4.1 Gemeenschapsvorming en participatie

Activiteiten  1 2

Kernbegrippen

  • Diversiteit opbouwen en omarmen
  • Sociale rechtvaardigheid bevorderen
  • Aan de kracht van een gemeenschap bouwen
  • Beginnende gemeenschap of groep: de Essentials
  • Visie, missie en doelstellingen

Introductie

  • Wanneer spreek je van een gemeenschap of van een groep? Is een gemeenschap of groep gekoppeld aan een geografische locatie, bestaande uit iedereen die in een bepaalde buurt woont? Is het gebaseerd op identiteit, zoals iemands professionele identiteit, raciale identiteit of seksuele identiteit? Of is het gebaseerd op waarden? Het lijkt erop dat gemeenschappen op veel plaatsen kunnen voorkomen. Wat belangrijk is, is “hoe” de gemeenschap is of wordt gevormd. Het creëren van een gemeenschap vereist het zien van het geheel, niet alleen van de delen ervan, en het begrijpen hoe ze met elkaar samenhangen.

    Een van de moeilijkste aspecten in groepen is om de behoeften van zowel de individuele leden als van de gehele groep of gemeenschap te respecteren, zonder het belang van een van beide te ontkennen. Het vereist inzicht in de verbanden tussen de levens van mensen en vervolgens zoeken naar uitgebreide oplossingen voor meerdere problemen en complexe veelzijdige problemen. Gemeenschapsvormende activiteiten, zoals samen eten of samen zingen, kunnen daarin het verschil maken!

    Groepen richten zich op het idee van ‘eenheid in verscheidenheid’, dat de groei van sterke individuen combineert met het vermogen om hun unieke gaven te synergiseren, zodat ze samen dromen kunnen realiseren. Om synergie te bereiken (waarbij het resultaat meer is dan de som van de delen), moeten leden van een groep het beste in elkaar naar boven halen. In een groep heeft elk wezen zijn unieke plaats en taak. Net als in de natuur is elk deel van een levend organisme met elkaar verbonden en communiceert het met alle andere delen.

    Door de geschiedenis heen hebben we onze etnische, religieuze en culturele identiteiten gebruikt om ons van anderen te scheiden. Vandaag de dag waarderen we verschillen als schatten van ervaring en wijsheid om uit te putten. Hoewel diversiteit een bron van inspiratie en verrijking is voor elke gemeenschap, is het niet altijd gemakkelijk voor jongeren om dit te omarmen. Wanneer diversiteit wordt gezien als een bedreiging, kan de neiging van jongeren zijn om het te onderdrukken. Racisme, seksisme, homofobie, ideologisch of religieus fundamentalisme, economische uitbuiting, kindermishandeling, ouderlingen en zorgeloze achteloosheid kan ontstaan en bedekt daarmee angsten. Bewustzijn is nodig om onderdrukking en uitsluiting het hoofd te bieden.

    Inherent aan de term ‘gemeenschap’  is een gevoel van de waarde van de kwaliteit van relaties tussen leden. Met de goedkeuring van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind in 1989, werden de rechten erkend als van toepassing op kinderen en jongeren. Hun deelname is gegarandeerd op een breed spectrum in het leven van de gemeenschap. Deze rechten omvatten:

    • Artikel 9: deelnemen aan procedures betreffende de voogdij van het kind.
    • Artikel 12: deelnemen aan de besluitvorming bij “alle aangelegenheden betreffende het kind”.
    • Artikel 13: meningen uiten en informatie verwerven en verstrekken.
    • Artikel 14: standpunten innemen op het gebied van gedachten, geweten en godsdienst.
    • Artikel 15: om met anderen te associëren.
    • Artikel 23: “actieve deelname aan de gemeenschap”, ook voor een kind met een handicap
    • Artikel 30: het recht van minderheden of inheemse kinderen om deel te nemen aan de gemeenschap van hun eigen groep, evenals aan de grotere samenleving.
    • Artikel 31: volledig deelnemen aan het culturele en artistieke leven.

Om de behoeften van zowel de individuele leden als van de gehele groep of gemeenschap inzichtelijk te maken, zonder het belang van een van beide te ontkennen.

Om onderdrukking en uitsluiting het hoofd te bieden.

    • Door gemeenschapsvormende activiteiten
    • Door inzichten in groepsdynamieken te ontwikkelen
    • Door sociale rechtvaardigheid centraal te zetten.
    Verdiepende vragen
    • Hoe zorgt u ervoor dat het jongerenproject een diverse inbreng van mensen en meningen vertegenwoordigt?
    • Hoe kunt u flexibele structuren in het project van jongeren creëren die werken volgens de gemeenschappelijke stappen van groepsontwikkeling?
    • Vindt u het nuttig om het integrale 4-kwadrantenkader toe te passen op de manier waarop u uw proces van uw jongerenproject implementeert en de dynamiek tussen individueel (uw inbreng versus de schoolcultuur) en het collectief onderzoekt?
    • Heeft u jongeren de visie, missie en doelen duidelijk laten definiëren voor hun project – en heeft u de jongeren duidelijk gemaakt hoe ze deze van elkaar kunnen onderscheiden?
    • Heeft u jongeren de ‘Dragon dreaming Methode’ laten gebruiken om een gedeelde visie te creëren?
    • Heeft u jongeren laten brainstormen via de Delphi methode?
    • Staat binnen uw jongerenproject sociale rechtvaardigheid centraal?
Theoretisch kader

