2.4 Lokale economie

Activiteiten  1 2

Kernbegrippen

  • Sociale onderneming
  • Dorpsbedrijven
  • Relokalisatie
  • De solidariteitseconomie
  • Burgerparticipatie

Introductie

Momenteel worden massaproductie en distributie, gezien vanuit sociale- en milieudoelstellingen, zwaar afgewogen tegen lokaal geproduceerde productie en consumptie met gebruikmaking van lokaal geproduceerde grondstoffen. Er is veel dat steden, dorpen en ecologische gemeenschappen kunnen doen om hun eigen lokale economieën te kunnen voeden en te ontwikkelen.

De eerste stap die vaak wordt gezet om de lokale economie te versterken is om onderzoek te doen naar  geld- en hulpbronnen en de  stroom daarvan naar en uit de lokale economie. Dit geeft een weerspiegeling van alle producten en diensten die van buitenaf in de gemeenschap worden binnengebracht. Feitelijk verdwijnt met aankopen buiten de regio geld uit de lokale gemeenschap naar de leveranciers buiten de regio. De gemeente, wijk of gemeenschap kan vervolgens nagaan welke van deze producten en diensten hij zelf kan leveren. Zo kan het geld binnen de gemeenschap blijven. Zo’n soort onderzoek wordt ‘Plugging the Leaks’ genoemd.

Het ‘sociale ondernemingsmodel’ leent zich goed voor lokale gemeenschappen die hun economieën willen ontwikkelen op manieren die ook voldoen aan ecologische en sociale doelen. Sociale ondernemingen vormen een belangrijk element van de groeiende ‘derde economie’, die ergens tussen de particuliere en de publieke sector ligt en ernaar streeft de beste aspecten van beide te combineren. Ze bestrijken een breed scala aan eigendomsstructuren en -activiteiten en kunnen het best worden samengevat als ondernemingen waarvan het primaire doel is om een ​​sociaal of ecologisch voordeel te bieden, met als secundair doel winst te maken of een billijk rendement voor investeerders te genereren.
Het sociale ondernemingsmodel is bij uitstek geschikt voor het opkomende holistische paradigma en voor de ecodorpen-context omdat het de verwezenlijking van onderstaande doelen mogelijk maakt:

  • Het realiseren van maatschappelijke doelstellingen (werkgelegenheid, zorg voor kinderen, zorgen voor ouderen, enz.)
  • Het realiseren van milieudoelstellingen (herbebossing, restauratieprojecten) terwijl winst wordt gemaakt.
  • Dienen van de lokale gemeenschap en investeerders (in de ecovillage-context, vaak dezelfde mensen).
  • Het combineren van betaald personeel en vrijwilligers.
  • Lokale goederen en diensten creëren, en handelen in zowel conventionele als alternatieve valuta.

Bovendien hebben sociale ondernemingen vanwege het primaat van hun sociale en milieuproblemen en hun over het algemeen geldende eigendomsstructuren vaak toegang tot externe financiering die niet beschikbaar is voor meer conventionele, particuliere ondernemingen.

In dit thema worden jongeren uitgenodigd om na te denken over goederen of diensten die positief kunnen bijdragen aan hun gemeenschap en over welke bijdrage ze zelf kunnen leveren. Jongeren verdiepen zich in de volgende vragen: “Beschikken alle studenten/leerlingen van de school en de wijk eromheen over datgene wat nodig is om goed te gedijen? Waarom of waarom niet? “Deze zienswijze nodigt jongeren uit om meer te leren over de inspanningen van groene bedrijven binnen hun gemeenschap, de rol van de lokale economie, en manieren waarop jongeren op positieve manieren kunnen bijdragen aan de lokale economie. Een lokale duurzaamheidsbenadering kan  de jongeren helpen om meerdere soorten uitwisselingen te ervaren, waaronder ruilhandel, een soepcafe of een “koop lokaal” -campagne.

Om de waarde van het lokaal circuleren van geld, diensten en producten te kennen en begrijpen.

Door jongeren meer te leren over de inspanningen van groene bedrijven binnen hun gemeenschap, de rol van de lokale economie en manieren waarop deelnemers op positieve manieren kunnen bijdragen aan de lokale economie.

Verdiepende vragen

  • Heeft u jongeren nog eens een kijkje laten nemen in het rapport ‘Plugging The Leaks’ van de New Economics Foundation om ervoor te zorgen dat hun project erop gericht is de lokale economie te versterken?
  • Heeft u jongeren geïnformeerd over  de ‘Ten Principles for One Planet Living’?
  • Zou u nog een keer kunnen kijken naar de ReEconomy Toolkits en een aantal opdrachten uit deze toolkit kunnen inzetten om jongeren ideeën te geven hoe ze de economische ontwerpdimensie van hun project kunnen verbeteren?
  • Hoe kunt uw jongerenproject of het project van de jongeren bijdragen tot economische herlokalisatie en versterking van de lokale / regionale economie?
  • Heeft u jongeren naar de de ‘Kaart van de Solidariteitseconomie’ van Ethan Miller laten kijken,  om er zeker van te zijn dat ze alle mogelijkheden hebben overwogen van hoe hun project lokaal zou kunnen bijdragen
  • Heeft u jongeren naar het Regenerative Enterprise-model laten kijken dat is voorgesteld door Ethan Roland en Gregory Landua?

 

Theoretisch kader

 Barrières lokalisatie (SDG 11 en SDG 12)

  • Consumenten worden overspoeld met wereldwijde reclame en zijn zich vaak niet bewust van concurrerende lokale goederen en diensten.
  • Eigenaren van kleine bedrijven – wantrouwend ten opzichte van hun lokale concurrenten en overweldigd door het dagelijkse werk om hun bedrijf in leven te houden – slagen er niet in om natuurlijke zakelijke partnerschappen te smeden die anders misschien gunstig zouden zijn.
  • Beleggers zijn ervan afgeschrikt om hun geld in winstgevende lokale bedrijven te stoppen door verouderde beveiligingswetten die het onredelijk duur maken.
  • Openbare beleidsmakers over de hele wereld lijken ondanks hun positieve retoriek over kleine bedrijven hun verslaving aan het subsidiëren van internationale bedrijven niet te kunnen doorbreken.

