2.5 Juridisch en Financieel

Activiteiten  1 2

Kernbegrippen

  • Juridische en financiële kwesties
  • Juridische ondernemingsstructuren kiezen
  • Soorten kapitaal en bronnen van financiën
  • Haalbaarheidsstudies en bedrijfsplannen voorbereiden
  • Economische rechtvaardigheid
  • Rechten van de aarde

Introductie

Een onderneming, net als een woongemeenschap, heeft een juridisch kader nodig om een ​​zekere bescherming en zekerheid te hebben in een vastgoedgerichte samenleving. Dit kan gaan van het creëren van gezamenlijke eigendom contracten tot gereguleerde ondernemingsstructuren, vastgelegd door een notaris, die nationale overheden kunnen ondersteunen met wetten en diensten.

Drie hoofdthema’s komen samen in het creëren van duurzame organisaties:

  1. Land is een beperkt goed en het wordt verhandeld of gecontroleerd door lokale bevolkingsgroepen volgens de wetten van het land waarin ze zich bevinden en de regio in dat land.
  2. Arbeid is een menselijke bijdrage aan het welzijn van de gemeenschap en bij eerlijke en duurzame arbeid worden de mensenrechten beschermd en wordt gezorgd voor billijke behandeling en rechtvaardig.
  3. Kapitaal is de motor voor alle economische activiteiten. Kapitaal in een organisatie kan komen in een financiële vorm, via natuurlijke hulpbronnen, door menselijke kennis, en zorg of vaardigheden.

Er zijn talloze verschillende juridische ondernemingsvormen en eigendomsstructuren om uit te kiezen bij het creëren van sociale ondernemingen en woongemeenschappen. Daarnaast heb je als onderneming of woongemeenschap te maken met lokale wet- en regelgeving. Wetten en regels kunnen namelijk verschillen tussen provincies – en zelfs tussen verschillende gemeenten binnen een provincie. Zoals bijvoorbeeld regels rond bouwbesluiten en het bepalen van wooncontingenten. Het is verstandig om uit te zoeken welke ondernemingsvorm het meest geschikt is voor de op te starten onderneming en/of woongroep en op welke wijze het gefinancierd kan worden.

De meeste woongemeenschappen en ondernemingen starten met een fase waarin in eerste instantie een idee voor een gemeenschap of onderneming wordt uitgewerkt. Vaak is er dan nog juridische structuur voor het startende initiatief. Pas nadat het idee concreter wordt, en er meer zicht is op de haalbaarheid van de op te starten gemeenschap of onderneming, wordt er gekozen voor een bepaalde ondernemingsvorm.

Het is meestal een uitdaging om voldoende financiering voor het op te starten project te realiseren. Het succes om voldoende financiering te verkrijgen is in het algemeen afhankelijk van het uitdragen van een heldere visie en missie, om deze dan vervolgens te kunnen verwerken in bijvoorbeeld een investerings pitch voor stakeholders.

Om juridische en financiële aspecten mee te laten wegen in het maken van besluiten rond land, arbeid en kapitaal bij het opzetten van een duurzaam project of woongemeenschap.

Door het maken van een strategische financiële planning, waarbij de acties die voortvloeien uit de planning in harmonie zijn met de betrokken mensen en het betrokken land.

Verdiepende vragen
  • Heeft u jongeren laten onderzoeken wat sociale ondernemingen zijn?
  • Heeft u  jongeren laten onderzoeken in hoeverre hun project kan worden uitgevoerd als een sociale onderneming?
  • Heeft  u jongeren in groepjes laten experimenteren met verschillende versies van het ‘business model canvas’ en het  ‘lean canvas model’, om de unieke waardepropositie duidelijk te krijgen voor hun projecten en om de jongeren uit te laten zoeken welk bedrijfsmodel het meest geschikt zou kunnen zijn?
  • Heeft het Business Model Innovation Grid van de organisatie plan C jongeren geholpen bij het vergelijken van verschillende opties voor nieuwe economie modellen en het vinden van de juiste model voor hun project?
  • Heeft u aan jongeren de diverse soorten financieringsbronnen toegelicht?
  • Heeft u jongeren  laten uitzoeken welke financieringsbronnen binnen hun project hun primaire focus zijn?
  • Heeft u jongeren laten  overwegen initiële fondsen te werven door aandelen op gemeenschaps- schaal uit te geven voor hun project?
  • Heeft u aandacht binnen uw project voor kenmerken van de verschillende soorten juridische ondernemingsstructuren?
  • Heeft u jongeren laten onderzoeken welke juridische ondernemingsstructuur het meest geschikt is voor hun project en gevraagd naar hun motivatie?
  • Heeft u jongeren een start laten maken met het ontwikkelen van een businessplan (als middel om hun economische ontwerp te verbeteren)?
  • Zou het zinvol zijn voor jongeren om een ​​haalbaarheidsstudie uit te voeren met betrekking tot het bedrijfsmodel voor hun project (om ervoor te zorgen dat het een redelijke kans van slagen heeft)?
  • Heeft u binnen uw project aandacht besteed aan de ‘landethiek’ van Aldo Leopold?
  • Heeft u de ‘Earth Rights’ (rechten van de aarde) opgenomen in uw lesprogramma of project?
Theoretisch kader

wettelijke eigendomsstructuren (SDG 16)

Twee punten staan ​​centraal bij het bepalen van geschikte wettelijke eigendomsstructuren:

 

  • Dat deze de fundamentele sociale en economische waarden van de groep weerspiegelen:

 

  • Hoe ga je om met het inkomen van de groepsleden? Wordt de winst uit de onderneming(en) eerlijk onder elkaar verdeeld, of worden er verschillen gemaakt?
  • Hoe ga je om met inkomen dat buiten de groep om elders wordt verdiend? Gaat dit inkomen in de gezamenlijke pot? Of mag degene die het inkomen elders verdiend zelf houden?
  • Zijn de ondernemingen particulier eigendom, eigendom van de groep/woongemeenschap of eigendom van aandeelhouders?
  • Zijn in het geval van aandelenbezit de stemrechten gekoppeld aan de grootte van het investeringsbedrag? Of hebben alle beleggers slechts één ‘gouden’ stemaandeel?
  • Wie is de eigenaar van het land? De groep/woongemeenschap? De investeerder? Of is er 1 eigenaar?
  • Zullen waardestijgingen van land voor individuen of voor het collectief toenemen?
  • Moet er speciale voorziening worden getroffen voor de huisvesting van armere leden van de gemeenschap die zich misschien niet kunnen veroorloven om te kopen of te bouwen?
  1. Dat ze gerelateerd zijn aan verwachte financieringsbronnen:
  • In de meeste contexten zijn specifieke juridische en eigendomsstructuren vereist voor woongemeenschappen of ondernemingen om overheidssubsidies, liefdadigheidsdonaties, kapitaalverhoging, enz. te kunnen ontvangen.
  • In de meeste landen bestaan ​​er verschillende rechtsvormen voor profit, non-profit en sociale ondernemingen.