 Ken jezelf

In de pronaos van de Tempel van Apollo in Delphi staat geschreven “Ken Uzelf” (γνῶθι σεαυτόν). Dit aforisme is toegeschreven aan vele oude Griekse wijsgeren. Thomas Hobbes gebruikte  de term nosce teipsum die hij vertaalde als ‘lees jezelf’ in zijn beroemde werk, de Leviathan (1651). Hobbes beweert dat in plaats van boeken te bestuderen, men meer leert door zichzelf te bestuderen: met name de gevoelens die onze gedachten beïnvloeden en onze daden motiveren. Hobbes: “maar om ons dat te leren voor de gelijkenis van de gedachten en hartstochten van de ene mens, voor de gedachten en hartstochten van een ander, een ieder die naar zichzelf kijkt en bedenkt wat hij doet wanneer hij denkt, peinst, redeneert, hoopt, vrees, enz., en op welke gronden; hij zal daardoor lezen en weten wat de gedachten en hartstochten zijn van alle andere mannen bij soortgelijke gelegenheden.’

Verschillende wetenschappers hebben theorieën ontwikkeld over jezelf kennen. Volgens wetenschapper Freud is de menselijke geest vergelijkbaar met een ijsberg. De menselijke geest is opgebouwd in 3 bewustzijnsniveaus:

 

  • het bewuste niveau
  • het onderbewuste niveau (verdringing)
  • het onbewuste niveau.

 

Het bewuste deel is 10 % zichtbaar boven het water en het onderbewuste en onbewuste deel behoren tot de 90 % die onder het water bevinden.

Volgens Freud liggen de oorzaken van alle psychische aandoeningen in het persoonlijk verleden, vooral in verdrongen impulsen uit de vroege jeugd. Wetenschapper Jung gaat er vanuit dat mensen daarnaast ook handelen vanuit innerlijke belevingen die op geen enkele manier terug te voeren zijn op de jeugd. Sterker nog: bepaalde drijfveren en beelden komen in alle culturen en alle tijden voor! Uit deze zienswijze zijn de begrippen collectieve onbewuste en archetypen ontstaan. Zo onderscheid Jung:

Ik of ego: de organisatie van het bewustzijn, dat uit waarnemingen, herinneringen, gedachten en gevoelens bestaat. Het Ik selecteert daarbij psychisch materiaal uit de ervaringen waarmee het te maken krijgt.

Het persoonlijk onbewuste: De ervaringen die niet tot het bewustzijn worden toegelaten verdwijnen niet uit de psyche, maar worden opgeslagen.

Complexen: Bepaalde inhouden van het persoonlijk onbewuste kunnen zich verbinden tot complexen.

Het collectief onbewuste: Overgeërfd onbewust psychisch materiaal dat de hele menselijke soort gemeen heeft. De term ‘archetypen ‘ gebruikte Jung om als het ware enkele centrale tendensen in de menselijke psyche, gekoppeld aan het collectieve onbewuste, samen te vatten.

Het “persoonlijk onbewuste” gebied noemt Dr. Rump, oprichter en directeur van het Jungiaans instituut – Rump Academie voor Dieptepsychologie in Nederland, het Gedissocieerd bewustzijn. Rump: “Zolang we het onbewust noemen wordt het nooit bewust, terwijl we ons er wel degelijk (cognitief) bewust van kunnen worden.” Wanneer je jezelf onvoldoende kent, dan is er volgens Dr. Rump sprake van een gedissocieerd bewustzijn. Dit zie je volgens Rump direct terug in gedrag:

  • irritaties naar anderen,
  • afstand houden bij persoonlijke of professionele contacten,
  • zoeken naar goedkeuring,
  • (ver)oordelen,  
  • moeilijk beslissingen kunnen nemen,
  • impulsiviteit,
  • gebrek aan empathie, isolatie, etc.

Innerlijk leiderschap vraagt om inzicht op onbewuste aansturende krachten die je gedragspatronen beïnvloeden. Door jezelf daarin beter te leren kennen en begrijpen, ontstaat de mogelijkheid om

  • je ‘ irritatie-triggers’  positief te beïnvloeden,
  • ‘ vertrouwde’ gedragsvalkuilen daadkrachtig te omzeilen,
  • zinloze verdedigingsmechanismen te elimineren,
  • oude energievretende overlevingsreacties te stoppen,
  • persoonlijke kerncompetenties krachtig in te zetten.