De lokalisatiebeweging probeert deze barrières te ontmantelen. (Michael Shuman SOW 2010)

Sociale onderneming (SDG 12, SDG 16 en SDG 17)

Het onderscheidende kenmerk van sociale ondernemingen is dat hun primaire functie is om sociale diensten en/of milieudiensten te leveren in plaats van winst te maken – als ze willen slagen, moeten ze zich wel op een zakelijke manier gedragen. Er is geen juridische bedrijfsvorm die door alle sociale ondernemingen wordt gedeeld: veel worden geregistreerd als privé-bedrijven, andere hebben de vorm van coöperaties, verenigingen, vrijwilligersorganisaties, liefdadigheidsinstellingen of onderlinge maatschappijen, en sommige sociale ondernemingen zijn zonder rechtspersoonlijkheid. Maar ze hebben allemaal één ding gemeen: het innovatieve gebruik en de combinatie van bronnen om kansen na te streven om sociale verandering te katalyseren. (in SOW 2010).

Transitie naar duurzaamheid plaatselijk en langzaam (SDG 11 en SDG 17)

Hoewel innovaties op het gebied van technologie, energie en industrie belangrijk zijn, zijn het de moeilijkere en ongrijpbaardere collectieve veranderingen in gedrag en denken die de grootste impact kunnen hebben in de transitie naar duurzaamheid. Het is belangrijk om te begrijpen dat dit een onderling verbonden en geglobaliseerde wereld is, maar dat echte en duurzame gedragsverandering vaak plaatselijk en langzaam verloopt.

Vier kernoorzaken van onduurzaamheid volgens TNS (SDG 14 en SDG 15)

  1. We halen sneller en meer stoffen uit de aardkorst en brengen die in de biosfeer, dan de natuur kan verwerken;
  2. We brengen sneller en meer stoffen – die door de samenleving zijn bedacht – in de biosfeer dan de natuur kan afbreken;
  3. We breken de natuur sneller af dan de tijd die nodig is om te herstellen;
  4. We beperken mensen bij het vervullen van hun fundamentele behoeften.

Vier duurzaamheidsprincipes (spelregels) volgens TNS (SDG 12)

  1. Het voorkomen van een systematische toename van concentraties van stoffen uit de aardkorst in de biosfeer. Dit betekent concreet dat het gebruik van fossiele brandstoffen, zware metalen, zeldzame elementen en mineralen (kunstmest) zoveel mogelijk vermeden moet worden
  2. Het voorkomen van de systematische toename van concentraties van door de mens geproduceerde stoffen in de biosfeer. Dus minder gebruik en voorkomen van uitstoot van chemische stoffen die niet of langzaam worden afgebroken in de natuur (persistente chemicaliën). Ook het voorkomen en verminderen van uitstoot van stoffen als CO2, methaan en CFK’s valt onder dit principe.
  3. Put de natuur niet uit; Voorkom en/of herstel van de fysieke aantasting van ecosystemen door menselijke activiteiten. Dit betekent minder aantasting van ecosystemen en waar mogelijk juist versterken van ecosysteemfuncties en biodiversiteit.
  4. Iedereen houdt te allen tijde rekening met de behoeften van mensen op wie je invloed hebt. Verdeel de rijkdom zo dat elk mens in zijn basisbehoefte kan voorzien. Vaak betekent dit dat bestaande barrières die mensen ondervinden om in hun basisbehoeften te
    voorzien, opgeheven moeten worden.

Negen basisbehoeften volgens Manfred Max-Neef (SDG 3)

Fundamentele menselijke behoeften volgens de Chileense economist Manfred Max-Neef, zoals in 1987 gepresenteerd in zijn boek ‘Human Scale Development’:

  1. voortbestaan (‘subsistence’)
  2. bescherming (‘protection’)
  3. liefde/genegenheid (‘affection’)
  4. begrip (‘understanding’)
  5. deelname (‘participartion’)
  6. ledigheid/ nietsdoen (‘idleness’)  
  7. iets tot stand brengen (‘creation’)
  8. identiteit  (‘Identity’)
  9. vrijheid (‘Freedom’)

Er zit een gedeeltelijke overlap in met de basisbehoeften zoals vastgesteld door Maslow. Max-Neef heeft met zijn definitie de hiërarchische interpretatie uit de piramide van Maslow proberen te vermijden.

5-level model ontwikkeld door ‘The natural step’ (SDG 16 en SDG 17)

Het 5-level model is een model voor planning in complexe systemen. Het zorgt voor overzicht en de mogelijkheid om goed doordacht beslissingen te nemen bij het duurzamer maken van een organisatie. Het 5 level model wordt hieronder uitgelegd middels het metafoor van een spel.

  1. Systeemniveau
    Identificatie van de reikwijdte van het systeem waar we mee te maken hebben. In het geval van een spel is het systeem het speelveld en al zijn componenten. Op het gebied van duurzaamheid is het systeem de hele biosfeer. We hebben dus inzicht nodig in de manier waarop ons systeem werkt. Een kernconcept op dit niveau is het idee dat we momenteel in een “trechter” werken. De trechter is een metafoor die ons helpt om de economische, sociale en ecologische druk te visualiseren die groeit in de samenleving wanneer natuurlijke hulpbronnen en ecosysteemdiensten afnemen en het aantal en de consumptie van de bevolking toeneemt.

    2. Succes niveau
    In dit geval is het succes niveau ‘duurzaamheid’. Succes in het spel is winnen, meestal gemeten door het team dat de meeste punten scoorde. Op het gebied van duurzame ontwikkeling betekent duurzaamheid dat de natuur niet systematisch wordt uitgebreid in:

  • concentraties van stoffen uit de aardkorst;
  • concentraties van stoffen die door de maatschappij worden geproduceerd;
  • degradatie door fysieke middelen;
  • grotere kloof tussen arme en rijk.
  1. Strategisch niveau
    Dit zijn enkele strategische richtlijnen voor organisaties om het kader te implementeren en acties te ondernemen op het gebied van duurzaamheid. In navolging van ons spelvoorbeeld zou dit niveau het strategiseringsniveau zijn wanneer de teamleden samenkomen om een ​​doel te plannen. De belangrijkste strategie om op te focussen is backcasting van principes: het bestaat uit het vastleggen van een visie van de organisatie in de toekomst waarbij de vier duurzaamheidsprincipes niet worden geschonden en vervolgens terugvallen naar het heden om te zien welke specifieke acties het eerst moeten worden ondernomen. om strategisch te gaan werken aan die visie.