Financieringsbronnen (SDG 12)

Het is belangrijk dat er van te voren goed wordt nagedacht over welke financieringsbronnen op korte en lange termijn verwacht worden voor de start en de voortgang van het project. Er zijn vier verschillende soorten kapitaal die woongemeenschappen en gezamenlijke ondernemingen mogelijk moeten gebruiken:

  1. Startkapitaal – voor haalbaarheidsstudies en voor planning, bestemmingsplannen en andere vergunningen en vergunningen
  2. Aandelenkapitaal – geld van beleggers, die gewoonlijk delen in de eigendom en de controle, evenals in het risico van het project
  3. Leningen / schulden – in het algemeen ook rentebetalingen
  4. Geschenken, subsidies en donaties

Bronnen van kapitaal (SDG 8 en SDG 12)

Er zijn op zijn zeven potentiële bronnen van kapitaal:

  1. De inleg van ecodorp leden of bedrijfsleden / werknemers
  2. Ondersteunende personen die lokaal bij het project betrokken zijn of die het belang va
  3. ‘Business angels’ – rijke vrienden binnen het bedrijfsleven die de waarden van het project delen
  4. Non-profitorganisaties zoals charitatieve trusts, stichtingen en verschillende dienstverleners (het Ecodorp Epidaure in Zwitserland ontvangt bijvoorbeeld betalingen van het Zwitserse ministerie van jeugdzaken voor het werk dat het doet met kansarme jongeren en vluchtelingen)
  5. ‘Friendly bears’, grotere organisaties die delen in het belang van het project, inclusief huisvestingsverenigingen, organische voedselverwerkers, etc.
  6. Overheid – lokaal, nationaal of regionaal.
  7. Programma’s voor buitenlandse hulp

Rechtsvorm of ondernemingsvorm (SDG 8)

De rechtsvorm of ondernemingsvorm van een bedrijf of organisatie is de juridische vorm waarin deze is gegoten. Ondernemingen kunnen diverse juridische vormen aannemen. Om te kunnen kiezen welke ondernemingsvorm het meest geschikt is, is het belangrijk om te weten of het een onderneming met of zonder rechtspersoonlijkheid moet worden. Het is goed om de kenmerken en de voor- en nadelen van een ondernemingsvorm voor een project goed te onderzoeken.

Ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (rechtspersonen)
Bij een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid zijn de ondernemers privé aansprakelijk voor ondernemingsschulden. Zakelijke schuldeisers kunnen zich verhalen op zowel het ondernemingsvermogen als ook het privévermogen. Er zijn vier bedrijfsvormen zonder rechtspersoonlijkheid:

  • Eenmanzaak
  • Maatschap
  • Vennootschap onder Firma (VoF)
  • Commanditaire vennootschap (cv)

Ondernemingen met rechtspersoonlijkheid (rechtspersonen)
Een rechtspersoon is, net als een mens, zelfstandig drager van (financiële) rechten en plichten. Dit betekent dat een rechtspersoon aansprakelijk is voor de schulden die uit het ondernemen voortvloeien, en niet de ondernemers zelf.

Er zijn verschillende bedrijfsvormen met rechtspersoonlijkheid:

  • Naamloze vennootschap (N.V.
  • Besloten vennootschap (B.V.)
  • Eenpersoonsvennootschap
  • Coöperatie
  • Stichting
  • Vereniging
  • Een kerkgenootschap

Gedecentraliseerd, gecentraliseerd of gedistribueerd netwerken (SDG 11)

  • Centralisme of centralisatie behelst het streven naar een organisatie of natie die zo veel mogelijk vanuit één centraal punt of zelfs door één centraal orgaan of persoon bestuurd wordt. De machtsuitoefening vindt plaats vanuit een bestuurlijke eenheid of onderneming. Het wordt ook wel per beleidspunt toegepast; meestal gaat het dan om defensie, belastingen, bevolkingsregistratie, nationaliteitsvraagstukken en buitenlandse betrekkingen.
  • Het tegenovergestelde van centralisme of centralisatie is decentralisatie of decentralisering. Ook regionalisme is een tegenhanger van centralisme. Decentralisatie betekent letterlijk ‘ont-centraliseren’. Hiermee wordt vooral bedoeld het ongedaan maken van eerdere centralisaties.
  • Een gedistribueerd netwerk bestaat uit initiatieven die geen koepel hebben maar los van elkaar een gelijksoortig doel nastreven. Daarbij is vaak wel sprake van onderlinge contacten.

In de netwerksamenleving verandert de manier waarop we ons organiseren. Het vroegere maatschappelijk middenveld van stichtingen en verenigingen wordt vervangen door netwerken die samenwerken op thema’s en vaak korte termijn doelen. Gedistribueerde netwerken, verbonden eenheden zonder centrale organisatie, vervangen georganiseerde netwerken, verbonden door de bekende spin in het web.” Jerphaas Donner, http://www.netwerkorganisaties.com/De-Netwerker/

“Net als het internet zelf, werkt de maatschappij steeds meer als een gedistribueerd netwerk. Elk individu is een ‘node’ in het netwerk, waardoor een eenvoudige burger in potentie net zoveel kan betekenen als de grote instituties. We zien steeds meer initiatieven waar de burger zelf de regie in handen neemt; denk aan energie opwekking of ruilhandel van diensten en spullen. Echter ‘samen met anderen’ staat hierbij voorop, gebruik maken van elkaars kennis en kunde.” Bron: Ivonne Jansen-Dings, https://waag.org/nl/article/de-maatschappij-als-gedistribueerd-netwerk.