Bron: https://www.eenontmoetingmetjezelf.com/hoe-werkt-het

De reis van de held (SDG 3 en SDG 4)

Joseph Campbell (1904 – 1987) trok zich tijdens de crisisjaren in 1929 terug in een hut in Woodstock, vlakbij New York. In die tijd las hij vele mythen en sagen van over de hele wereld en onderscheidde aan de hand van archetypische figuren en beelden uit welke fasen de reis van de held bestaat.  Dit heeft hij beschreven in zijn boek ‘De held met de duizend gezichten’. De reis van de held bestaat uit twaalf fasen. Het archetypische beeld van “de held” roept bij vele van ons op om het beste in onszelf naar boven te halen, en door de modder, de angst, het falen, de onzekerheid en de vreugde, de vervulling heen te gaan. Het wordt veel gebruikt als middel van storytelling of als een intervisie methode om anders naar een bepaalde situatie te kijken. Meer info: https://www.youtube.com/watch?v=iKVeLGRf4nI

Definitie gemeenschap (SDG 17)

Samenleving, een groep van mensen, bijvoorbeeld: een maatschappelijke groep of bevolkingsgroep, een onderdeel van een samenleving, bestaande uit mensen die een kenmerk gemeen hebben (vaak speelt afkomst hierbij een rol) geloofsgemeenschap. wetenschappelijke gemeenschap.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gemeenschap

Sociale cohesie (SDG 17)

Sociale cohesie duidt op de sociale samenhang in een samenleving, “de mate waarin mensen in hun gedrag en beleving uitdrukking geven aan hun betrokkenheid bij maatschappelijke verbanden in hun persoonlijke leven, als burger in de maatschappij en als lid van de samenleving” (Schnabel, et al, 2008). Sociale cohesie is grofweg op te delen in een drietal componenten (Bolt & Torrance, 2005):

 

  • Sociale participatie (gedragscomponent). Sociale samenhang komt tot stand doordat mensen met elkaar omgaan en deelnemen aan het maatschappelijke leven. Deze gedragscomponent is essentieel voor sociale cohesie.
  • Gedeelde opvattingen (normen en waarden component). Hierbij gaat het om de mate waarin gelijke opvattingen bestaan over normen en waarden. Sociale controle speelt hierbij een rol om de groepsopvattingen in stand te houden. Dit vergt betrokkenheid van de mensen die deel uitmaken van de groep. Zij moeten zich betrokken genoeg voelen om in te grijpen als normen en waarden onder druk komen te staan.

 

  • Identificatie (belevingscomponent). De mate waarin mensen zich identificeren met de groep of gemeenschap is het derde aspect. Het gaat om gevoelens van verbondenheid met anderen en het gevoel deel uit te maken van het collectief. Dit vergroot de betrokkenheid bij en solidariteit met de groep.

Bron: http://www.humanconditioninaction.com/hcia/index.php/waardesystemen-en-werkingsmechamismen/gemeenschapsvorming-en-sociale-cohesie

Definitie gemeenschapsvorming (SDG 17)

Gemeenschapsvorming is een woord met vele betekenissen: inburgering,samenlevingsopbouw, maatschappelijke vorming, actief burgerschap, sociale cohesie, enz.;
activiteiten die de kwaliteit en de samenhang van de (lokale) gemeenschap versterken door
ontmoetingsmogelijkheden te creëren bijvoorbeeld, door samen te werken met andere
(wijk)initiatieven. Vaak met bijzondere aandacht voor moeilijk bereikbare en maatschappelijk
kwetsbare groepen (mensen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond, minder mobiele
mensen, kansarme gezinnen) (www.thuisindestad.be).

Volgens Bouverne-De Bie, De Droogh en Verschelden (2006) is gemeenschapsvorming een gebeuren waarbij individuen, groep en samenleving telkens op elkaar ingrijpen. Het is een proces dat gebeurt.

Bron: Els Vanmol Promotor: Prof. Dr. Maria De Bie, Master in het sociaal werk Begeleider: Sabine Van Houte, Academiejaar: 2008-2009”OCMW en gemeenschapsvorming: een brug te ver?”.

https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/393/062/RUG01-001393062_2010_0001_AC.pdf

Voorbeeld van gemeenschapsvorming buurtcentrum de Meervaart (SDG 16 en SDG 17)

In 2009 werd buurtcentrum de Meevaart vrijgegeven door de gemeente Amsterdam zodat buurtbewoners het naar hun wens kunnen inrichten. Het initiatief  is in het leven geroepen om buurtbewoners een plek te geven waar zij activiteiten kunnen organiseren die bijdragen aan een sterkere buurtcohesie. Daarnaast zijn een aantal ruimtes in het pand ook beschikbaar voor verhuur. De Meevaart wordt beschouwd als een sociaal experiment voor het gebruiken van zulke ruimtes om gemeenschapsvorming te faciliteren in de buurt.