    4. Actie niveau
    Dit zijn de concrete acties die worden ondernomen op het pad naar duurzaamheid. Afhankelijk van de aard van de organisatie, kunnen ze dingen omvatten zoals het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen en over te schakelen op hernieuwbare energie. Of schaarse stoffen, zoals metalen, vervangen door materialen dat van nature overvloedig in de biosfeer aanwezig is, zoals hout. In onze spelanalogie zouden acties naar het doel toe bewegen om een ​​doelpunt te maken, door een goede samenwerking van de teamgenoten, enz.

    5. Hulpmiddelen niveau
    Hier vinden we verschillende tools die organisaties helpen hun weg naar duurzaamheid te bewandelen. Bepaalde tools zijn effectief in verschillende situaties, maar veel van hen werken goed samen en zorgen voor synergieën wanneer ze worden gebruikt binnen de context van het framework. Dit zijn onder meer milieubeheersystemen, ISO 14001, levenscyclusanalyse, factor 10, natuurlijk kapitalisme, ecologische voetafdruk, nulemissie, enz. Deze hulpmiddelen helpen organisaties met verschillende milieu- en/of duurzaamheidsinitiatieven. In onze game zijn gereedschappen de monitoring apparatuur die atleten gebruiken.

 

Strategische planning voor duurzaamheid (SDg 16 en SDG 17)

Bij het opstellen van een duurzaamheidsplan kun je kijken naar diverse aspecten die door sociale ondernemers kunnen worden aangepakt. Het volgende stappenplan geeft een richtlijn om dit proces te ondersteunen. Het is ontleend aan het TNS raamwerk.

Stap 1: Het ABCD-proces
Voor het vaststellen van jouw visie/einddoel heeft The Natural Step het ABCD-proces ontwikkeld. Hiermee kijk je samen wat er nodig is om dit einddoel te realiseren; dit proces heet backcasting vanuit duurzaamheidsprincipes. Met andere woorden: Het heldere en ambitieus geformuleerde einddoel/visie vormt je uitgangspunt voor al je besluiten en acties.

Stap 2: Einddoel formuleren
Als de visie is geformuleerd, draait het vervolgens om bewustwording. Dit is dan ook de eerstvolgende stap die je zet wanneer je met The Natural Step aan de slag gaat. Wat is duurzaamheid nu echt? Hoe werken ecologische en sociale systemen en wat zijn de uitdagingen waar je tegenaan loopt om daar betere keuzes in te maken? Wat betekent dat voor jouw/jullie organisatie en hoe ziet jouw/jullie rol eruit in een duurzame toekomst; de duurzame visie of strategische einddoelen.

Stap 3: Huidige situatie
Belangrijk hierbij is te weten hoe jouw organisatie het nú doet. De huidige situatie geeft inzicht in welke mate en op welke manier er nu wel en niet wordt voldaan aan de ‘spelregels’ voor volledige duurzaamheid. Waar valt de grootste ‘winst’ te halen? Wat is de eigen voetafdruk? Wat gebeurt er om de organisatie heen dat van invloed is op onze organisatie, het beleid of het product? Welke besparingen kan je realiseren?

Stap 4: Innovaties en oplossingen
Nu de kloof zichtbaar is geworden tussen waar je naartoe wil (visie) en waar je nu staat (huidige situatie), kun je innovaties en oplossingen bedenken die je stapsgewijs dichter bij een duurzame organisatie (of product) gaat brengen. Welke behoefte bevredigt je daarmee en welke processen in je organisatie moet je inrichten of veranderen om jouw visie te realiseren?

Stap 5: Planning en uitvoering
De laatste stap is de planning. Wat ga je wanneer doen en wie en wat hebben je daarvoor nodig. Hierbij is het van groot belang dat de ene stap de volgende mogelijk maakt, en uiteraard dat de stap geen negatief effect heeft op een ander onderdeel van het duurzaamheidspectrum. Je maakt hiervoor samen een plan waarmee je aan de slag kunt.

The Natural Step in Nederland is een geregistreerde non-profit organisatie. Ze maken onderdeel uit van de internationale NGO The Natural Step International die met 12 regiokantoren in 54 landen actief is. Ze zijn eind jaren ’80 ontstaan in Zweden en opgericht door de Zweedse oncoloog Prof. Dr. Karl-Henrik Robèrt. In de afgelopen decennia werkten ze nauw samen met gemeenten, het bedrijfsleven, andere NGO’s en individuen op basis van een bewezen aanpak die helpt om integraal en gestructureerd samen te werken aan een duurzame samenleving.

One Planet Living ‘raamwerk (SDG 16 en SDG 17)

Het BedZED ecodorp creëerde samen met de organisatie Bioregional en het WWF het One Planet Living-raamwerk – bestaande uit tien eenvoudige principes en gedetailleerde doelen die een praktisch stappenplan bieden voor een betere manier van leven en zakendoen. Het heeft tot doel het gemakkelijker maken om ‘het goede te doen’ in plaats van  om niet duurzaam te leven. Deze tien principes hebben betrekking op de ecologische, sociale en economische aspecten van duurzaamheid.

Kosten samen delen (SDG 1, SDG 10)

In veel ecologische gemeenschappen delen de leden van de gemeenschap samen kosten. Het onderstaande schema kan gebruikt worden om inzichtelijk te maken welke kosten gedeeld wordt. En hoe er met het inkomen van de leden om wordt gegaan.

Solidariteitseconomie (SDG 1,  2, 3, 10, 16 en 17)

Het idee en de praktijk van de ‘solidariteitseconomie’ ontstond halverwege de jaren tachtig in Latijns-Amerika en bloeide in het midden van de late jaren ’90, als een samenloop van ten minste drie maatschappelijke trends.

  1. De economische uitsluiting die wordt ondervonden door de groeiende segmenten van de samenleving, gegenereerd doordat steeds meer mensen problemen met schulden hebben gekregen, en het pook steeds moeilijker voor bedrijven is geworden om geld te lenen, dwong dit veel gemeenschappen tot het ontwikkelen en versterken van creatieve, autonome en lokaal gewortelde manieren om te voorzien in basisbehoeften. Deze omvatten initiatieven zoals coöperaties voor werknemers en producenten, buurt- en gemeenschapsorganisaties, spaar- en kredietverenigingen, collectieve keukens, en hulporganisaties voor werklozen of landloze werknemers.
  2. Toenemende ontevredenheid met de cultuur van de dominante markteconomie leidde groepen van meer economisch bevoorrechte mensen ertoe nieuwe manieren te zoeken om levensonderhoud te genereren en diensten te verlenen. Van grotendeels een ‘tegencultuur’ uit de middenklasse, vergelijkbaar met die in de Verenigde Staten sinds de jaren zestig opgedoken projecten zoals consumentencoöperaties, coöperatieve kinderopvang en gezondheidszorginitiatieven, woningcoöperaties, opzettelijke gemeenschappen en ecovillages. De initiatieven die ze genereerden, deelden allemaal een gemeenschappelijke set van operatieve waarden: samenwerking, autonomie van gecentraliseerde autoriteiten en participatief zelfmanagement door hun leden.
  3. Een derde trend werkte om de twee basisverschuivingen van economische solidariteit aan elkaar te verbinden en aan de grotere socio-economische context: opkomende lokale en regionale bewegingen begonnen met het smeden van mondiale connecties in oppositie met de krachten van neoliberale en neokoloniale globalisering. Op zoek naar een democratisch alternatief voor zowel de kapitalistische globalisering als het staatssocialisme, identificeerden deze bewegingen gemeenschapsgerichte economische projecten als sleutelelementen van alternatieve sociale organisatie.

