren van de uitwisseling van producten, diensten en “kennis” naar voren.

Vraag de jongeren hoe ze nu aankijken tegen wensen en behoeften. Wat zien ze als verschil tussen een wens en een behoefte? Vraag ook welke delen van de film hun speciaal zijn bijgebleven.

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 60% 60%
  • Samenleven – Community 70% 70%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video
Skip to toolbar