Van ik naar wij (SDG 17)

De mooiste ontwikkelingen in groepen ontstaan doordat groepsleden met andere ogen naar een situatie willen gaan kijken.  In plaats van de focus op zichzelf, naar de focus op de hele groep willen verschuiven. Het perspectief draait dan van ‘ik’ naar ‘wij’. Groepsleden wijzen niet meer naar anderen, of naar de leider of leidinggevende, maar zien dat zij zelf onderdeel uitmaken van de groep en dus medecreator zijn van de ongeschreven regels in de groep. Daarmee wordt slachtoffergedrag ingewisseld voor verantwoordelijkheidsgevoel. Dit nieuwe perspectief wordt ook wel ‘systeemperspectief’ genoemd. Het perspectief draait van ‘oordelen over zichtbaar gedrag’ naar ‘nieuwsgierig zijn naar wat er zich onder de oppervlakte afspeelt’. Groepsleden stellen hun aannames over elkaar uit. Zij zijn zich bewust van hun eigen en andermans emoties, drijfveren, intenties en overtuigingen. Daarmee kunnen zij makkelijker hun eigen overtuigingen bijstellen en zich in andermans schoenen verplaatsen.

De sleutel voor verandering in groepen ligt bij een ander niveau van bewustzijn.

“Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg”. Of, zoals Einstein het prachtig heeft geformuleerd: “We kunnen problemen niet oplossen met het denken dat ze veroorzaakt heeft”.

“Wat werkt bij sociaal en gezond” (SDG 3 en SDG 16)

In het ‘Wat Werkt bij sociaal en gezond’ dossier, samengesteld door Movisie, staat de relatie tussen sociaal en gezond centraal. Er wordt ingezoomd op hoe sociale factoren wel of niet bijdragen aan de gezondheid van mensen. De werelden van preventie, zorg en welzijn beginnen elkaar steeds meer op te zoeken. Om deze beweging te ondersteunen, wordt in dit dossier aandacht besteed aan kennis over de bijdrage van sociale factoren aan gezondheid. Het participatiewiel wordt als uitgangspunt genomen om de relatie tussen sociale factoren en gezondheid weer te geven. In dit model worden de volgende participatiedoelen beschreven: zelfredzaam zijn, anderen ontmoeten, zorgen voor anderen, bijdragen aan de samenleving, uitvoeren van betaald werk en financieel gezond zijn.

http://natuurlijkeennetwerkcoach.nl/wp-content/uploads/2016/11/Wat-werkt-dossier-Sociaal-en-gezond-MOV-11388262-1.0.pdf

Sociale netwerken (SDG 16  en SDG 17)

Sociale wetenschappers tonen aan dat zwakke sociale netwerken leiden tot verlies van veerkracht en herstel van de héle samenleving. In ‘Bowling Alone’ illustreert Robert Putnam (2000) hoe individualisme tot eenzame burgers leidt en de community om zeep helpt. Bekend is dat mensen die goed verbonden zijn met anderen daadwerkelijk gezonder zijn, langer leven en meer bereiken. Sociaal isolement en uitsluiting leiden op hun beurt vrijwel zonder uitzondering tot ernstige klachten. Zowel lichamelijk als psychisch.
Vrienden en kennissen kunnen je in balans houden, helpen je om frisser te denken en geven je het belangrijke gevoel dat je bij hen hoort.

Netwerkcoach (SDG 3)

Investeren in sociale netwerken geeft mensen de kans om het verschil voor elkaar te maken. De organisatie Nfactory heeft een werkmap ontwikkeld: “van ikland naar wijland”, waarmee ze vrijwilligers en ook organisaties opleiden om een netwerkcoach te worden in de eigen omgeving. Ruim 1000 vrijwilligers bieden momenteel op deze wijze netwerkcoaching aan mensen in kwetsbare omstandigheden. Mensen trekken vanuit vrijwillige inzet een tijdje met iemand op. Ze versterken zo de sociale veerkracht en support van mensen in kwetsbare of lastige omstandigheden. De werkmethode is gericht op acht bouwstenen:

    • Kijk anders naar… zorgen voor mensen
    • Breng het netwerk van de cliënt in beeld
    • Stel ergernissen of wensen van de cliënt centraal
    • Werk met de GAST-factor in het netwerk van de cliënt
    • Zie de buurt en talenten als bron
    • Organiseer een supportersbijeenkomst

 

  • Coach liever dan dat je hulp verleent
  • Begin bescheiden en reken op veel

 

Bron: http://natuurlijkeennetwerkcoach.nl/wp-content/uploads/2016/06/Werkmap-Van-ikland-naar-WijlandSociogram

-Nfactory.pdf

Sociale verhoudingen (SDG 3 en SDG 16)

Hoe zijn de sociale verhoudingen in de groep? Het antwoord daarop vind je door het gebruik van sociometrie. Sociometrie is de verzamelnaam voor enkele methoden om de sociale structuur van een groep in kaart te brengen. Dit kan door het uitvoeren van een sociometrisch onderzoek.  De uitkomsten van het onderzoek kun je op twee manieren verwerken:
In een sociogram. Een sociogram is een grafische weergave van onderlinge relaties. Hierdoor kan je zien hoe de sociale verbanden in een groep zijn. Het sociogram kan helpen bij het onderkennen van hiërarchie, de leiders en de groepsleden die sociaal geïsoleerd zijn.
In een sociomatrix. Een sociomatrix is de weergave van het onderzoek in een tabel. Hierdoor kan je zien wie geliefd is, wie minder populair zijn en wie een sterke sociale invloed kan uitoefenen.