Wereld Sociaal Forum (SDG 17)

Het Wereld Sociaal Forum (WSF) wordt elk jaar gehouden als tegenhanger van het World Economic Forum in Davos, de WTO en de G8-ontmoetingen. Het motto van het treffen is Een andere wereld is mogelijk.

 

Zelfsturend levend systeem (SDG 16 en SDG 17)

Frederic Laloux: “De organisatie is geen machine, maar een levend organisme. In de natuur is ook niemand de baas. In een bos of een menselijke cel gebeurt ook steeds van alles tegelijkertijd, maar er is niemand die anderen vertelt wat zij moeten doen. Er is een natuurlijke ordening en zo zou het ook in een bedrijf moeten gaan. Degene die bijvoorbeeld een beslissing neemt, overlegt met degenen die de beslissing direct aangaan en er veel van weten. Hiërarchisch leiderschap is prima als het om zaken gaat die niet al te complex zijn. Dan kan een man of vrouw het overzicht houden, maar in de business van vandaag is dat bijna nergens het geval.

Frederic Laloux pleit daarom voor zelfsturende organisaties. Organisaties die volledig zelfsturend zijn noemt hij de cyane organisaties. Mensen hebben daarin geen druk van bovenaf nodig maar hebben er wel behoefte aan dat ze als team goed bezig zijn. Cyane organisaties meten dus teamresultaten als productiviteit en winst precies zoals andere organisaties dit doen. Hij beschouwt cyane organisaties als levende systemen. Zelfsturing, heelheid en een evolutief doel staan hierin centraal. De meeste organisaties en internationale concerns hebben echter een focus op het verslaan van de concurrentie en op winst en groei. In de internationale bestseller Reinventing organizations beschrijft voormalig McKinsey-adviseur Frederic Laloux het succes van organisaties als Buurtzorg Nederland, maar ook een Duitse school waar kinderen hun eigen lesprogramma samenstellen en een fabriek waar medewerkers hun eigen salaris bepalen.

Geschiedenis van de plek bron van inspiratie voor koolstofarme economie (SDG 14 en 15)

Een bruikbare benadering voor het identificeren van ondernemingsideeën voor de koolstofarme economie is om onderzoek te doen naar de economische activiteiten die 50 jaar geleden op een locatie bestonden. Nu we een koolstofarme toekomst tegemoet gaan, is er waarschijnlijk een veel sterkere relatie tussen de hulpbronnen van een regio en zijn economische activiteiten. Deze laatste halve eeuw heeft geleid tot een geleidelijke ontkoppeling tussen de specifieke basis van bronnen van de verschillende bioregio’s van de aarde en de economische activiteiten die daar worden uitgevoerd. De historie van een plek, in de vorm van verhalen van oude bewoners van een locatie, kan een rijke hoeveelheid ideeën bieden over bedrijfsactiviteiten die waarschijnlijk steeds winstgevender worden naarmate de kosten van koolstof stijgen.

 Lekkende emmer (SDG 12)

Stel je je lokale economie voor als een emmer en geld als het water in de emmer. Er wordt voortdurend meer water toegevoegd in de vorm van de inkomsten van mensen, of overheidssteun en liefdadigheid subsidies voor projecten die steun kunnen gebruiken. Er komt echter ook altijd geld uit de lekken in de emmer, door aankopen bij bedrijven buiten de regio, afval en belastingen. In veel delen van de wereld voorzien lokale economieën nauwelijks in hun eigen behoeften. Zodat het water bijna leegstroomt zodra het in de emmer komt. Het geld in de emmer symboliseert de koopkracht van mensen in de gemeenschap. Als het snel wegstroomt, circuleert het weinig in de lokale economie. De vraag naar goederen en diensten die worden geleverd door lokaal gevestigde bedrijven zijn dan laag. Als we echter manieren kunnen vinden om de lekken te dichten en meer van dit geld lokaal kunnen laten circuleren, zal het vermogen van mensen om goederen en diensten van lokale bedrijven te kopen, toenemen.

Voorbeeld 1:
Uit onderzoek is gebleken dat bij sommige reservaten van Noord-Amerikaanse Indianen tot 80% van het geld dat de lokale economie binnenstroomt, binnen 48 uur weer het reservaat verlaat. Als in een grote supermarkt een dollar (of een euro) uit wordt gegeven in dit reservaat, verlaat ongeveer 90 procent van dat geld binnen 48 uur het lokale gebied – naar verre eigenaars en leveranciers. Als dat geld echter  uit wordt gegeven aan een lokaal bedrijf, blijft er veel meer in de lokale economie circuleren en profiteren de lokale mensen. Het betaalt lokale advocaten, lokale accountants, lokale arbeidskrachten, lokale leveranciers, enz.

‘Plugging the leaks’ handboek van het NEF (SDG 12)

De New Economics Foundation (NEF) is een ‘radicale’ denktank, opgericht in 1986. Het is gebaseerd op de principes van de nieuwe economie. Werkend aan internationale economieën en het milieu, probeert het welzijn, rechten en ecologische duurzaamheid te bevorderen en de spanningen tussen deze twee op te lossen doelen. Ze hebben twee handboeken uitgegeven: ‘Plugging the leaks’ en ‘The Money Trail’. Deze handboeken kunnen een leidraad zijn in het dichten van ‘lekkende’ gaten in de lokale economie.

