3.1 Lokaal voedsel en de voedselkringloop

Activiteiten  1 2

Kernbegrippen

  • Permacultuur
  • Lokaal voedsel
  • Biologische landbouw
  • Deep ecology
  • Herstel van ecosystemen
  • Biodiversiteit
  • Biophilia

Introductie

Dit thema gaat over biologische, biodynamische en ecologische land- en tuinbouw, de rol en betekenis van ongecultiveerde natuur, de zorg voor land en bossen en het verminderen of oplossen van een ecologisch probleem met inzet van levende organismen (bioremediatie). Permacultuur, als een filosofie, wordt geïntroduceerd. Een ontwerp maken met hulp van de permacultuur principes sluit goed aan bij de uitgangspunten voor ontwerpen vanuit de integrale systeembenadering. Praktische voorbeelden worden in de thema uitgediept. Zoals het bewerken van land in droge gebieden en het samenstellen van een drijvend eiland van waterplanten waarmee de waterkwaliteit kan worden verbeterd.

In een buitenomgeving kan coöperatief leren in kleine groepen zeer effectief zijn. Een goed voorbeeld is het groepsgewijs bestuderen van de bestuiving van bloemen door bijen. Leden van de groep kunnen specifieke taken krijgen, zoals de timing van het verblijf van elk insect, een snelle schets van het insect, schrijven over hoe bijen bewegen en de uitkomst van bevindingen van de groep communiceren met de rest van de klas of groep. Op deze manier ontwikkelen jongeren coöperatieve leervaardigheden (zoals luisteren, uitleggen, suggereren en groepsbeslissingen nemen) terwijl ze wetenschappelijke concepten leren. Ook biedt het werken in een schooltuin talloze unieke leermomenten. Het is een feest als jongeren kunnen oogsten wat ze zelf hebben gezaaid of uitgeplant. De oogsttijd is een mooie aanleiding om een oogstfeest te organiseren, waarbij ook ouders betrokken kunnen worden.

 

Zorg voor vitale ecosystemen in de lokale en regionale omgeving

Lokaal en ecologische voedsel produceren, verwerken en consumeren kan bijdragen aan de regeneratie van vitale ecosysteemfuncties in de lokale en regionale omgeving

Verdiepende vragen
  • Heeft u de rol van lokaal en biologisch voedsel verwerkt in uw project?
  • Heeft u jongeren een beschrijving laten maken voor een productieproces van een voedingsmiddel wat de jongeren dagelijks nuttigen, zoals melk. En is in de beschrijving ook de verwerking en de opslag geïntegreerd als onderdeel van het productieproces?
  • Heeft u jongeren laten nadenken over de impact van de reguliere land- en tuinbouw op het milieu, en heeft u de impact op het milieu laten vergelijken met  de impact op het milieu door biologische, biodynamische en ecologische land- en tuinbouw?
  • Heeft u in uw project de ethiek van de permacultuur principes betrokken?
  • Heeft u jongeren een ontwerp voor een terrein of een gebied laten maken met hulp van de permacultuur principes?
  • Heeft u de permacultuur principes  gebruikt om het creatieve proces tijdens groepsontwerp sessies te begeleiden?
  • In hoeverre zijn de ontwerpprincipes voor permacultuur van nut geweest om ervoor te zorgen dat jongeren samen een regeneratief systeem kunnen ontwerpen en hoe hebben de ontwerpprincipes u anders laten denken en jongeren anders laten ontwerpen?
  • Is het nuttig voor het project van jongeren om de permacultuur strategie van ‘zonering’ (zone 0 tot 5) te gebruiken bij het optimaliseren van een terrein en het terrein te verbinden met zijn bredere omgeving?
  • Heeft u overwogen technieken die passen bij de ecologische dimensie, zoals  Keyline-ontwerp, biologische landbouw, agro-ecologie, bostuinieren, analoge bosbouw, holistische managementtechnieken, de rol van fungi (schimmels en paddestoelen) , koolstofsequestratie en biochar en erosiecontrole,  aandacht te geven en te verwerken?
  • Kan uw jongerenproject of het project van jongeren bijdragen aan de regeneratie van vitale ecosysteemfuncties in de lokale en regionale omgeving?
Theoretisch kader