https://www.sometics.com/nl/demonstratie

Competing Values Framework (SDG 17)

Het Competing Values Framework is ontwikkeld op basis van onderzoeken naar organisatie-effectiviteit. Quinn en Rohrbaugh ontdekten uit deze studies twee belangrijke dimensies van effectiviteit. De eerste dimensie heeft betrekking op de mate waarin organisaties een interne of externe focus hanteren. De tweede dimensie geeft een beeld van het contrast tussen stabiliteit en controle tegenover flexibiliteit en verandering. Quinn en Rohrbaugh ontwikkelde vier kwadranten waarmee je een organisatiecultuur kunt typeren.

In het model plaatst Quinn als hoofdkenmerk van organisatiegedrag op de y-as ‘flexibiliteit’ bovenaan tegenover ‘beheersing’ onderaan, en op de x-as ‘interne gerichtheid’ links tegenover ‘externe gerichtheid’ rechts. Zo ontstaan vier ‘kwadranten’ die hij – van rechtsonder met de klok mee – compete, control, collaborate en create noemt. Elk van de typerende gedragsvormen vraagt om een bijbehorende stijl van leidinggeven en management: de producent of de bestuurder (compete), de controleur of de coördinator (control), de stimulator of de mentor (collaborate) en de innovator of de bemiddelaar (create). Het model kreeg zijn naam, omdat de vier kwadranten concurrerend zijn. Zo willen organisaties graag flexibel zijn, maar ook stabiel en gecontroleerd. Een organisatie is daarin op zoek naar balans, en is nooit helemaal te plaatsen in een bepaald kwadrant.

Sociale rechtvaardigheid bevorderen (SDG 16)

Alle wezens, mensen, dieren en de natuur, hebben een intrinsieke, gelijke waarde. Diversiteit is een geschenk dat we koesteren en vieren. Elke scheiding in de menselijke gemeenschap, hetzij door klasse, ras, politieke observatie, geslacht of leeftijd, moet worden tegengegaan. De rechten van vrouwen zijn historisch onderdrukt maar worden op sommige plaatsen geleidelijk beter. Een verbetering in de verdeling van welvaart is belangrijk, maar marginalisatie en eenzaamheid kunnen niet alleen worden aangepakt door mensen een inkomen te bieden. Institutionele bescherming van kinderen en ouderen is misschien niet het enige antwoord. Cohousing, vooral voor ouderen, is in Denemarken in groten getale ontstaan ​​en breidt zich uit naar de hele wereld. In Nederland kennen we het knarrenhof concept. Het Knarrenhof concept is bedacht als oplossing voor die mensen die maximaal lang zelfstandig willen zijn, zonder afhankelijk te zijn van familie, vrienden of externe zorg. Wonen in een Knarrenhof-concept biedt de mogelijkheid elkaar te helpen zonder dat u privacy of onafhankelijkheid verliest. Meer info over knarrenhof: https://knarrenhof.nl/

Essentie van groepen (SDG 17)

De belangrijkste menselijke handelingen worden bepaald door het feit deel uit te maken van een groep. Familie, klasgenoten, collega’s, vrienden, buren en gemeenschapsorganisaties zijn enkele groepen waar we deel van uitmaken, zodat we aan onze basisbehoeften kunnen voldoen. Deze groepen zijn niet zomaar een verzameling individuen: ze hebben gemeenschappelijke doelen en doelstellingen, lidmaatschapsregels en een collectieve identiteit die tot op zekere hoogte het gedrag van de individuen bepaalt. Deze kenmerken kunnen onopgemerkt blijven door leden van de groep, zich niet bewust van hun bestaan, maar het betekent niet dat ze niet bestaan: ze beïnvloeden ons op verschillende manieren en hebben een onmiskenbare invloed op ons leven.

Evolutie proces van een groep (SDG 17)

Het kost tijd voor een groep bewust of onbewust is opgebouwd. Vanaf het begin evolueert een groep, doorloopt verschillende fases of groeifases, en in sommige gevallen werkt het werken aan de onvermijdelijke uitdagingen van conflicten volwassenheid op en ontwikkelt zich tot zijn volledige potentieel. In zijn volwassenheid ontdekt een groep zichzelf als een levend organisme, waarbij elk lid een belangrijke en noodzakelijke rol vervult. Het organisme is een complex en divers netwerk van relaties met vertrouwen, waarheid en liefde, als een zuivere uitdrukking van het leven die zichtbaar wordt gemaakt door zijn acties. Kortom, een volwassen groep is een rijke en diverse gemeenschap van leven. De volwassen gemeenschapsgroep waardeert verschil en diversiteit; waardeert de bijdrage van al zijn leden; accepteert spanning en conflict als onderdeel van zijn eigen wezen en manifestatie

Vier ontwikkelstadia van groepen (SDG 17)

Elke groep is uniek en bewandelt zijn eigen pad in het vormen van een groep, deels voorspelbaar, deels onverwacht. Deze 4 hoofdfasen van groepsontwikkeling zijn grondig bestudeerd en beschreven.