Asset Based Community Development (ABCD) (SDG 1, 2, 3, 9, 10, 16 en 17)

Asset Based Community Development (ABCD) gaat over gemeenschapsvorming in buurten. Doel is
zoveel mogelijk zelfsturing van lokale gemeenschappen.  ABCD gaat ervan uit dat gemeenschappen en buurten in staat zijn om de meeste problemen en vragen zelf op te lossen waarmee ze geconfronteerd worden. Daarvoor is het noodzakelijk dat ze de kans krijgen om hun vermogens optimaal te benutten, ze de ruimte krijgen en niet in de weg worden gezeten door ambities en programma’s van instanties. ABCD is eind jaren 80 als aanpak ontstaan. Toen trokken de grondleggers van ABCD, John McKnight en Jody Kretzmann vier jaar lang door de Verenigde Staten. Ze bezochten meer dan 300 buurten. Uit de 3000 verhalen die ze verzamelden, haalden ze de bouwstenen voor community building, waar stabiele en gezonde gemeenschappen en buurten optimaal gebruik van maken. Op basis van hun onderzoeks- resultaten ontwikkelden ze de ABCD aanpak, die om de zelfredzame kracht van buurtgemeenschappen draait.

Wijkkaart (asset mapping)(SDG 1, 2, 3, 9, 10, 16 en 17)

Een wijkkaart is een inventaris van de sterke punten en gaven van de mensen die deel uitmaken van een gemeenschap. Afgeleid van de bouwstenen van sterke gemeenschappen die John McKnight en Jody Kretzmann getraceerd hebben. Doel van asset-mapping is om een gemeenschap
of buurt bewuster te maken van haar eigen vermogens én om onderlinge relaties en contacten te versterken. Asset-mapping kan niet vóór bewoners gedaan worden, maar alleen samen of helemaal door bewoners. Een belangrijke vraag die bij asset-mapping hoort is hoe de gemeenschap al die vermogens kan inzetten voor de dingen die volgens de gemeenschap meer aandacht nodig hebben.

Het wormen verhaal van John McKnight (SDG 15)

Ik ga graag naar het westen van Ierland naar de kleine dorpjes. Vorig jaar huurden we daar een huisje met een meer in de buurt. Ik hou van vis en wilde gaan vissen, maar ik had geen aas, dus ging ik naar een klein winkeltje in het dorp en vroeg de verkoper daar: ‘Heb je lokaas?’ Hij vroeg: ‘Wat bedoel je met ‘Lokaas’?  ‘Nou’, zei ik, ‘ik bedoel zo iets als wormen’. Hij kon het niet geloven. Hij zei: ‘Heb je op weg naar mijn winkel die drie grote witte stenen gezien? Ik denk dat als je naar buiten gaat en een van deze stenen omdraait, je veel wormen zult vinden.’ Dit is een super geweldige les geweest voor mezelf: ‘Overal om je heen is alles wat je zoekt en nodig hebt’. Dat is moeilijk te begrijpen als je denkt dat je een goed leven hebt doordat je alles kunt kopen. Daarom kun je als consument niet goed zien wat er al is.”

https://www.youtube.com/watch?v=veRV9bNSJaE

Vijf stappen van het ABCD ontwikkeld door  John McKnight en Jody Kretzmann (SDG 1, 2, 3, 9, 10, 16 en 17)

  • Stap 1: Maken van een nieuwe wijkkaart
    Dit proces wordt mapping assets genoemd: het door bewoners (of hun ondersteuners) in beeld brengen van talenten, capaciteiten en vaardigheden aan de hand van de vraag: over welke bronnen en aanknopingspunten beschikken we om de problemen die we hebben zelf op te lossen? Een Community Asset Check List wijst daarbij de weg.
  • Stap 2: Verbinden van de buurtbronnen
    Wat er in een buurt aan (verborgen) vermogen is, moet aan elkaar worden gekoppeld. Elke keer als buurtbewoners besluiten samen een probleem uit de wereld te helpen wordt een buurt sterker. Dat vereist een gerichte vorm van activering. Met behulp van de informatie uit de nieuwe wijkkaart moeten er nieuwe partnerships ontstaan tussen bijvoorbeeld kerken en individuen.
  • Stap 3: Aan de slag
    De beste manier om ‘binnen te komen’ bij mensen blijkt toch het aanspreken op mogelijkheden hun slechte economische situatie te verbeteren. De ABCD-literatuur bevat tal van
    voorbeelden waarin bewoners starten met het verbeteren van hun huizen, portieken, en plantsoenen. Of waarin de veiligheidssituatie of de zorg om de jongeren uit de gemeenschap, de aanleiding vormt om aan de slag te gaan.
  • Stap 4: Een plan voor de toekomst
    Een zo representatief mogelijke groep bewoners werkt aan een visie en een plan voor de
    buurt/gemeenschap, vanuit de vragen: wie zijn ‘we’? Wat vinden we het belangrijkst? Waar zou onze buurt de komende vijf, tien, twintig jaar naar toe moeten groeien? Op dat soort vragen moet het plan een inspirerend antwoord geven.
  • Stap 5: Steun van buiten
    Als men weet wat er is en waar men naartoe wil, kan de blik naar buiten worden gericht. Welke externe bronnen kunnen voor de eigen plannen worden aangeboord?

Rethinking Economics toolkit ((SDG 1, 2, 3, 9, 10, 16 en 17))

Rethinking Economics is een internationaal netwerk van studenten, academici en professionals die bouwen aan een betere economie in de maatschappij, en die dit ook naar het klaslokaal willen brengen. Ze hebben een toolkit ontworpen voor in het klaslokaal. Deze toolkit bevat een aantal hulpmiddelen om de economie om je heen te ontdekken. De tools zijn verdeeld in drie secties:

  • Identiteit: Laat jongeren  ontdekken hoe ze over de economie denken.
  • Begrijpen: Praten over de economie kan verwarrend zijn. Jongeren krijgen vat op het vakjargon.
  • Empowerment: Wat betekent dat we allemaal de kracht hebben om de economie vorm te geven?
    Hoe willen jongeren dat de economie verandert, en hoe zouden ze  dat zelf  kunnen starten?

Acht vormen van kapitaal in een model verwerkt door Regenerative Enterprise (SDG 15)

Regenerative Enterprise definieert het verschil tussen degeneratieve, duurzame en regeneratieve systemen. Het verwoordt de vier factoren van een regeneratieve onderneming, en de principes voor het ontwerpen van regeneratieve bedrijfs-ecologieën.