Kenmerken van permacultuur

Permacultuur introduceert principes voor het bewust ontwerpen van een duurzame toekomst, gebaseerd op samenwerking met de natuur en zorg voor de aarde en haar volkeren. Permacultuur verzamelt kennis en vaardigheden uit vele ecologische disciplines – oud en nieuw – om te voorzien in onze basisbehoeften aan voedsel, onderdak, holistische sociale structuren en duurzame economieën. Het doel is om systemen te creëren die ecologisch verantwoord en economisch levensvatbaar zijn, die voorzien in hun eigen behoeften, niet exploiteren of vervuilen, en daarom op de lange termijn duurzaam zijn. Permacultuur gebruikt de inherente eigenschappen van planten en dieren, gecombineerd met de natuurlijke kenmerken van landschappen en structuren, om levensondersteunende systemen te ontwikkelen voor stad en platteland, met behulp van het kleinste praktische landoppervlak.

Wanneer niet aan de behoeften van een systeem wordt voldaan vanuit het systeem, betalen we de prijs voor energieverbruik en vervuiling. Een fundamentele verandering is noodzakelijk. Voor een goed leven zijn zon, wind, mensen, gebouwen, stenen, zee, vogels en planten om ons heen nodig. Samenwerking met al deze dingen brengt harmonie, terwijl tegenstand en weerstand tegen hen chaos schept.

De belangrijkste kenmerken van Permacultuur kunnen als volgt worden samengevat:

  • Het is een systeem voor het creëren van duurzame menselijke nederzettingen door ontwerp en ecologie te integreren.
  • Het is een synthese van traditionele kennis en moderne wetenschap, toepasbaar op zowel stedelijke als landelijke situaties.
  • Het neemt natuurlijke systemen als een model en werkt samen met de natuur om duurzame omgevingen te ontwerpen, die voorzien in elementaire menselijke behoeften en de daarbij ondersteunende sociale en economische infrastructuur.
  • Het moedigt ons aan om een ​​bewust onderdeel te worden van de oplossingen voor de vele problemen waarmee we worden geconfronteerd, zowel lokaal als wereldwijd.

Permacultuur planning

Planningstabel:

Energie-efficiënte planning

Hulpbronnen plannen

Design

Zoneplanning

Hoogteplanning

Sectorplanning

Meervoudige functie Meervoudige elementen Energieherwinning

Biologische hulpbronnen

Relatie met locatie Microkoppeling

Maximaliseer randen

Nalatenschap

Diversiteit

Patroon

 

Een kernbegrip is zone-planning. Het ontwerp wordt uitgevoerd op basis van zones die uitstralen vanuit het huis of hoofdgebouw.

Permacultuur principes

Principe 1: observeer en handel ernaar

Principe 2: vang energie en sla ze op

Principe 3: zorg voor opbrengst

Principe 4: gebruik zelfregulering en accepteer terugkoppeling

Principe 5: gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten

Principe 6: produceer geen afval, maak kringlopen

Principe 7: ontwerp van (natuurlijke) patronen naar detail

Principe 8: verenig eerder dan te scheiden

Principe 9: gebruik kleine en trage oplossingen

Principe 10: gebruik en waardeer diversiteit

Principe 11: gebruik randen en waardeer het marginale

Principe 12: antwoord gepast op veranderingen en maak er op een creatieve manier gebruik van

Gezond en duurzaam voedselproductie systeem

Een gezond en duurzaam voedselproductie systeem moet het volgende omvatten:

  • Onderhouden en verbeteren van de vruchtbaarheid van de bodem
  • Behoud van de gezondheid van het lokale ecosysteem als onderdeel van een bio-regionale strategie
  • Zorg voor een goed gezond en gevarieerd menu (dieet) voor bewoners
  • Ondersteunen van de werkende beroepsbevolking
  • Verbinden van bewoners met het land
  • Samen vieren door eten
  • Het creëren van huidige en ook toekomstige voedselzekerheid voor de gemeenschap
  • Training voor medewerkers op de boerderij en/of tuinderij