  1. Vorming / pseudogemeenschap
    Moeilijkheden veroorzaakt door het gebrek aan ervaring genereren verschillende toestanden van verwachting, angst en enige spanning. Ze zijn gemakkelijk te overwinnen dankzij een algemeen gevoel van opwinding en een sterke wens om met elkaar overweg te kunnen.
  2. Conflict
    Zodra de eerste opwinding begint te vervagen, ontstaan ​​er verschillen en ontstaan ​​conflicten: misverstanden, onvervulde behoeften, machtsstrijd, gebrek aan duidelijkheid in doelen of procedures. Conflicten zijn nodig voor het ontwikkelingsproces van een groep. Het dwingt om elkaar beter te leren kennen. Het helpt om te groeien, individueel en collectief. Het is een  geweldige kans om te leren over wederzijds respect en erkenning, over democratie en onderlinge afhankelijkheid.
  3. Organisatie
    De groep besluit conflicten te leren oplossen, samenhangende beslissingen te nemen die iedereen kan ondersteunen, om samen te werken. Iedereen wordt gezien en gewaardeerd zoals ze zijn. Individuele behoeften en groepsbehoeften zijn beter voor elkaar. Leden zijn zich meer bewust van het hebben van een collectieve identiteit.
  4. Gemeenschap
    Er is samenhang, verbondenheid, harmonie. Interpersoonlijke relaties hebben een levendige emotionele kwaliteit. De productiviteit is hoog. De groep werkt goed in het bereiken van zijn doelen. Leiderschap wordt verspreid onder alle leden

Dit proces is absoluut niet star of statisch. Hoe de groep het proces ervaart, hangt af van de bijzonderheden van de groep. Daarnaast kunnen externe omstandigheden – zoals de komst van nieuwe leden, verandering in de sociale werkelijkheid waar de groep leeft, politieke of economische onzekerheden, enz. – de groep terugbrengen van een stadium van volwassenheid naar een eerdere fase van leren, met hernieuwde spanningen en conflicten.

Opbouwen van vertrouwen (SDG 16 en SDG 17)

Vriendschap, zorgzaamheid en wederzijdse steun zijn de kwaliteiten van menselijke relaties die een gemeenschap of groep met elkaar verbinden. In een sfeer van vertrouwen stromen gemeenschappelijke processen gemakkelijk. Vertrouwen moet worden gecultiveerd. Vertrouwen groeit uit diepe hart-tot-hartcommunicatie. Als we onszelf authentiek laten zien aan andere, met onze zwakheden en sterke punten, als we onze gedachten en ons hart spreken, ontstaat er vanzelf vertrouwen. Daardoor ontstaat een gevoel van groepswelzijn. Vertrouwen groeit ook wanneer de zaken goed werken.

Hartencirkels (SDG 16)

Heart Intelligence is the Art of feeling more JOY in life through the process of accepting who YOU are, as you are, without making yourself wrong.” ~ Christian Pankhurst

In relaties gaat Heart Intelligence onder meer over het vermogen om daadwerkelijk kwetsbaar uit te drukken wat het is wat we willen en nodig hebben. Een techniek die daar bij kan helpen in groepen zijn hartencirkels. In een hartencirkel wordt een open ruimte gecreëerd waarin kan worden gedeeld.  Groepsleden zitten in een cirkel op dezelfde hoogte van elkaar. Tijdens de “open ruimte” neemt (“claimt”) één deelnemer de ruimte (dat kan meerdere malen gebeuren) en de andere deelnemers steunen hem of haar. Zelf ontvangen de andere deelnemers in cirkel de medicijn van het proces waar ze getuige van zijn en dat ze met hun liefdevolle aandacht en respons ondersteunen.

Meer informatie: https://www.hennycramers.com/emotionele-vrijheid/

Building community (SDG 17)

Building community is het proces waarbij een groep zich bewust wordt van haar eigen bestaan ​​als een levende collectieve eenheid – en van de levensgeest die haar ondersteunt. Daarin is het belangrijk om de groepsgeest op te roepen door middel van een gedeelde en duidelijke visie, missie en doelen.

Gedeelde visie (SDG 17)

Drie essentiële componenten van een gedeelde visie:

  • Helder; om misverstanden te voorkomen en toegankelijk te maken voor diegenen die geïnteresseerd zijn om lid te worden van de groep.
  • Eenvoudig;  om ruimte te laten aan individuele vrijheid, zonder dat alles vanaf het allereerste begin is bepaald.
  • Inspirerend; om een ​​bron van permanente motivatie en een gids te worden die ons naar onze bestemming kan oriënteren.