Deelgenootschap (SDG 8)

Bestaande BV’s, NV’s gaan over het grootse denken in zaken doen. Het
DeelGenootschap (DG) gaat over het grootse denken over jezelf. Zoals we de BV of
NV kennen in de huidige maatschappij is er nu ook het DG, die de nieuwe economie
vorm geeft. Het DeelGenootschap zorgt ervoor dat wij onszelf in werkverbanden organiseren
vanuit vertrouwen, inzicht en liefde. Het is een associatie die kan fungeren als een
soort zorgkring om elkaar heen, tot stand gekomen op basis van een gemeenschappelijke intentie, een gedeeld midden. Het DeelGenootschap (DG) is in haar opzet een expressie
van wie we als mens zijn. Vrij als persoon om je eigen initiatieven tot realisatie te brengen. Tegelijk ook samenwerkend vanuit een gemeenschappelijke intentie. En invulling gevend aan gelijke rechten voor elk lid van het DG om gehoord te worden, Met een DG geef je dus een ideaal vorm in een voor jouw ideale structuur; los van bestaande organisatievormen. Het DeelGenootschap verhoudt zich respectvol tot de bestaande economie en waar nodig en wettelijk verplicht kan een “gewone” stichting, BV of coöperatie nodig zijn en fungeren als veerpont van de nieuwe naar de bestaande economie. Meer informatie over het deelgenootschap kun je vinden op de website van Veerhuis Varik. https://www.veerhuis.nl/producten/deelgenootschap/

Het DeelGenootschap in een paar zinnen.

  • Het staat 100% los van de maatschappelijke structuren.
  • Kent nieuwe besluitvormingsprincipes.
  • Kent geen bestuur, wel een bron-orgaan, die er niet is om beslissingen te nemen. Dan
    pas wordt zelfsturing mogelijk.
  • Er is geen onderscheid tussen medewerker en vrijwilliger, immers ieder is deelgenoot.
  • Kent geen ontslag van medewerkers.
  • Kent een nieuwe vorm van beschermen van kennis die we de Creative Common
    Relation noemen.
  • Disclaimers onder aan een email worden Proclaimer
  • Voor formele punten van belasting en andere juridische punten zal een uitgeklede
    stichting de rol vervullen, die verder geen zeggenschap heeft.

Definitie van een bedrijfsmodel (SDG 8)

De grondgedachte van hoe een organisatie waarde creëert, levert en behoudt.

Business Model Canvas (SDG 8)

Het Business Model Canvas is een model voor strategisch management en lean startups om een nieuw bedrijfsmodel te creëren of een bestaande in kaart te brengen. Het Business Model Canvas is gebaseerd op het werk van Alexander Osterwalder. Het business model canvas kan worden ingezet als hulpmiddel voor het ontwikkelen van een nieuwe organisatie. Daarnaast analyseert het ook de (zakelijke) situatie van een bestaande onderneming.

Het Business Model Canvas bestaat uit de vier hoofdgebieden van een onderneming. Deze zijn verdeeld in negen bouwstenen, deze laten de logica zien van hoe een bedrijf geld wil verdienen. De vier hoofdgebieden zijn: klanten, aanbod, infrastructuur en financiële levensvatbaarheid.

Klanten

  • Klantsegmenten: Om een succesvol bedrijfsmodel te creëren, is het nodig als bedrijf te beslissen aan welke segmenten waarde wordt geboden.
  • Kanalen: Een bedrijf kan zijn waardepropositie leveren aan de klanten door middel van verschillende kanalen. Effectief gebruik hiervan zorgt ervoor dat de waardepropositie snel, efficiënt en kosteneffectief geleverd kan worden. Een organisatie kan zijn klanten door middel van eigen klanten (zoals winkels), partners, een combinatie van kanalen bereiken.
  • Klantrelaties: Per klantsegment moet bepaald worden wat voor soort relatie het bedrijf wil aangaan. Er zijn verschillende motivaties voor een klantrelatie: acquisitie, retentie en/of upselling.

Aanbod

  • Waardepropositie: Dit is de reden waarom een klant voor een bedrijf kiest en niet voor de andere. De waardepropositie is een verzameling van voordelen die aan de klanten worden geboden. Deze bouwsteen is verder uitgewerkt in het Waarde Propositie Ontwerp.

Infrastructuur

Kernactiviteiten: De Kernactiviteiten zijn de belangrijkste activiteiten om het bedrijfsmodel te kunnen uitvoeren.

Mensen en middelen/key resources: Deze bouwsteen beschrijft wat een bedrijf nodig heeft om het bedrijfsmodel uit te kunnen voeren. Dit kunnen zowel fysieke benodigdheden (zoals een kantoor) als niet-fysieke (zoals kennis).

Strategische partners: De strategische partners zijn andere bedrijven die helpen om het bedrijfsmodel te laten werken. Hierbij kan gedacht worden aan leveranciers of aan een joint venture.

Financiële levensvatbaarheid

  • Inkomstenstromen: Dit is de manier waarop een bedrijf inkomsten genereert uit elk segment. Voorbeelden hiervan zijn eenmalige betalingen of een abonnement.
  • Kostenstructuur: Dit beschrijft alle kosten die een bedrijfsmodel met zich meebrengt. Als de waardepropositie bijvoorbeeld gericht is op lage kosten kan het van belang zijn bij deze bouwsteen de kosten zo laag mogelijk te houden.

Lean (SDG 8)

‘Lean is een business strategie en vooral een manier van werken waarbij alles en iedereen in de onderneming zich richt op het creëren van waarde voor de klant in alle processen. Hiervoor worden verspillingen geëlimineerd.  Door de klant centraal te stellen creëer je maximale toegevoegde waarde voor de klant tegen minimale inspanning. Hierdoor verbetert de kwaliteit, worden doorlooptijden verkort en verminderen de kosten. Dat heeft een positief effect op de zowel de klanttevredenheid, medewerkersbetrokkenheid en de winst.’ Bron: https://www.sixsigma.nl/wat-is-lean.

Lean canvas (SDG 8)

De Lean Canvas is een tabel waarin startups hun kernkwaliteiten kunnen formuleren en verbeteren. De Lean Canvas is door zijn bedenker, Ash Maurya, geïnspireerd op de Business Model Canvas, maar richt zich specifiek op startups.