Biologische land- en tuinbouw

In de afgelopen vijftig jaar heeft de biologische land- en tuinbouw zich ontwikkeld tot een goed gecodificeerde reeks principes en praktijken. De Internationale Federatie van Biologische Landbouw-bewegingen (IFOAM) drukt de doelstellingen van biologische landbouw op deze manier uit:

  • Voedsel van hoge voedingskwaliteit in voldoende hoeveelheid produceren.
  • Werken met natuurlijke systemen in plaats van ze te willen domineren.
  • Het aanmoedigen en verbeteren van biologische cycli binnen het landbouwsysteem, waarbij micro-organismen, bodemflora en -fauna, planten en dieren betrokken zijn.
  • Vruchtbaarheid van bodems voor lange termijn behouden en deze te vergroten.
  • Voor zover mogelijk, hernieuwbare bronnen gebruiken in lokaal georganiseerde landbouwsystemen.
  • Zoveel mogelijk werken binnen een gesloten systeem met betrekking tot organische stof en voedingselementen.
  • Goede leefomstandigheden voor de dieren.
  • Alle vormen van vervuiling vermijden die kunnen voortvloeien uit landbouwtechnieken.
  • De genetische diversiteit van het landbouwsysteem en de omgeving behouden, inclusief de bescherming van planten- en dieren habitats.
  • Om landbouwproducenten voldoende rendement en voldoening te geven over hun werk, inclusief een veilige werkomgeving.
  • De bredere sociale en ecologische impact van het landbouwsysteem in ogenschouw nemen.

Community Supported Agriculture (CSA)

Het concept van Community Supported Agriculture (CSA) is dat een groep mensen, of een familie van een boer, een soort van coöperatieve vereniging vormen, die voedsel op een duurzame manier verbouwt, waarbij de groep een zekere verantwoordelijkheid neemt voor het organiseren en betalen van de kosten van de voedselproductie. Het wordt soms abonnee teelt genoemd.

Landbeheer en landbouw technieken

Typische organische en duurzaamheidsstrategieën omvatten:

o   Het aanleggen van de bodem met compost en Vermiculture

o   Werken met goede buren/slechte buren planten combinaties

o   Biologische bestrijding

o   Biodiversiteit van gewassen

o   Gewasrotatie

o   Recycling van geoogst regenwater en behandeld afvalwater

o   Toevoegen van natuurlijke bodemwijzigingen zoals mineraal gesteentestof, micronutriënten, zeewierextracten, enz.

o   Beheer van vocht in het land door drainage en vochtretentie door middel van slootjes, indien van toepassing

o   Gebruik van beschermde gewas technologie voor het verlengen van seizoenen (serres en kassen)

Deep ecology

‘Deep ecology’ is een recente tak van ecologische filosofie (ecosophy) die de mensheid als een integraal onderdeel van zijn omgeving beschouwt: het is een denken dat meer waarde hecht aan niet-menselijke soorten, ecosystemen en processen in de natuur dan reguliere gangbare milieubewegingen. Deep ecology heeft geleid tot een nieuw systeem van milieu ethiek. Het kernprincipe is de bewering dat, net als de mensheid, de leefomgeving als geheel hetzelfde recht heeft op leven en ‘groeien en bloeien’. Deep ecology stelt  fundamentele filosofische vragen over de effecten van het menselijk leven als een onderdeel van de ecosfeer en beoogt het louter utilistische milieubewustzijn te vermijden, dat volgens haar betrekking heeft op verankering van het milieu voor menselijke doeleinden.