Het is cruciaal dat alle leden van een groep zich verbonden voelen met de visie en dat de groep een manier heeft om dit te controleren. Visioning is een continu proces van het focussen van intentie, dat nooit zal worden voltooid. Een visie moet periodiek worden bekeken en indien nodig worden aangepast.

Onderscheid tussen visie, missie en doelen (SDG 17)

Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen visie, missie en doelen.

  • Visie; is de gedeelde toekomst die een groep samen wilt creëren, het gedeelde beeld van wat mogelijk is. Het wordt vaak uitgedrukt als het “wie”, het “wat” en het “waarom” van de groep en/of onderneming. Idealiter wordt het beschreven in de tegenwoordige tijd, alsof het nu gebeurt.
  • Missie; drukt de visie uit in concrete, fysieke termen. Het is wat de groep fysiek zal gaan doen en ervaren in het gedeelde beeld wat zich manifesteert van datgene wat  mogelijk is.
  • Doelen en doelstellingen; zijn mijlpalen die de groep op korte of middellange termijn wil bereiken. Ze zijn meetbaar; de groep weet wanneer ze het hebben volbracht. De registratie van de statuten van de groep is een duidelijk doel, net als het aanleggen van infrastructuur.

Delphi-methode (SDG 17)

De Delphi-methode is een diepgaande manier van brainstormen. De methode gaat als volgt:

  1. Er wordt een lijst met vragen gemaakt.
  2. Voor een eerste inventarisatie worden vragenlijsten uitgedeeld aan alle deelnemers. De deelnemers vullen de vragenlijsten met de gestelde vragen/ brainstorm anoniem in.
  3. De vragenlijsten worden ingenomen en samengevat.
  4. De samenvatting wordt weer rondgedeeld. Hierop kunnen de deelnemers individueel weer verder brainstormen, of de anoniem ingebrachte ideeën van de andere deelnemers beoordelen.
  5. De stappen 2 en 3 kunnen naar believen herhaald worden.
  6. In een gemeenschappelijke bijeenkomst worden de eindresultaten gepresenteerd.

De Delhpi-methode vermijdt hiermee de nadelen van het klassieke brainstormen, waar de deelnemers die sterk aanwezig zijn en communicatief goed zijn om hun mening te uiten vaak de minder dominante groepsleden ondersneeuwen. of deelnemers hun echte mening niet durven zeggen omdat de leidinggevende ook aanwezig is

De jeugdparticipatieladder (SDG 16 en SDG 17)

Lange tijd was de enige formele positie die een jongere in de samenleving had, die van “de jongere”. Dat is veranderd. Tegenwoordig hebben jonge mensen steeds belangrijkere functies, waaronder die van beleidsmakers, planners, onderzoekers en meer. De volgende jeugdparticipatieladder is gemaakt om jongeren en volwassenen aan te moedigen te onderzoeken waarom en hoe jongeren meedenken en werken overal binnen de gemeenschap. Kijk naar een specifieke activiteit waar jongeren zich mee bezighouden, en meet ze met de volgende tool.

       

Het is belangrijk om te onderkennen dat de jeugdparticipatieladder niet bedoeld is om de hele gemeenschap tegelijk aan te duiden. In plaats daarvan vertegenwoordigt elke trede een specifiek geval van jeugdparticipatie. Dat betekent dat in plaats van te zeggen dat een hele klas op trede 4 zit,  verschillende jongeren zouden kunnen ervaren dat ze zich inderdaad op die trede bevinden, terwijl anderen ervaren dat ze op trede 6 zijn.

Lange tijd was de vaststelling op welke trede een jongere zich bevond onderhevig aan perceptie en positie: als een volwassene geloofde dat de jongere in hun commissie zich op op trede 6 bevond en de jongere vonden dat ze op 8 waren, ze simpelweg alleen besloten dat ze het met elkaar oneens waren. De onderstaande rubric kan helpen om een duidelijkere uitleg te geven over hoe jeugdparticipatie eruit kan zien.

Jongeren

  • Hebben inzichten ontwikkeld in sociale rechtvaardigheidskwesties in de gemeenschap.
  • Beschikken over een raamwerk voor het analyseren van groepsontwikkeling.
  • Verkrijgen een basisbegrip van hoe groepen worden gevormd.
  • Leren hoe belangrijk het is om diversiteit binnen groepen te waarderen.
  • Maken kennis met de fundamentele structurele componenten van de gemeenschap.
4.1.1 De stem van de jeugd Ga naar opdracht

Deelnemers van alle leeftijden leren beslissingen te nemen en jongeren zijn bevoegd om actie te ondernemen.

4.1.2 Verschillen

Creëer een groep van maximaal zes personen. Maak een lijst van manieren waarop de deelnemers in het groepje van elkaar verschillen. Probeer voorbeelden van extreme verschillen te vinden en bespreek hoe iedereen over deze verschillen denkt. Kun je van elkaar de verschillen  accepteren?