Volgens de Regenerative Enterprise moet in een wereld van beschadigde ecologische en sociale systemen, met een fragiele wereldeconomie en een snel veranderend klimaat, zaken zoals we die kennen evolueren of ten onder gaan. Het is niet langer aanvaardbaar om financiële winsten te creëren door de fundamentele levende rijkdom van onze landen en wateren te extraheren. De 8 vormen van kapitaal is een model  waarmee ondernemingen de wereld kunnen interpreteren, met een nieuw proces voor ontwerp en besluitvorming in het hele systeem. Het formuleert de verschillende vormen van kapitaal waarmee elke dag wordt gehandeld, en opent de deur voor een evolutionaire benadering van economie en winst.

De jongeren

  • Verdiepen zich in het concept en de filosofie van sociale ondernemingen.
  • Onderzoeken hoe kleine, lokaal gevestigde bedrijven kunnen worden gebruikt om een economische veerkrachtig netwerk te realiseren, onder andere door sociale en ecologische goederen en diensten aan te bieden
  • Verdiepen zich in strategieën voor de constructie van een mondiale cultuur gebaseerd in onderling verbonden gemeenschappen en bioregio’s die hun eigen ontwikkeling beheren.
  • Verkennen de zakelijke mogelijkheden die het best geschikt zijn voor kleinschalige, dorps-, stedelijke en lokale wijken.
 2.4.1 Asset mapping Ga naar opdracht

Het in kaart brengen en zichtbaar maken van alle middelen die de wijk of buurt rond de school te bieden heeft.

2.1.2 Wordt later ingevuld Ga naar opdracht

………….

Overige activiteiten

 Koop lokaal campagne: Om een “Koop Lokaal” campagne op te kunnen zetten hebben we bewustzijn en lokale bedrijven nodig.  In deze oefening gaan deelnemers de lokale economie verkennen en ontdekken waar ze kunnen ingrijpen om het systeem te veranderen.

 Analyse gemeenschap: Maak een analyse van uw gemeenschap in welke mate sociale of ecologische behoeften worden ingevuld door een organisatie of sociale onderneming. Wat is er? Wat wordt gemist? Denk aan onderwijs, milieuherstel, ouderenzorg, gezondheidszorg, huishoudelijke hulp, armoedebestrijding, werken met jongeren, landbouwinitiatieven, vervoer, gemeenschap, organiseren, financiering, enz.

 Powerpoint voorstelling; Laat een powerpointvoorstelling van een sociale onderneming zien. Een powerpointvoorstelling van ecodorp en andere lokale economieën over de hele wereld biedt veel inspiratie over welke soorten goederen en diensten op relatief kleine schaal door gemeenschapsondernemingen kunnen worden geproduceerd. Stichting GAIA Nederland kan op verzoek een powerpoint presentatie over ecodorpen geven.

 Panel of Eco Entrepreneurs; Vraag & antwoord sessie met een panel van lokaal gevestigde sociale ondernemers. Maak een paar algemene vragen voor het panel om het gesprek te begeleiden.

Opstel: Vraag de deelnemers een beschrijving te schrijven van wat zij zich voorstellen als een solidariteitseconomie in hun gemeente of gemeenschap. Deel de beschrijvingen met de hele groep.

 

2.4.1 Asset mapping

Activiteiten    1 2

We willen mensen inspireren om de bestaande middelen binnen hun gemeenschap te waarderen en te ontdekken.

Voortbouwend op wat er al is, kunnen mensen aangemoedigd worden samen te werken om de sociale vitaliteit van gemeenschappen te verbeteren. Wij geloven dat iedereen iets positiefs heeft bij te dragen, en dat de middelen die nodig zijn om een gezonde, levendige gemeenschap te creëren al bestaan binnen de gemeenschap.

Eén manier om iets over een gemeenschap te leren, is door een inventariskaart te maken – een inventaris van de gaven, talenten en middelen binnen een gemeenschap. Deze aanpak kan helpen bij het verbinden en gebruiken van die middelen om het volledige potentieel van de gemeenschap te realiseren.

Om de rijke pool van middelen binnen een gemeenschap te vinden, is het belangrijk om te erkennen en te respecteren dat:

  • Iedereen talenten, vaardigheden en geschenken heeft die belangrijk en relevant zijn voor de fitheid en levendigheid van de gemeenschap.
  • Telkens wanneer individuen deze vermogens gebruiken, de gemeenschap waarin ze wonen versterkt wordt .
  • Sterke gemeenschappen plaatsen zijn waar de capaciteiten van lokale individuen worden onderkent, gewaardeerd en geactiveerd.

 

Het in kaart brengen en zichtbaar maken van alle middelen die de wijk of buurt rond de school te bieden heeft.
Een digitaal overzicht van alle kennis, kunde, mensen,  materialen, systemen en faciliteiten die zich in de omgeving van de school bevinden, gemaakt voor en door de buurt/wijk waarin de school zich bevindt.

Computers met internetverbinding, google maps, schrijfblokken, mobiele telefoons met camera en spraakopname.

De Asset Map

De vaardigheden die je nodig hebt om een Asset Map te maken zijn:
• Interesse en nieuwsgierigheid naar de mensen en plaatsen om je heen
• Een schatjagers mentaliteit hebben om onder de oppervlakkigheid te kijken
• Een methode hebben om de informatie waarover je meer te weten komt vast te leggen
• Een verlangen hebben om de sterke punten, of iets wat goed werkt, te ontdekken en te vieren in uw gemeenschap

  1. Er is niet één-beste manier om een inventariskaart te maken. In de eenvoudigste vorm kun je een AssetMap maken door rond te lopen door de buurt en gesprekjes aangaan met mensen zodat je de speciale personen, plekken en systemen in de wijk kunt ontdekken Je kunt een AssetMap in een dag maken maar ook, als je er meer diepgang in legt, een paar maanden mee bezig zijn.  Je kunt informatie verzamelen via wijkonderzoek, online onderzoek, het lezen van wijkkrantjes, 1 op 1 interviews en/of wijkbijeenkomsten.