Business Model Innovation Grid (SDG 12)

In juni 2014 lanceerde Plan C, het transitienetwerk rond duurzaam materiaalbeheer, de Business Model Innovation Grid. Deze webtool geeft een overzicht van acht verschillende strategieën, verrijkt met 100 cases. Deze moeten bedrijven inspireren om duurzaam te groeien. De webtool geeft per strategie de definitie en de positieve en negatieve impact ervan weer. Waaronder bijvoorbeeld ‘optimalisatie’, ‘trage consumptie’ en ‘co-creatie’. De Business Model Innovation Grid is het resultaat van onderzoekswerk door Nancy Bocken, Samuel Short, Padmakshi Rana and Steve Evans (University of Cambridge, Centre for Industrial Sustainability).

Fondsen werven (SDG 16)

Fondsenwerving is het verkrijgen van geld, goederen, diensten of menskracht door deze te vragen aan de overheid, particuliere fondsen, bedrijven of het Nederlandse publiek. De ruilrelatie tussen gever en ontvanger staat daarbij centraal.

Friendraising (SDG 8 en SDG 16)

Friendraising is het stimuleren van betrokkenheid bij je organisatie en het bouwen van duurzame vriendschappen met personen, stichtingen of bedrijven met het doel allebei de vruchten van deze relatie te plukken.

Crowdfunding (SDG 8 en SDG 16)

Crowdfunding (ook wel publieksfinanciering genoemd) is een alternatieve wijze om een project te financieren. Crowdfunding verloopt zonder financiële intermediairs, zoals een bank, en zorgt voor direct contact tussen investeerders en ondernemers. Bij crowdfunding financiert het publiek (de crowd) het benodigde kapitaal via een online platform. De opzet is van de crowdfunding is dat veel mensen een (relatief) klein bedrag inleggen en dat deze investeringen bij elkaar genoeg geld opleveren om het volledige project te financieren.

Certificaten actie (SDG 8 en SDG 16)

Sommige projecten geven certificaten uit om geld bij elkaar te krijgen voor een project. Zo heeft ecodorp Boekel via een certificaten actie geld ingezameld voor hun ecodorp. Je kunt hierover meer lezen op hun website: https://www.ecodorpboekel.nl/investeer/.

Initial Coin Offering (SDG 8)

‘Een Initial Coin Offering, ook wel ICO genoemd, is een fondsenwervingsmechanisme waarbij nieuwe projecten hun onderliggende crypto-tokens verkopen in ruil voor bitcoin en ether. Het is enigszins vergelijkbaar met een Initial Public Offering (IPO) waarin beleggers aandelen van een bedrijf kopen.’ Bron: https://coinspot.nl/kennisgids/initial-coin-offering-ico/

Gifts  en ANBI status (SDG 8)

Besturen van verenigingen of stichtingen kunnen een ANBI erkenning aanvragen bij de belastingdienst. Een organisatie krijgt een ANBI erkenning als uit de financiële gegevens blijkt dat de organisatie ‘het algemeen nut beoogt’. Als een organisatie een ANBI erkenning  heeft, zullen sommige donateurs makkelijker geven. Giften van donateurs aan ANBI’s tellen mee voor de giftenaftrek van de inkomstenbelasting. Wie periodiek (meerdere jaren achtereen) schenkt aan een ANBI kan deze schenkingen voor 100% aftrekken. Hiervoor bestaat geen maximum.

Legaten (SDG 8)

Met een legaat krijgt een erfgenaam of een buitenstaander een duidelijk omschreven goed of een bepaald genoemd geldbedrag. De persoon of organisatie die iets gelegateerd krijgt noemt men de legataris. Steeds meer mensen nemen in hun erfenis beschrijving legaten op. Met een legaat kan iemand na z’n overlijden een geldbedrag voor een goed doel nalaten.

UNO box (SDG 8, SDG 12)

Met een Business Model Canvas heb je een tool in handen om een plan te schrijven. Stel je echter eens voor dat alle aspecten van een Business Model Canvas op een kubus wordt geplakt. En dat je je bij elk vlak afvraagt hoe je het aspect wat op dat vlak staat, kunt vertalen naar de binnenkant. Naar het hart  of de bron van het bedrijf. Dit is wat de UNO-box doet en daarom ook uniek maakt. Het is het eerste 3D bedrijfsplan dat zijn weerslag krijgt in wat het Bronplan wordt genoemd. In de bron zit de kracht van waaruit een bedrijf energie put. Een initiatief van Henry Mentink, oprichter van Het Veerhuis, aanlegplaats voor de nieuwe tijd. Met de Uno-box komt de binnenwereld (jouw purpose) en de buitenwereld (zakelijke kant van van het verhaal) op een natuurlijke manier bij elkaar. Bij de UNO box hoort een handboek om een bronplan te kunnen schrijven. Uitleg over de UNO box en het schrijven van een bronplan kun je vinden op de website van Veerhuis Varik.  Een filmpje over de UNO box kun je hier bekijken: https://www.youtube.com/watch?time_continue=27&v=ijLgwhGG1PE

Haalbaarheidsonderzoek (SDG 8)

Een haalbaarheidsonderzoek is een onderzoek naar de haalbaarheid van uw project. Zo’n onderzoek biedt niet alleen een goed beeld van de slaagkans van een product of dienst, maar toont eveneens hoe u deze kans van slagen verder kunt vergroten.

Opbouw van een haalbaarheidsonderzoek
Binnen haalbaarheidsonderzoek worden traditioneel verschillende fasen onderscheiden. In de eerste fase (de scoping fase) worden de ideeën gevormd. In de tweede fase wordt de markt rondom het nieuwe product / dienst geanalyseerd (de screening fase). Vaak resulteert dit in een financiële analyse waaruit de haalbaarheid blijkt. Om een nog duidelijker beeld te krijgen wordt eventueel een derde fase uitgevoerd, waarin het nieuwe product of dienst wordt getest in de markt (de test fase).
Iedere fase wordt vervolgens weer gekenmerkt door de volgende subfasen:

  • Probleem definitie
  • Aanpak
  • Onderzoek
  • Uitwerking
  • Aanbeveling
  • Analyses. In het onderzoek kunnen de volgende zaken worden geanalyseerd: missie en visie, doelstellingen, waardepositie, SWOT, doelgroep, bedrijfstak, trends, markt, concurrentie.