4.1.3 Groepen

In tweetallen worden de volgende vragen aan elkaar gesteld. Van welke groepen ben je lid? Wat weet je van hun achtergrond. Hoe zijn deze groepen ontstaan? Welke  tradities en gebruiken kennen deze groepen? Wat komt jou en de groep aan jou ten goede?

4.1.4 Levend wezen

Probeer je team (groepje) eens te zien als levend wezen: Een bestaand dier of een fantasiewezen, dat leeft, ademt en eet. Hoe ziet het eruit? Heeft het een geur? Hoe beweegt het? Beeld je eens in in welke leefomgeving dit wezen leeft. Wat heeft dit wezen nodig om te overleven? Neem individueel 10 minuten de tijd om voor jezelf een tekening te maken op grote vellen papier. Maak het zo levendig en concreet als mogelijk. Hang al die tekeningen op een wand bij elkaar en vertel elkaar wat je getekend hebt en waarom. Laat dit het startpunt zijn van een mooie dialoog. Welke overeenkomsten zien jullie bijvoorbeeld? Wat valt jullie op als jullie de tekeningen zo naast elkaar zien hangen? Welke belangrijkste behoeften zouden deze wezens hebben? En wat leert ons dat over ons team? Vergeet niet om de inzichten uit deze oefening om te zetten naar concrete vervolgstappen!  Bron: http://teamtrots.nl/praktische-oefeningen-om-je-team-door-de-bril-van-een-astronaut-te-bekijken/

4.1.5 Groepsdiscussie

Wat kan een groep, een organisatie, een intentionele of lokale gemeenschap doen om de volwassenheidsfase te bereiken te worden die echt duurzaam is? Wat zijn de stappen in het opbouwen van een groep, en van een gemeenschap?

4.1.7 Groepsontwikkeling

Verdeel de groep in kleinere groepen van drie of vier personen. Ieder groepslid bedenkt voor zichzelf een groep waarmee hij of zij bekend mee is en beschrijft aan de andere groepsleden wat voor soort groep het is en  in welk stadium van groepsontwikkeling de groep zich bevindt.

4.1.1 De stem van de jeugd

Activiteiten    1 2

Het maken van gezamenlijke spelregels of de vormgeving en sfeer van de lokalen aan jongeren uitbesteden kan een goed uitgangspunt voor hen zijn om zich meer betrokken te voelen bij hun werk/studieomgeving. vergaderen en beslissingen nemen zijn echter alleen nuttige participatie oefeningen als ze echte beslissingen mogen nemen. Door jongeren geïnitieerde projecten, onderzoek, zelfredzaamheid, vertegenwoordiging of co-management met volwassenen in organisaties en instellingen zijn zeer sterke leerzame ervaringen voor jongeren.

Manieren laten zien waarop jongeren kunnen deelnemen aan de besluitvorming met volwassenen.

Deelnemers van alle leeftijden leren beslissingen te nemen en jongeren zijn bevoegd om actie te ondernemen.

Flip-over, hand-out of posterweergave vande  participatiespiraal en participatieladder

Stappen:

 

 

  1. Het startpunt van de activiteit zouden gesprekken en opinieonderzoek kunnen zijn over de diverse zaken die door volwassenen worden georganiseerd. Plannen, implementeren, beheren, monitoren en evalueren van projecten zijn een geweldige manier van participeren.
  2. Laat de jongeren hun mening geven over projecten die op school worden gepland. Initiatieven om een krant, radioprogramma of website op internet te maken, speciale interessante clubs, talentenjachten, economische of ecologische campagnes te organiseren, zijn belangrijke bijdragen aan een democratisch schoolleven.
  3. Lokale NGO’s, organisaties voor maatschappelijke dienstverlening, straat programma’s, festivals, internet en nieuwe media platforms bieden verschillende mogelijkheden om jongeren bij te betrekken.
  4. Jongeren die in armoede leven of leven in een instelling missen vaak zelfs de minimaalste vorm van participatie. Wellicht kan uw school ook hen betrekken.
  5. Voor deze activiteit is een veilige omgeving noodzakelijk. Alleen als jongeren gehoord worden over alle processen die hen aangaan kunnen hun belangen werkelijk gerespecteerd worden.

Evaluatie van deze activiteit kan het best aan het begin van elke dag met de hele groep worden gedaan om iedereen het proces op een transparante wijze te laten ervaren. Wie beslist welke vorm van participatie geschikt is voor jongeren op verschillende niveaus van volwassenheid? Hoe wordt zo’n beslissing genomen?

Vraag de leerlingen wat ze in deze discussies hebben meegemaakt. Hoe voelde het dat ze hier aan mochten meedoen? Hadden ze ergens hulp bij nodig? Wat ontdekten ze over het deelnemen aan de besluitvorming?

Wat denk je als docent dat we onze jongeren mee kunnen laten doen in de organisatie zonder ze bloot te stellen aan de manipulatie van volwassenen?

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Alle

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video
Skip to toolbar