  2. Je kunt op je kaart diverse thema’s terug laten komen. Denk bijvoorbeeld eens aan:
    • Transport: haltes openbaar vervoer, fietsroutes, flex-auto plekken, mensen die willen carpoolen.
    • Kinderopvang: personen die geïnteresseerd zijn in het delen van kinderopvang of het hebben van speelafspraakjes.
    • Open plekken: ontmoetingsruimtes, parken, speeltuinen, wandelpaden.
    • Voedsel: gemeenschapstuinen, individuele/familie tuinen, fruitbomen, urban edibles, boerenmarkten.
    • Voorbereiding op noodsituaties: waterleidingen, gasleidingen, vrachtwagens, mobiele telefoons, ladders en brandblusapparaten, reanimatie apparatuur.
    • Lokale economie: goederen en diensten aangeboden door personen binnen de gemeenschap.
    • Ruilen: vaardigheden en spullen die buren bereid zijn om te delen met anderen in de wijk.
  3. Gebruik de vragen op de volgende pagina’s om informatie over de wijk/buurt te verzamelen.
  4. Google maps
    • Maak voor deze activiteit een nieuwe Google account aan
    • Klik op het menu icoontje linksboven
    • Klik op “Mijn plaatsen”
    • Klik op “Kaarten” links boven
    • Klik op “Kaart maken” onderaan
    • Klik op “Naamloze kaart” en maak een kaartnaam aan
    • Klik op “Naamloze laag” en maak een laagnaam aan
      • Mensen
      • Plaatsen
      • Bedrijven
      • Ruilen
      • Kinderopvang
      • Enz..
    • Zoom in op de buurt/wijk
    • Klik “Basiskaart” aan en zet deze op satelliet
    • Klik op het “pin” symbool,
    • Klik op een punt en geef dit punt een herkenbare naam. Plaats ook een beschrijving van wat hier te vinden is.
    • Klik op het stijl icoontje in het popup venster en kies een passend icoontje.
    • Maak meer lagen aan en plaats hier op de overige pins.
    • Kies in het linker venstertje op Delen en kies of je de kaart publiek toegankelijk wil maken of alleen voor bepaalde mensen.

De Mens

Mensen zijn de centrale bron van welvaart voor de wijk. Leer de personen in de wijk kennen door persoonlijke interviews of wijkbijeenkomsten. Bepaal welke informatie je over deze personen wilt vastleggen en bedenk een methode om de informatie die je krijgt te registreren.
Hieronder staan enkele vragen die u kunt verkennen:

  • Wat is belangrijk voor jou? Waar ben je grootste passie?
  • Welke vaardigheden leerde je thuis, op school, in de gemeenschap of op het werk ?
  • Wat zijn je hobby’s of interesses? Waar ben je echt goed in? Wat kun je aan anderen leren?
  • Op welke manieren ben je betrokken geweest binnen de wijk/buurt? Op welke manieren wil je betrokken zijn bij de wijk/buurt?
  • Welke vaardigheden, talenten, middelen, materialen of voorraden hebt u die u bereid bent te delen met de andere bewoners van de wijk/buurt?
  • Welke vaardigheden of kennis heb je in verband met je carrière of beroep?
  • Van welke groepen of netwerken maakt u deel uit? Van welke groepen of netwerken zou u deel uit willen maken? Welke groepen of netwerken zou u willen helpen oprichten?
  • Is er iets dat u nodig heeft?
  • Wat zou u in de buurt/wijk willen zien wat nu niet bestaat? Wat hoopt en droomt u voor uw buurt/wijk?
  • Wie zou u beschouwen als buurthistoricus? Wie zou u opzoeken als u op zoek was naar oude wijsheden?
  • Welke positieve activiteiten zijn er nu al waarvan u er meer van zou willen zien? Welke ideeën heeft u om de levendigheid in de buurt/wijk te verbeteren?
  • Wat is de beste manier om contact met u op te nemen?

Terwijl je over de personen leert, zul je ontdekken hoe de mensen onderling verbonden zijn. Je leert ook de informele groepen kennen die bestaan binnen een gemeenschap. In vrijwilligersorganisaties zitten mensen die elkaar redelijk goed kennen, samenwerken en een gedeeld belang hebben. Ze zijn een pluspunt in de gemeenschap die kan worden gemobiliseerd. Er zijn veel soorten vrijwilligersorganisaties waarin mensen verbonden zijn door:

  • Interesses: kunst, muziek, sport, gezondheid, tuinieren, wandelen, schrijven, boeken, politiek
  • Werk of carrière: netwerken, vakbonden, bedrijfsverenigingen
  • Een doel: liefdadigheid, taakgroepen, vrijwilligerswerk, fondsenwerving, service
  • Leeftijd: jeugd, ouderen
  • Geografie: buurtverenigingen, buurtwachten
  • Spiritualiteit of geloof: congregaties, studiegroepen, koren
  • Ondersteuning: Opvoedgroep, zelfhulpgroep, steungroepen

Plaats

Organisaties

Ontdek meer informatie over de organisaties in de wijk/buurt. Denk bij elk van hen na over welke mogelijkheden er zijn binnen die organisatie. Denk verder dan hun beoogde doel (en). Je kunt bijvoorbeeld een kerk in de buurt hebben. Behalve dat het een plaats van aanbidding is voor zijn leden, kan een kerk ook een ontmoetingsruimte hebben, een parkeerplaats, een kopieermachine, stoelen, tafels, opslag en een keuken. Wellicht heb je een restaurant in de wijk. Naast een plek om te eten, kan een restaurant ook mogelijkheden bieden voor bijeenkomsten, banen, stages, donaties of samenwerkingsverbanden. Zoek inje verkenning van organisaties naar:

  • Welke organisaties bestaan er binnen de buurt/wijk?
  • Wat is het doel, de intentie en de missie van deze organisaties?
  • Wie werkt er met die organisaties?
  • Welke rol zou u willen dat de organisaties in de buurt/wijk spelen?
  • Op welke doelen, diensten of projecten hoop je binnen deze organisaties?

Je kunt op zoek gaan naar: kerken, hogescholen, universiteiten, bejaardentehuizen, brandweer, ziekenhuizen, klinieken, faciliteiten voor geestelijke gezondheidszorg, bibliotheken, politie, scholen, nutsbedrijven, buurthuizen, radio- of tv-stations, kleine bedrijven, grote bedrijven, sociale  diensten, overheidsinstanties, thuisbedrijven, non-profitorganisaties, religieuze organisaties, supermarkten, markten en/of restaurants.

Omgeving

Leer de natuurlijke en gebouwde omgeving waarin de wijk/buurt ligt kennen.

Je zou luchtkwaliteit, waterveiligheid, bomen, landschapsarchitectuur, landbouw, planten- en dierenleven, energiebronnen, bossen, meren, vijvers, beken, rivieren, mineralen, natuurlijke oriëntatiepunten, parken, recreatiegebieden, braakliggend land, recycling, compost en afvalbronnen kunnen verkennen.

Je kunt de fysieke, gebouwde omgeving verkennen, inclusief gebouwen, bruggen, trottoirs, straatverlichting, wegen, tuinen, speeltuinen, sculpturen of historische bezienswaardigheden.