Symptomen van een stervende wereld

Alan Watson Featherstone. oprichter van de organisatie treesforlife,  beschrijft de huidige situatie als een ‘stervende wereld’ en somt enkele van de symptomen op, zoals:

  • Extinctie snelheid, de snelheid van uitsterven, voor soorten wordt nu geschat op maximaal 150 per dag.
  • Meer dan de helft van het areaal bomen is in de laatste 10.000 jaar verdwenen.
  • Jaarlijks gaat 11 miljoen hectare bouwland verloren door erosie, verwoestijning, vergiftiging, enzovoort
  • In Costa Rica, Europa, Australië en de VS hebben kikker populaties enorme dalingen ondergaan of zijn volledig verdwenen.
  • 18.000 meren in Zweden zijn stervende of dood door zure regen.
  • 18.000 vierkante kilometer van de Golf van Mexico is een ‘dode zone’ zonder vis, venusschelpen of garnalen, vanwege eutrofiëring door bemesting en mestafvoer van dieren in de rivier de Mississippi.
  • Het mariene ecosysteem van de Zwarte Zee is volledig ingestort, door afvoer van afvalwater en kunstmest, over visserij, toxische vervuiling en de effecten van de geïntroduceerde kwallen (Mnemiopsis leidyi).

Culturele veranderingen voor planetaire overleving

Om het evenwicht te herstellen, moeten we niet alleen menselijke nederzettingen anders plannen en bouwen, maar we moeten ook onze houding ten opzichte van de planeet en alles wat die bevat, veranderen. Een lijst van culturele veranderingen die nodig zijn voor planetaire overleving kan zijn:

  • Een hernieuwd respect voor de aarde, al haar soorten en habitats, erkenning van onze spirituele verbinding met de natuur. (The Great Work van Thomas Berry).
  • Erkenning dat wildernisgebieden essentiële habitats voor andere soorten zijn. Daarom moeten we de noodzaak om al het land en de oceanen van de planeet te gebruiken en / of te beheren naleven.
  • Een toewijding om eenvoudiger te leven en minder van de aarde te eisen, terwijl het tegelijkertijd een hoge levenskwaliteit omvat. (Voluntary Simplicity van Duane Elgin).
  • Overheids-, bedrijfs- en industriebeleid verschuift van een filosofie van onbeperkte economische groei naar een duurzame en herstellende toekomst. (Zie Limits to Growth van Donella H. Meadows, Dennis L. Meadows.)
  • De gezondheid van de bioregio is de verantwoordelijkheid van de bewoners en gemeenschappen. Ecologisch gezonde lokale culturen zullen wereldwijd tot een grotere culturele diversiteit leiden.
  • De wereldveestapel moet substantieel worden verminderd (door verschuiving naar vegetarische of minder-vlees diëten) om ecosysteemherstel mogelijk te maken en leefgebied voor dieren in het wild te bieden. (The Ecologist Magazine, oktober 2008).
  • De menselijke bevolking van de wereld moet worden aangepakt.

Biophilia

De bouwstenen van Biophilia zijn:

  • Probeer de natuur waar mogelijk na te bootsen.
  • Werk vanuit sterke gebieden, waar het ecosysteem het dichtst bij zijn natuurlijke toestand staat.
  • Besteed bijzondere aandacht aan ‘hoofd’-soorten, d.w.z. soorten die de belangrijkste componenten van het ecosysteem zijn en waarvan vele andere soorten afhankelijk zijn.
  • Gebruik pioniersoorten en natuurlijke successie om het herstelproces te vergemakkelijken.
  • Maak opnieuw ecologische niches daar waar ze verloren zijn gegaan. Herstel ecologische koppelingen – verbind de draden opnieuw in het web van het leven.
  • Dominante soorten controleren en / of waar nodig verwijderen.
  • Verwijder of beperk de beperkende factoren, die voorkomen dat herstel op natuurlijke wijze plaatsvindt.
  • Laat de natuur het meeste werk doen.
  • Liefde voor de planeet voedt de levenskracht en de geest van alle wezens en is een belangrijke factor om de aarde te helpen genezen. (Zie A Vision van Wendell Berry).

Good example: Bioremediatie van water

Om water in steden gezond te houden, vooral als ze vervuilde inputs van de lokale stad hebben als riool- en / of stormwater, zullen drijvende ecologische eilanden in vijvers de natuurlijke regeneratieprocessen in de parken van de stad verbeteren. Gunstige bacteriën in het ecologisch eiland vermenigvuldigen zich en de grote watermassa’s regenereren zichzelf. Er kunnen tevens op de oevers habitats van dieren worden gemaakt met behulp van eenvoudige lokale materialen.