Pitch deck voor bijvoorbeeld een investeringspitch (SDG 8)

Een pitch deck is een korte presentatie, vaak gemaakt in Keynote, Powerpoint of Prezi, om potentiële partners, klanten, medewerkers, mede-oprichters en met name ook investeerders kennis te laten maken met je project. Een pitch deck bestaat meestal uit 12 slides:

  1. Introductie
  2. Team voorstellen
  3. Welk probleem lost de startup op? Is het echt een probleem?
  4. Hoe wil de startup het probleem op gaan lossen?
  5. Hoe ziet de concurrentie er uit?
  6. Wat maakt de oplossing zo speciaal?
  7. Hoe werkt het product of de dienst in de praktijk?
  8. Hoe ziet de markt/doelgroep er uit?
  9. Bewijs dat de product of dienst in de praktijk werkt en omzet/klanten/groei oplevert.
  10. Hoe werkt het verdienmodel?
  11. Welke investering wordt er gevraagd, tegen welke voorwaarden?
  12. Contactinformatie

Wat is ethiek?(SDG 3 en SDG 10)

Fundamenteel gegrond in waarden, is ethiek een moreel besef van goed en kwaad. Ethiek wordt gedemonstreerd door de manier waarop mensen hun leven leiden: wanneer een persoon om iemand of iets geeft, brengen hun acties die zorg en respect over, en nodigen ze hetzelfde in ruil uit.

“Als we het land zien als een gemeenschap waartoe we behoren, kunnen we het gaan gebruiken met liefde en respect.” Aldo Leopold

Wat is een landethiek volgens Aldo Leopold? (SDG 15)

Ethiek stuurt alle leden van een gemeenschap aan om elkaar te behandelen met respect voor het wederzijds voordeel van iedereen. Een landethiek breidt de definitie van ‘gemeenschap’ uit naar niet alleen mensen, maar ook alle andere delen van de aarde, zoals: bodem, wateren, planten en dieren, of wat Aldo Leopold ‘het land’ noemde. In de landethiek visie van Leopold zijn de relaties tussen mensen en land met elkaar verweven: zorg voor mensen kan niet los worden gezien van zorg voor het land. Een landethiek is een morele gedragscode die voortkomt uit deze onderling verbonden zorgzame relaties. Leopold presenteerde landethiek als een reeks waarden die op natuurlijke wijze voortkwamen uit zijn leven van ervaringen in de buitenlucht.

Leopold schreef: “We kunnen alleen ethisch zijn in relatie tot iets dat we kunnen zien, begrijpen, voelen, liefhebben of anderszins vertrouwen in hebben.” Hij geloofde dat direct contact met de natuurlijke wereld cruciaal was in het vormgeven van ons vermogen om onze ethiek verder te brengen dan ons eigenbelang. Hij hoopte dat zijn essays anderen zouden inspireren om te beginnen aan een soortgelijke levenslange ontdekkingsreis door de buitenwereld en een ethiek van zorg zouden ontwikkelen die zou voortkomen uit hun eigen hechte persoonlijke band met de natuur.

Ecocide (SDG 15)

Ecocide is de grootschalige beschadiging, de vernietiging of het verlies van ecosystemen van een bepaald gebied, hetzij door menselijk toedoen of door andere redenen, en wel in een zodanige mate dat het vreedzaam gebruik van dit gebied door de inwoners ernstig verminderd is of zal worden.
Bij ecocide kan je denken aan de Deep Horizon-olieramp in de Golf van Mexico, de vervuiling van de Niger Delta, het leegvissen van de Noordzee, schaliegaswinning (fracking), grootschalige ontbossing van de Amazone en het Indonesisch regenwoud, de ramp met de Fukushima kernreactor, GMO’s teerzandwinning en menselijk veroorzaakte klimaatverandering.”

Bron: https://stopecocide.nl/over-ecocide/defenitie/.

Bestemmingsplannen (SDG 11)

Het bestemmingsplan is een juridisch bindend document voor zowel de overheid als burgers en bedrijven. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en de bouwmogelijkheden vastgelegd voor een gebied. Op Ruimtelijkeplannen.nl vindt u bestemmingsplannen, structuurvisies en algemene regels die gemaakt zijn door gemeentes, provincies en het Rijk.

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/

https://www.bestemmingsplan.nl/

Woningcontingent (SDG 11)

Het aantal woningen dat een gemeente mag bouwen is aan een quotum gebonden, het zogenoemde contingent aan woningen dat gebouwd mag worden in die gemeente. Provincie en Rijk bepalen in het kader van Ruimtelijke ordening en Structuurplanning de contingenten. De Gemeente kan op verschillende manieren het contingent verdelen dat aan haar is toegewezen, bijvoorbeeld over sociale woningbouw (huur) en particuliere woningen (koop), en legt dat vast in bestemmingsplannen. Verhuren van verzorgingshuiseenheden gaat niet ten koste van het beschikbare woningcontingent.

https://www.platform31.nl/wat-we-doen/kennisdossiers/kennisdossier-transformatie-zorgvastgoed/sturen-op-zorgvoorzieningen/woningcontingentering

Landgoed beleidregels (SDG 11)

“Landgoederen hebben een multifunctioneel karakter en combineren over het algemeen functies als landbouw, bosbouw, cultuurhistorie, landschap, natuurbeheer, bewoning, recreatie en jacht. Het is de samenhang van deze verschillende elementen die het herkenbaar maakt als landgoed: lanen al dan niet gericht op monumentale gebouwen, afwisseling van bos en landbouwgrond en in veel gevallen ook water, verspreide boerderijen in eenzelfde stijl opgetrokken.

Een nieuw landgoed kan net als de oude historische landgoederen bestaan uit één of meerdere landhuizen van allure, één of meerdere bijgebouwen met erf en tuin, natuur en percelen in agrarisch gebruik.
Vanuit de overheid is er beleid opgesteld waardoor de inrichting en het gebruik aan bepaalde voorwaarden dient te voldoen. Deze beleidsregels met randvoorwaarden verschillen per provincie en kunnen bij de diverse gemeenten onderling ook verschillen.