  • Welke natuurlijke elementen bestaan er binnen de wijk/buurt?
  • Welke open ruimtes zijn er?
  • Hoe wordt het land gebruikt? Hoe zou je het land graag gebruikt zien worden?
  • Welke gebouwen of constructies zijn er binnen de wijk/buurt?
  • Hoe worden de gebouwen of constructies gebruikt?

Systemen

Lokale economie

Om te ontdekken hoe geld wordt verdiend, besteed en geïnvesteerd in de buurt/wijk zou je het volgende kunnen  verkennen: inkomen, beroepen, methoden voor uitwisseling en ruilen, belangrijke industrie en diensten, gemeenschapsvermogen, ongebruikte economische hulpbronnen, toegang tot goederen en diensten en geldcirculatie.

Een aantal vragen die je zou kunnen onderzoeken zijn:

  • Hoe geeft de buurt/wijk normaal zijn geld uit?
  • Hoe blijft geld binnen de buurt/wijk of  verlaat het de gemeenschap?
  • Verdienen de buurt-/wijkbewoners hun geld buiten of binnen de gemeenschap?
  • Welke krachten buiten de gemeenschap beïnvloeden de economische gezondheid van de buurt/wijk?
  • Welke ideeën heb je om de economische vitaliteit van de gemeenschap te vergroten?

 

Cultuur en spiritualiteit

De cultuur van een gemeenschap bindt mensen samen en bevestigt hun identiteit. Cultuur helpt ons te weten wie we zijn en hoe om te gaan met elkaar en de wereld om ons heen. Om meer te leren over de cultuur, gebruiken, tradities en manier van leven van een buurt/wijk zou het volgende kunnen verkennen:

  • Wat is de geschiedenis van de buurt/wijk? Hoe wordt geschiedenis bewaard, gevierd en geëerd?
  • Welke vormen van kunst en muziek bestaan ​​er?
  • Hoe worden buurt tradities en identiteit behouden?
  • Hoe zijn buurtbewoners verbonden met hun cultuur?
  • Hoe wordt cultuur overgedragen naar jongere of nieuwere leden van de gemeenschap?
  • Welke vormen van cultuur zijn er zichtbaar? Welke vormen van cultuur vallen buiten het zicht van de toevallige voorbijganger?
  • Wat is de etnische en raciale diversiteit binnen de buurt/wijk?
  • Welke talen worden gesproken? Hoe wordt taal gebruikt om cultuur te bevestigen?
  • Welke ambachten worden er uitgevoerd?
  • Hoe komt spiritualiteit tot uitdrukking bij buurt-/wijkbewoners?
  • Welke verschillende vormen van spiritualiteit zijn er in de buurt/wijk?
  • Hoe zijn de spirituele overtuigingen en gebruiken van buurt-wijkbewoners verbonden met het gemeenschapsleven?

Informatie, kennis en communicatie

Het is belangrijk om te weten hoe de community kennis opdoet, informatie deelt en communiceert met elkaar.

  • Welke scholen en trainingsprogramma’s bestaan er in de buurt/wijk?
  • Hoe worden nieuwe vaardigheden en kennis ontwikkeld en gedeeld?
  • Hoe weten mensen wat er gaande is in de gemeenschap?
  • Hoe wordt informatietechnologie gebruikt en door wie?
  • In welke mate en voor welke doeleinden zijn buurt/wijkbewoners geïnteresseerd in communicatie met elkaar?

Politiek kapitaal

Het leven in de buurt/wijk vereist een continue reeks beslissingen over aangelegenheden die zijn bewoners betreffen. Ontdek welke processen bepalen hoe formele beslissingen worden genomen over het opstellen en handhaven van beleid in de buurt/wijk.

  • Welke verbindingen heeft de buurt/wijk met politieke macht?
  • Wat is het formele proces om gemeenschapsbeslissingen te nemen?
  • Wie zijn de mensen in formele leidersposities binnen de lokale overheid?
  • Hoe beïnvloedt de buurt/wijk politieke beslissingen?

De buurt/wijk als geheel

Het is goed om de buurt/wijk als geheel  te bekijken. Hoe passen de mensen, plaatsen en systemen bij elkaar?

Welke vaardigheden, talenten en middelen kunnen aan elkaar worden gekoppeld om een sterker en levendiger buurt/wijk te bouwen?

Hieronder staan enkele vragen die je over de wijk/buurt kunt stellen.

  • Hoe worden talenten en vaardigheden herkend en ontwikkeld?
  • Hoe krijgen de mensen de kans om hun gaven en talenten bij te dragen?
  • Hoe weten mensen wat er gebeurt in hun gemeenschap?
  • Hoe wisselen mensen met gedeelde interesses ideeën en informatie uit?
  • Hoe wordt nieuwe kennis gegenereerd, geleerd of gedeeld?
  • Welke vormen van kunst en muziek bestaan ​​er?
  • Hoe wordt cultuur gezien? Welke culturele artefacten zijn ​​er?
  • Welke culturele waarden komen terug in het dagelijks leven?
  • Hoe worden culturele verschillen gewaardeerd?
  • Op welke manieren drukt de gemeenschap haar spiritualiteit uit?
  • Op welke manieren heeft de gemeenschap de wens en het vermogen om samen te werken?
  • Wat is het niveau van vertrouwen en gevoel van veiligheid binnen de gemeenschap?
  • Wat zijn bronnen van trots en vreugde binnen de gemeenschap?
  • Hoe en waar hebben mensen plezier?
  • Hoe besteden bewoners hun tijd en geld?
  • Waar zijn de open ruimtes voor recreatie en uitzicht?
  • Welke grond is beschikbaar binnen de gemeenschap en hoe wordt deze gebruikt?
  • Welke natuurlijke elementen zijn bepalende kenmerken van de gemeenschap?
  • Hoe beïnvloeden omgevingscondities de menselijke interactie?
  • Hoe consistent is de toegang tot voedsel, onderdak en kleding?
  • Wat symboliseert de geschiedenis van de gemeenschap?
  • Hoe wordt er voor de  mensen in de gemeenschap gezorgd?

 

Overweeg de drie B ‘s:

  • Beschikbaarheid: zijn goederen en services beschikbaar in de community?
  • Betaalbaarheid: kunnen mensen de beschikbare opties betalen?
  • Bereikbaarheid: kunnen mensen gebruik maken van de goederen en services die beschikbaar zijn?

 

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Alle

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video
Skip to toolbar