Landbouw en voedsel in stedelijke context

Binnen een stad is de afstand dat voedsel heeft afgelegd van boer tot consument meestal hoger dan in een landelijk gebied, omdat het meeste voedsel moet worden geïmporteerd. Het is echter nog steeds mogelijk om de duurzame landbouwbeweging te ondersteunen en uw voedselvoetafdruk in de stad te verlagen. Bijvoorbeeld door:

  • Je eigen eten te laten groeien op je balkon, dak of vensterbank.
  • Een levende groene muur in huis hebben waar planten en groenten / kruiden verticaal kunnen groeien.
  • Je aan te sluiten bij een stedelijke gemeenschapstuin of volkstuinregeling.
  • Een compostbak in uw flat of huis te hebben om uw organisch afval te composteren.
  • Je te abonneren op een ‘groente en fruit abonnement van een lokale CSA,  waarin u elke week een levering van lokaal geteeld biologisch voedsel ontvangt. Deze zijn beschikbaar in veel steden over de hele wereld.
  • Streekproducten op boerenmarkten te kopen. In de meeste steden zijn er boerenmarkten op een wekelijkse of maandelijkse basis waardoor het mogelijk is om boerderijen en tuinderijen te ondersteunen die zich in de buurt van de stad bevinden.
  • Biologisch voedsel te kopen.
  • Je consumptie van vlees en zuivelproducten te verlagen of door geen vlees en/of zuivel meer te eten, zal je voetafdruk drastisch verminderen. De gemiddelde vleeseter geeft bijvoorbeeld 1,5 ton meer CO2 per jaar af dan een veganist, omdat er bijvoorbeeld 7 kg voer nodig is om 1 kg rundvlees te produceren. Een ander interessant aspect om te overwegen is je watervoetafdruk verminderen.

De jongeren

  • Begrijpen de meerwaarde van permacultuur in het ontwerpproces voor duurzaam gebiedsontwikkeling.
  • Verwerven kennis over en ontwikkelen een breed begrip van de biologische voedselproductie.
  • Leren manieren om ruige wilde natuur of natuur met een hoge biodiversiteit te ontwikkelen en te onderhouden.
  • Verkrijgen een grotere waardering voor het ecologisch ontwerp van het hele systeem.
  • Worden geïnspireerd en goed geïnformeerd over de opties voor ecologisch herstel in hun eigen gemeente en bioregio.
► 3.1.1 Voedsel activisme en voedselrecht Ga naar opdracht

Het bewustzijn rond belangrijke voedselproblemen en honger te vergroten.

► 3.1.2 Jeugdtuin Ga naar opdracht

Dit levende laboratorium, of het nu gaat om een plantenbak, een buitentuin of een binnentuin biedt een rijke context voor het ontdekken van wetenschap, voeding, sociale dynamiek, economie, spiritualiteit, leiderschap en management.

Overige activiteiten

Bodemgesteldheid
Een leuke opdracht is de bodemgesteldheid van uw lokale regio te onderzoeken is en wat het beste groeit op deze bodem.

► Vierkantemeterbak
In een ideale situatie zouden studenten de kans mogen krijgen om vroeg in de cursus/opleidingsjaar een klein groenteplot (vierkante meter bak) te maken, zaailingen te planten, gezaaide plantjes en geplante zaailingen te verzorgen en  te oogsten. Het leukste is om dan bijvoorbeeld een salade te maken van de geoogste producten uit de eigen groenteplot en die met elkaar op te eten.