Er zijn verschillende type landgoederen te onderscheiden, zoals:
• Landgoederen gerangschikt onder de natuurschoonwet.
• Historische buitenplaatsen.
• Planologisch nieuwe landgoederen.”

Bron: http://www.landgoedkopen.nl/landgoed-kopen/wat-is-een-landgoed

Landgoederen Net heeft het beleid van alle provinciën in Nederland bij elkaar gezet om duidelijkheid te verschaffen in de verschillen. Deze regels zijn via onderstaande link te vinden.

http://landgoederen.net/landgoed_beleidsregels/

Bebossing (SDG 15)

Indien een landbouwer zijn landbouwgrond uit productie neemt door daar tijdelijk of blijvend bos op te planten kan hij daarvoor op grond van verschillende regelingen subsidies verkrijgen. Eén van de regelingen betreft de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden (hierna: SBL). Ingevolge artikel 2 van de SBL worden bijdragen verstrekt in:

  1. de kosten van de aanleg van bos op landbouwgrond en
  2. ter compensatie van inkomensderving als gevolg van de aanleg van bos op landbouwgrond.

Het combineren van verschillende functies biedt tevens interessante perspectieven. Daarbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het combineren van bosbouw en landbouw, bijvoorbeeld via agroforestry of voedselbossen, of aan de combinatie met kleinschalige recreatie of vormen van (evt. tijdelijke) bewoning met tiny houses. Een aantal provincies ziet mogelijkheden in deze vormen van functiecombinatie omdat dit bijdraagt aan het realiseren van klimaatdoelen, natuuropgaven en woningbouwopgaven. Inmiddels zijn er verspreid over het land een reeks initiatieven gestart gericht op het realiseren van (voedsel)bossen in combinative met tiny houses.

https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/kwaliteitsimpuls-natuur-en-landschap-sknl

https://www.natuurenbos.be/bebossing

http://imi.nu/pdf_links/files/Nieuw%20Bos%20en%20klein%20Wonen%2C%202018.pdf

Bouwbesluit (SDG 11)

Een bouwwerk mag geen gevaar opleveren voor bewoners, gebruikers en omgeving. Daarom heeft de overheid in het Bouwbesluit 2012 voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu vastgelegd. Een bouwwerk moet altijd voldoen aan die voorschriften.

https://www.bouwbesluitonline.nl/

Definitie gebouw (SDG 11)

Een gebouw wordt door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de wabo) omschreven als ‘elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten gebouw zijnde.’

http://vergunningvrij.omgevingsvergunning.com/watisbouwen.asp

De jongeren

  • Kennen de wettelijke en financiële aspecten bij het oprichten van (sociale) ondernemingen.
  • Kunnen een financiële strategische planning maken.
  • Verkrijgen inzicht in hoe haalbaarheidsstudies en bedrijfsplannen kunnen worden ontwikkeld.
  • Kennen de verschillende juridische ondernemingsstructuren en kunnen kenmerken van deze ondernemingsstructuren benoemen.
  • Begrijpen hoe economische onderdrukking ervoor zorgt dat bepaalde bevolkingsgroepen niet in gelijke mate kunnen deelnemen aan economische welvaart.
  • Kunnen omschrijven wat ecocide is.
  • Kunnen voorbeelden geven van ecocide.
2.1.1 De Natuur en jezelf genezen Ga naar opdracht

Kennis over een aantal natuurlijke remedies verzameld uit of gecultiveerd in de natuur.

2.1.2 Gezondheidsrisico’s in onze cultuur en omgeving Ga naar opdracht

Deelnemers leren hoe ze met zelfbeheersing hun consumptie gewoontes kunnen matiging en zich bewust worden van wat ze kopen en gebruiken.

Overige activiteiten
  • Lichaamsbewustzijn meditaties door middel van games
  • Helende technieken zoals: chi gong, polariteittherapie, acupressuur, rebirthing, ademwerk, het vrijgeven van stress door prana, etc.
  • Start een massagecirkel
  • Maak en proef kruidentheeën
  • Bereid tincturen en zalven
  • Elke deelnemer leidt een reeks aërobe oefeningen
  • Speel frisbee en volleybal met anderen. Probeer de regels opnieuw te definiëren
  • Ontwerp een gezondheidskliniek
  • Ontwerp en leg een medicinale kruidentuin aan, na enig onderzoek

 

  • Maathai, Wangari (2008), “Nobel Peace Laureate Speech 2004”, in Beyond You and Me. London: Permanent Publications; also available on gaiaeducation.org
  • hiva, Vandana (2000), Stolen Harvest: The Hijacking of the Global Food Supply. London: Zed Books.
  • Featherstone, Cornelia (2008), “Healthy Living in Community”, in Beyond You and Me. London: Permanent Publications.
  • Featherstone, Cornelia (1997), Medical Marriage: The New Partnership between Orthodox and Complementary Medicine. Findhorn UK: Findhorn
  • Chopra, Deepak deepakchopra.com. (checked May 16, 2011).
  • Markides, Kyriacos (1985), The Magus of Strovolos: The Extraordinary World of a Spiritual Healer. London: Penguin Books
  • Newton, Michael (1994), Journey of Souls: Case Studies of Life between Lives. Paul MN: Lle- wellyn Publications.
  • Head, Joseph, and Cranston, S l (1977), Reincarnation: The Phoenix Fire Mystery. New York: Julian Press.

2.5.1 Dorp van dozen

Activiteiten    1 2

Bron: Transition Towns

Het opbouwen van een duurzame omgeving inclusief duurzame bedrijvigheid kost normaal gesproken veel tijd. Om toch te kunnen voelen wat hier allemaal bij komt kijken laat deze activiteit de deelnemers in een speelse setting ervaren hoe een duurzaam dorp op te bouwen in samen met alle toekomstige bewoners.

  • Meer leren over onderlinge communicatie.
  • Meer leren over het opzetten van een duurzaam bedrijf.

Na deze activiteit heeft de deelnemer een beter beeld van wat zijn eigen interesses zijn binnen een duurzame economie en hoe deze op te zetten samen met anderen.

Gymzaal, 30 plankjes (30×20 cm) geverfd met schoolbordverf, 8 borden (100 x 200 cm) geverfd met schoolbordverf, dozen, bamboe, kranten, tape, touw, scharen, krijt, stemmige muziek, feestmuziek, confetti, kingsize sleutel, lint

 
Fase 0

 

Deelnemers wachten buiten de grote zaal.

“Welkom, kom binnen…. Dank je wel dat je mee komt doen. Deze morgen gaan we samen op reis, een reis naar de nabije toekomst. Kijk voor je uit naar de lege ruimte, naar de toekomst. We gaan naar het centrum van Transition Town Anywhere… Alles wat we mee hoeven te nemen is onze eigen ervaring, elkaar en onze verbeeldingskracht. We krijgen vandaag de kans om een bloeiend, verbonden, veerkrachtig dorp te bouwen. Is iedereen er klaar voor? Zodra het lint is doorgeknipt, zijn we er”…..

 

  • spanningsopbouw: buiten de zaal wachten tot de deuren opengaan

 

  • zachte instrumentale muziek, dromerige stem neemt je mee in de tijdreis; collectief aftellen vanaf 10 naar 0 voordat het lint waarachter we staan wordt doorgeknipt en we de rest vd zaal mogen betreden.

 

 

Fase 1 – Een Thuis

 

“Zoek een plek in de ruimte waar je jezelf een thuis kunt maken….. teken de contouren van je thuis met het krijt….. pak een schoolbordje en schrijf iets op wat jou in je leven een gevoel geeft van welzijn of  verbondenheid …. ga rondwandelen in je dorp…. Kijk rond naar met wie je hier samenleeft”

 

  • rondlopen door de zaal, dan een eigen plekje zoeken, teken met krijt een begrenzing om je heen (occupy your own plot of land)

 

  • schrijf op een schoolbordje wat voor jou ‘wellbeing’ teweegbrengt, leg dat in jouw ruimte en ga rondwandelen om te zien wat anderen hebben opgeschreven

 

 

Fase 2 – Buren

 

“Ontmoet je buurman/vrouw, iemand die dichtbij je is. Ga samenzitten. Op de achterkant van je schoolbordjes staat een lijstje met verhaal-thema’s. Vertel elkaar een persoonlijk verhaal gebaseerd op een van die thema’s en schrijf dan in één zin op wat je van de ander hebt gehoord. Deze relaties en persoonlijke verhalen zijn de fundamenten van ons dorp.”

 

  • terug naar je eigen plek en ga gesprek aan met een van je buren; vertel elkaar een persoonlijk verhaal ahv een van de thema’s achterop je schoolbordje

 

  • schrijf op wat je hebt gehoord (niet woordelijk maar in één samenvattend zinnetje)
  • loop rond in je buurt en lees de andere verhalen

 

 

Fase 3 – Straat

 

“Ga samenzitten met 3 of 4 andere paren van buren  … bespreek/onderzoek samen wat jullie leven gemakkelijker en duurzamer zou maken. Wat zou je zelf samen kunnen realiseren zonder hulp van buitenaf … Bedenk dat succesvolle groepen tijd investeren in bepalen hoe ze gaan samenwerken, in plaats van enkel bepalen wat ze samen willen doen.  … Verbeeld mbv je schoolbordjes hoe je straat/buurtje er uit gaat zien. Ga opnieuw rondwandelen om te zien waar andere straten toe zijn gekomen.”

 

  • ga samenzitten met nog 3-4 andere buren; creëer en maak zichtbaar wat jullie in je eigen buurt zouden willen hebben/zien aan voorzieningen, sfeer, situatie, cultuur, …

 

  • wandel weer rond om te zien wat iedere buurt heeft

 

 

 

Fase 4 – Naar buiten

 

“We gaan samen een dorpscentrum bouwen ….  een dorp/gemeenschap heeft behoefte aan diverse dingen: voedsel, bestuur, educatie, innovatie, diensten en goederen, feest en ontspanning… wat zou jij willen dat er ontstaat in je dorp in deze categorieën?  Schrijf je verzoeken op de muren…

 

  • ga naar een of meer van de schoolborden aan de wanden van de ruimte en schrijf daar op wat voor soort diensten, bedrijven en voorzieningen je graag zou willen dat die zich vestigen langs de Hoofdstraat van het dorp. Ieder bord heeft zijn eigen thema:  food, governance, education, innovation, goods & services, celebration

 

 

Fase 5 – Je eigen rol ontdekken

 

“Ga naar de categorie die je het meest aantrekt en gebruik een schoolbordje om op te schrijven welke rol jij nu zou willen spelen als antwoord op de verzoeken die de dorpsbewoners hebben opgeschreven. Organiseer jezelf in kleine werkgroepen”

 

  • ga in de Hoofdstraat staan; jij bent nu een van de toekomstige ondernemers. Ga naar het wand-schoolbord met het thema waar je je het meest toe voelt aangetrokken en lees daar welke behoeften en wensen de bewoners van het dorp daar hebben opgeschreven; dit is de basis voor je onderneming.

 

  • schrijf op je eigen schoolbordje welk soort werk je zelf zou willen doen
  • zoek om je heen naar tenminste 1 andere persoon om samen een onderneming te starten

 

 

Fase 6 – Je onderneming bouwen

“Denk goed na of je aan alles hebt gedacht om een onderneming op te bouwen. Wat is het, voor wie is het? …. Zodra jullie er zeker van zijn wat je wilt gaan doen, breng je een bezoek aan de Map Mistress om een kavelnummer te krijgen…. Neem bouwmaterialen mee van de  en bouw een 3D versie van je idee”

 

  • ga naar de Lokatie-Verdeler en verkrijg een vestigingsadres aan de Hoofdstraat

 

  • verzamel de benodigde bouwmaterialen (karton, bamboe, kranten, tape, touw, scharen, schoolbordjes, krijt) en bouw je eigen winkel/bedrijfspand

 

 

 

 

Fase 7 – Opening van het Dorpscentrum

 

Tijd om het Dorpscentrum te openen! Een willekeurige onderneming wordt uitgekozen om de Sleutel tot het Dorp te ontvangen. Mensen rennen de Hoofdstraat op en neer met kleurige linten om dit heugelijke moment te vieren, iedereen juicht en klapt … “We zijn klaar voor de start. Bezoek andere ondernemingen, ontdek hoe jullie zouden kunnen samenwerken; wat zou je kunnen uitruilen? Sommigen van jullie blijven achter om bezoekers aan jullie eigen onderneming te ontvangen”