Schoolmoestuin

Afhankelijk van variabelen zoals het weer, de locatie, beschikbare tijd, de ervaring van de student, kunnen de volgende activiteiten worden gedaan:

  • Ontwerp van een kleinschalig voedselproductiesysteem
  • Compost of vloeibare mest maken met behulp van een wormenhotel
  • Inzaaien van peulvruchtenzaad
  • Verzamelen en toepassen van mulch
  • Snoeien van bestaande boomgaarden
  • Ontwerp en aanleg van een kruidentuin
  • Ontwerp en / of bouw van een kippentractor
  • Ontwerp van een rotatievoeder voor paarden
  • Inblikken, wecken en bewaren van een oogst

 

3.1.1 Voedsel activisme en voedselrecht

Activiteiten    1 2

De gemiddelde maaltijd reist 1500 km van de boerderij naar de supermarkt. Voedselrecht probeert ervoor te zorgen dat de voordelen en risico’s van waar, wat en hoe voedsel wordt geteeld, geproduceerd, getransporteerd, gedistribueerd, verkregen en gegeten, eerlijk worden gedeeld. Voedselrecht vertegenwoordigt een transformatie van het huidige voedselsysteem, inclusief maar nietalleenhet elimineren van ongelijkheden en ongelijkheden. Door te streven naar verminderen van deze onrechtvaardigheden in het hele voedselsysteem, is de Voedselrecht-beweging verbonden met gelijkgestemde bewegingen en ondersteunt deze, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, landgebruik, gezondheid, immigratie, arbeidsrechten, economische en gemeenschapsontwikkeling, culturele integriteit en sociale rechtvaardigheid en eerlijkheid.

Het bewustzijn rond de belangrijke voedselproblemen en honger te vergroten.

Een eerlijke en rechtvaardige manier ontwerpen waarop voedsel wordt verbouwd, gedistribueerd en geconsumeerd in de lokale gemeenschap.

Flip over en markers.

  1. Vraag een van de participanten om de notulist van deze activiteit te zijn.
    • Schrijf de antwoorden van de deelnemers op de vraag: “Wat kunnen mensen doen om beter geïnformeerd te zijn over wat er in het voedsel zit dat ze eten?”
    • Neem een stronk broccoli (of een andere groente) en een zak chips en noteer de prijs van beide. Laat deelnemers de broccoli en de chips zien en vraag: welke denk je dat er meer kost? Welke heeft de meeste ingrediënten en is het meest verwerkt? Waarom is die niet duurder? Maak een connectie met het concept subsidies.
    • Mensen krijgen de indruk dat voedsel of goedkoop of gezond is. Denk je dat dit waar is, of is dit een valse tweedeling?
    • Nodig de deelnemers uit om een ​​dagmenu te maken dat zo min mogelijk kost en volkoren granen, fruit en groenten. Facilitators kunnen subgroepen maken en elke verschillende voedselbron (supermarkt, boerenmarkt, discountpunt, enzovoort) toewijzen aan onderzoeks- en bedrijfskosten.
    • Onderzoek zaadbanken of andere organisaties die zaden te redden. Ontdek voor elke organisatie de doelen van hun inspanningen om zaden te redden, met wie ze werken en hoe ze zaden redden. Maak na overleg een zadenbank op de lokatie.
    • Waar halen de meeste mensen in de gemeenschap hun voedsel vandaan? Wat is het dichtstbijzijnde?
    • Worden er biologische en lokale voedingsmiddelen aangeboden in de plaatselijke supermarkt?
    • Zijn er gemeenschapstuinen en boerenmarkten? Hoe zijn ze begonnen?
    • Zijn er CSA’s in de regio? Hoe lang is het daar al?
  2. Organiseer een mini-honger-banket tijdens snacktijd. Laat instructeurs en medewerkers symbolen worden van wereldwijde voedsel- en inkomensverdeling, waarbij het grootste deel van de bemanning alleen rijst ontvangt als snack, enkelen rijst en noten krijgen, en één gelukkige persoon die een luxe sandwich en aardbeien ontvangt. Elke groep vertegenwoordigt een stukje van de wereld: rijsteters zijn lage inkomens, rijst en noteneters zijn middelmatig inkomen, en de sandwich eter is een hoog inkomen. Vraag op het moment dat de snacks worden uitgedeeld en de betekenis van de verschillende groepen wordt toegelicht, de deelnemer om zijn ervaringen en kennis van wereldwijde en lokale honger en behoefte te delen. Het is heel krachtig om de achtergronden en geschiedenis van individuen en hun families te horen, van wie velen grote worstelingen hebben doorstaan die honger omvatten. Door dit in de groep te delen, wordt het sterker, omdat ze nu elkaar iets meer dan vroeger begrijpen.