 

  • “het is een jaar later” ; officiële opening van Hoofdstraat (ceremonie met king-size sleutel e.d.)
  • FEEST: feestmuziek, confetti, polonaise
  • per bedrijf opsplitsen: er blijft iemand achter om klanten te bedienen, en de andere(n) gaan rondlopen om bij andere bedrijven te winkelen en connecties te maken (twee petten op: als jezelf en als shopkeeper)

 

Fase 8 – Picknick in het Dorpscentrum

 

“Lunchtijd! Geniet tijdens een straatpicknick van de overvloed aan eten, elkaar en een rijke omgeving”

 

  • lunch wordt binnengereden: picknick in de Hoofdstraat

 

 

 

Fase 9 – Tijdreis

 

“Ga terug naar je thuisplek, en bezoek de buurman/vrouw waaraan je in het begin een verhaal vertelde. Vertel hem/haar over je ervaringen sindsdien. Wat heb je gezien, geleerd, geobserveerd, gevoeld? …… Dan lopen we allemaal de Hoofdstraat af terug naar de plek waar we zijn gestart, terug naar waar het allemaal begon. Tel mee van 0 tot 10 op onze reis terug naar het jaar 201x”

  • ga in de ruimte staan op de plek waar je als individu begon
  • laat binnenkomen wat deze oefening je heeft gebracht en deel dat met een van je buren

ga in de Hoofdstraat staan en loop langzaam achterwaarts terug naar het startpunt aan het begin vd zaal, “je gaat terug in de tijd”, tel gezamenlijk van 0 tot 10

 

Fase 10 – Reflectie, opruimen

 

“Kijk terug naar de ruimte. Hij is vol, gevuld met jullie verbeeldingskracht, vol van wat we samen hebben gecreëerd… Je kunt een souvenir meenemen als herinnering, maar zonder twijfel zal dit dorp hoe dan ook in onze herinnering blijven. Laten we nu starten met de Grote Opruiming”

 

  • opruimen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nabespreken van deze activiteit kan het beste worden gedaan met de hele groep om de diverse ervaringen te kunnen ervaren en delen.

Jongeren: Vraag de jongeren wat ze ontdekt hebben over hun interesses, het afstemmen met anderen en hoe je samen zaken kunt opbouwen. Hoe verhoud zich dit tot hun relatie met de rest van de gemeenschap? Met de rest van de wereld? Wat was het belangrijkst in wat er in deze activiteit gebeurde? Wat hebben ze gemist?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Alle

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty2: Zero Hunger3: Good Health and Well-Being for people4: Quality Education5: Gender Equality6: Clean Water and Sanitation7: Affordable and Clean Energy8: Decent Work and Economic Growth9: Industry, Innovation and Infrastructure10: Reduced Inequalities11: Sustainable Cities and Communities12: Responsible Consumption and Production13: Climate Change14: Life Below Water15: Life on Land16: Peace, Justice and Strong Institutions17: Partnerships for the Goals

2.5.2 Jouw commitment

Activiteiten    1 2

Alleen ga je vaak sneller – met elkaar kom je verder!

Maar hoe kun je goed met elkaar samenwerken? Wat komt daar allemaal bij kijken? En op welke manier ga je je dan inzetten binnen een project? Hoe zorg je er in een organisatie of een project voor dat de mens in heelheid aanwezig mag zijn? Dat de balans tussen werk en privé mag kloppen, dat je als mens echt gezien wordt? En hoe zorg je dat mensen elkaar echt groter en mooier maken? Aan de structuurkant vraagt dit om het zorgvuldig opstellen van de verbintenis. Die geeft inhoud aan wie je bent (binnenkant) en wat je wil doen (buitenkant). Een voorbeeld van zo’n verbintenis is uitgewerkt voor het deelgenootschap. Deze opdracht maakt gebruik van de opzet van de verbintenis bij een deelgenootschap. Een deelgenootschap kun je zien als een groep mensen die samenwerkt aan een project, zonder dat daar een juridische structuur voor aanwezig is. Een goed voorbeeld van een deelgenootschap binnen scholen is bijvoorbeeld een leergemeenschap. In een leergemeenschap werken docenten, studenten en experts uit het bedrijfsleven samen aan het oplossen van complexe problemen in de maatschappij.

Het opstellen van een verbintenis voor een project waarin meerdere deelnemers samenwerken vanuit hun eigen passie en talenten en in co-creatie met elkaar.

Deelnemers leren hoe ze een verbintenis voor een project kunnen opstellen waarin meerdere deelnemers samenwerken vanuit hun eigen passie en talenten en in co-creatie met elkaar.

Verbintenisformulier, pennen

  1. Formeer een groep met een gezamenlijk doel. Dit kan bijvoorbeeld het ondernemersgroepje uit de opdracht ‘Dorp van Dozen’ zijn. Of het starten van een leergemeenschap op je school. Of de groep waarmee je een profielwerkstuk wil gaan uitwerken.
  2. Vul het formulier ‘Mijn bijdrage en verlangen’ in.
  3. Bespreek in je groep de uitkomsten van het invullen van het formulier. Iedere deelnemer in de groep krijgt vijf minuten om zijn of haar formulier toe te lichten. Na de vijf minuten krijgen de overige deelnemers twee minuten de tijd om te ‘spiegelen’ wat de deelnemer heeft ingebracht in de groep. Spiegelen betekent dat zonder oordeel of mening herhaald wordt wat de deelnemer heeft gezegd.
  4. Na afloop stellen de deelnemers van het groepje een voorstel samen op, waarin de rollen en taken worden beschreven van de deelnemers, die een bijdrage kunnen leveren om het doel van het project te kunnen gaan halen.

 Vraag de jongeren wat ze ontdekt hebben over hun interesses, het afstemmen met anderen en hoe je samen zaken kunt opbouwen.  Wat was het belangrijkst in wat er in deze activiteit gebeurde? Wat hebben ze gemist?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 60% 60%
  • Samenleven – Community 70% 70%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video
Skip to toolbar