Jongeren: Wat ontdekten ze over de beschikbaarheid van voedsel?  Hoe past dit in de maatschappij? Hoe kan dit gebruikt worden in de rest van de wereld? Wat was het belangrijkste in deze activiteit gebeurde? Welke zaken missen ze nog?

Stel vragen zoals, welk voedsel willen we hier op school eten? Hoe organiseren we dat? En waarom kiezen we hier voor? Hoe willen jullie dat de aula (eetzaal) er uit gaat zien, wie gaat er voor het eten zorgen, wie gaat de voorbereiding en uitgifte hier op school doen? Wat is de link tussen wat we eten en wat we hier kunnen laten groeien? Welke andere diensten ( als voedsel produceren) biedt een voedseltuin?

Facilitators: Wat heeft u opgemerkt tijdens deze activiteit? Hoe goed hebben deelnemers het gedaan? Begrepen ze de aanwijzingen? Zijn er risico’s of onvoorziene resultaten naar voren gekomen? Wat zou u de volgende keer anders doen?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Alle

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

3.1.2 Jeugdtuin

Activiteiten    1 2

Een tuin kan het brandpunt zijn van vele activiteiten in het duurzaamheidskompas. Facilitators moeten niet wachten, maar een tuinactiviteitenplan implementeren vanaf het begin van de training. Het is aan te raden om aan een tuin te werken gedurende de gehele periode van de training, elke dag een tijdje doorbrengend in de tuin. Een tuin kan een buitenlokaal zijn voor de meeste modules in alle dimensies van het duurzaamheidskompas. Het moet een toonaangevend onderdeel zijn van de site waar veel van de componenten van de cursus in terug te vinden zijn. Het is dan ook belangrijk dat locaties waar het duurzaamheidskompas wordt onderwezen ruimte hebben voor het cultiveren van van een tuin. Kompaslokaties zijn perfecte plaatsen om een ​​gevoel voor de seizoenen te creëren en een plaats voor inspiratie te zijn. Een tuin, als klaslokaal voor buiten, kan een levende context bieden om te leren over de wereld waarin we leven. Het biedt ons een eindeloze verscheidenheid aan systemen om de “de taal van de natuur” te leren door principes van ecologie, onderlinge afhankelijkheid, vertrouwen, diversiteit, cycli, schalen, grenzen, energie, bronnen, successie en duurzaamheid. Een tuinsysteem brengt de natuurlijke wereld naar de vingertoppen van de deelnemers.

Dit levende laboratorium, of het nu gaat om een plantenbak, een buitentuin of een binnentuin biedt een rijke context voor het ontdekken van wetenschap, voeding, sociale dynamiek, economie, spiritualiteit, leiderschap en management.

Deelnemers leren de basisprincipes van voedselproductie en -distributie. Ze zullen de tuin gebruiken om sociale- en systeemdenk vaardigheden te leren.

Flipover. Buitenruimte geschikt voor het planten van voedselgewassen, kruiden en bloemen. Mest, compost, mulch en water. De benodigde tuingereedschappen.

De essentiële onderdelen van een tuinleersysteem:

  • Buitenvergaderruimte
  • Bedden of plantperken voor elke plantengroep
  • Algemeen groeigebied
  • Speciaal projectgebied voor experimenten
  • Composthoop
  • Gereedschapsschuur of opslagruimte
  • Wastafel
  • Broeikas of broeibak
  1. Speel het spel Lokale Voedsel Economie.

DOELSTELLINGEN: Spelers moeten winkelen voor items die nodig zijn voor een spaghetti-diner.
Daarbij moeten ze keuzes maken tussen:

  • Organische versus conventioneel geproduceerde groenten
  • Lokaal geteelde of geïmporteerde producten
  • Ondersteuning van soms duurdere lokale bedrijven versus goedkopere ketens
  • Gemak versus kwaliteit.
  1. Na het voltooien van de eerste ronde van het spel, hebben spelers de kans om de ware kosten te bespreken van het kiezen voor biologische producten (economisch, gezondheid, milieu), de veranderingen in de afgelopen eeuw van voedselproductie en de impact van het ondersteunen of niet ondersteuning van de lokale economie.
  2. Na dit gesprek krijgen deelnemers de mogelijkheid zelf een tuin te creëren met behulp van permacultuurprincipes.
  3. Moedig de deelnemers tijdens de bouw sterk aan om een tuinjournaal bij te houden, aangepast aan zijn of haar mogelijkheden om waarnemingen vast te leggen, gegevens te verzamelen, analyses van zijn of haar ervaring te maken, en verslagen en tekeningen van de tuin te bewaren om achtergrondinformatie te verzamelen voor het ontwikkelen van een thematuin (zie 4 hieronder) en hun plannen te schrijven. Bij het analyseren van tuindata zullen leerlingen wiskundige vaardigheden toepassen. Bij het bestuderen van de effecten van erosie op de bodem zijn er kansen om sociale studies en wetenschap te integreren. De taak van het documenteren van de geschiedenis van dit “buiten het klaslokaal” project kan de kansen bieden om taalkunsten, fotografie, tekenen, geschiedenis, wetenschap enz. enz.  te integreren.
  4. Laat elke groep een thema-tuin kiezen of wijs een thema toe om aan te werken. Zoals:

Historie Tuinen: Gebruik de tuin om geschiedenis tot leven te brengen. Kies een gebied en tijd en onderzoek welke tuinen er toen in die tijd werden gekweekt.

Vlinder tuinen: Gebruik uw tuin om inheemse planten en dieren te onderzoeken. Onderzoek welke vlinders in jouw omgeving leven en van welke planten ze afhankelijk zijn.

Ecosysteem Tuinen: Gebruik je tuin als een voertuig om te onderzoeken hoe je gebied eruitzag voordat gebouwen daar werden geplaatst. Deelnemers kunnen de geschiedenis van het lokale landschap onderzoeken en vervolgens opnieuw creëren hoe het gebied er vroeger uitzag. Probeer waar mogelijk een heidetuin, een bostuin of weidetuin te bouwen.

Erfgoed tuinen: gebruik uw tuin om te leren hoe belangrijk het is om de biodiversiteit te behouden. Probeer vergeten-groenten te verzamelen en te kweken. Kweek zowel wilde als binnenlandse variëteiten.

Voedseltuinen: Gebruik je tuin als een plek om deelnemers te helpen meer te weten te komen over waar hun voedsel vandaan komt. Ze kunnen leren over het maken van voedselkeuzes voor een gezond dieet en het eten van seizoensgebonden voedsel dat lokaal wordt geteeld. Het in kaart brengen van de tuin biedt praktische mogelijkheden om bodemwetenschap en wiskundige vaardigheden te integreren en toe te passen.

  1. Droom groot, maar begin met een haalbaar plan. Overweeg een langetermijnplan te ontwikkelen, waarbij u elk seizoen een paar componenten toevoegt. Je kunt je buitenklas op verschillende manieren organiseren. We raden aan om individuele bedden voor elke subgroep te plannen, te planten, te verzorgen en samen of individueel te oogsten, evenals gemeenschappelijke delen voor de hele groep om te ontwikkelen. Naast het beplanten van gedeelten creëert het integreren van tafels en banken een “gebruikersvriendelijke,” hanteerbare omgeving.

Jongeren: Nabespreken van deze activiteit kan het beste worden gedaan met de hele groep en dient met regelmatige tussenpozen in het schema worden ingebouwd. Wat vinden de jongeren ervan dat ze zelf hun eigen voedsel kunnen laten groeien?  Hoe past dit in de maatschappij? Hoe kan dit gebruikt worden in de rest van de wereld? Wat was het belangrijkste in deze activiteit gebeurde? Welke zaken missen ze nog?

Facilitators: Wat heeft u opgemerkt tijdens deze activiteit? Hoe goed hebben deelnemers het gedaan? Begrepen ze de aanwijzingen? Zijn er risico’s of onvoorziene resultaten naar voren gekomen? Wat zou u de volgende keer anders doen?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 60% 60%
  • Samenleven – Community 70% 70%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video
Skip to toolbar