In onze visie is duurzaam onderwijs:

  • Onderwijs waarin geen talent verloren gaat; onderwijs werkt voor elke leerling, ongeacht haar achtergrond;
  • Energie-voor-leren hernieuwd wordt: de energie van leerkrachten en studenten wordt maximaal omgezet in leren en ontwikkeling, wat nieuwe energie voor leren oplevert;
  • Cruciale competenties duurzaam worden verworven: leerlingen ontwikkelen de competenties die cruciaal zijn voor hun toekomstige leven, en voor de toekomst van de planeet.

Onze motivatie

We leven in een steeds sneller veranderende maatschappij. Het onderwijs mag daarin mee veranderen. Het onderwijs van de toekomst bepaalt hoe de wereld van morgen eruit ziet. Nu investeren in de transformatie naar duurzaam onderwijs betekent werken aan een hoopvolle toekomst voor jongeren. Een toekomst die we willen voor onze kinderen, en de kinderen van onze kinderen, en alle generaties daarna.

De toekomst die we willen is:

  • Een veerkrachtige toekomst binnen planetaire grenzen, waar iedereen mee doet.
  • Een wereld van veilig en voedzaam eten; van schoon drinkwater; van universele toegang tot duurzaamheidseducatie; van fysiek, mentaal en sociaal welzijn.
  • Een wereld die efficiënter en effectiever omgaat met energie en materialen, die de welvaart eerlijk verdeelt en ernaar streeft afval te elimineren.
  • Een wereld van universeel respect voor mensenrechten en menselijke waardigheid; van rechtvaardigheid en gelijkheid; van respect voor ras en etniciteit; en van gelijke kansen die de volledige realisatie van menselijk potentieel mogelijk maken en tegelijkertijd gedeelde welvaart bevorderen.

Onze zorgen over onderwijs

  1. Plek van duurzaamheidseducatie binnen het huidige onderwijs
  • We zien een gebrek aan kwalitatief goed duurzaamheidseducatie wat schoolbreed wordt gedragen, passend is bij het profiel van de school, aansluit bij de samenwerkende partners in de direct omgeving van de school, en wat door het hele docententeam kan worden gedragen en onderwezen.
  1. Energie-voor-leren ‘lekt’ weg; veel docenten en leerlingen zijn ‘moe of depri’
  • 1 op de 5 docenten heeft burnout klachten.
  • In 2016 zegt bijna 4 procent van de jongeren van 12 – 18 jaar voor minstens zes maanden in het afgelopen jaar een depressie te hebben gehad (CBS, 2017).

Het is natuurlijk niet te zeggen dat het schoolsysteem docenten en leerlingen moe en depri maken; wel is het moe zijn en depri zijn een reflectie van hoe de maatschappij wordt ervaren.

  1.  Competenties verworven in het onderwijs zijn niet altijd duurzaam;
  • Naar schatting 65% van de basisschoolleerlingen van vandaag zullen later gaan werken in beroepen die nu nog niet bestaan.
  • Tegelijkertijd leiden we nu duizenden leerlingen op voor banen die in de nabije toekomst zullen verdwijnen door automatisering
  1. Talenten gaan verloren; onderwijs werkt niet voor iedere leerling.
  • 16.000 leerlingen zitten thuis en nemen niet deel aan school. Daarvan heeft een deel van deze groep (ongeveer 50%) geen alternatief voor onderwijs.
  • Ongeveer 25.000 jongeren per jaar verlaat voortijdig hun school.
  • Er zijn nu ruim 185.000 jongeren start-onbekwaam, 20% van de start-onbekwame jongeren zijn werkloos.

 

We hebben een hele andere visie nodig voor toekomstbestendig onderwijs; onderwijs wat ingaat op de snel veranderende maatschappij. Onderwijs wat uitgaat van een leven lang leren. Onderwijs wat kan bijdragen aan een gelukkig en zinvol leven voor iedereen.

Met goed en duurzaam onderwijs willen we een basis mee kunnen geven aan jongeren waarin ze in contact worden gebracht met hun eigen drijfveren, passie en talenten en waarin ze tevens manieren hebben geleerd om vanuit passie en vanuit hun talenten invulling te geven aan hun leven, zodat dit kan bijdrage aan een gezond en gelukkig welzijn voor zichzelf en hun omgeving. We zien begeleiding vanuit het onderwijs daarin als essentieel. Om dit te bereiken willen we inspiratie geven aan scholen, organisaties en jongeren begeleiders hoe vanuit plezier en vanuit vernieuwende methodieken duurzaamheidseducatie schoolbreed kan worden ingezet en schoolbreed kan worden gedragen. En zo gewerkt kan worden aan duurzame empowerment van jongeren en een basis voor een duurzame toekomst voor iedereen.

Hoe kan het duurzaamheidskompas de transformatie naar duurzaam onderwijs ondersteunen?

Motiverend en stimulerend onderwijs

Waar wij graag samen met u aan werken is aan onderwijs wat energie geeft. Waar iedereen, zowel u als begeleider, het schoolteam als ook de leerlingen, blij van worden. Dat is het onderwijs dat we graag, samen met u, zouden willen ontwikkelen. Dat kunnen we echter niet alleen. Dat doen we met elkaar! Wat wij kunnen bieden is een samenhangend theoretisch kader, ontwikkeld door trainers en docenten over de hele wereld, met daarin verwerkt de ‘best practices’ op het gebied van duurzaamheid en duurzame ontwikkeling. Wat we van u vragen is de moed om aan de slag te gaan met duurzaamheid binnen uw organisatie. Een experimenterende inzet. En een innoverende geest. Dit samen kan zorgen voor motiverend en inspirerend onderwijs, wat werkt aan een duurzame toekomst voor iedereen! De basis van het theoretisch kader is het 4D framewerk, ontwikkeld door GEESE, en doorontwikkeld door GAIA Education. Dit theoretisch kader is erkend door UNESCO in het kader van ‘Education for Sustainable Development’. Het framewerk bestaat uit vier dimensies en 20 deelthema’s. Het framewerk is vanuit het Engels naar het Nederlands vertaald. We hebben gekozen om korte Nederlandse titels te gebruiken om de deelthema’s aan te geven. Een overzicht van de vier dimensies en 20 deelthema;s vindt u in de schematische voorstelling van het duuurzaamheidskompas.

Integraal onderwijs

Onze ervaring is dat om duurzaam een verandering te bewerkstelligen, het nodig is om een integrale aanpak te gebruiken waarin aandacht is voor zowel innerlijke intenties, de (school) cultuur, het (school) curriculum en hoe daar mee wordt omgegaan, en de sociale impact van de school of organisatie op z’n omgeving. We moedigen trainers, docenten en teamleiders aan om als een acupunctuurnaald in hun organisatie aanwezig te zijn en integraal te werken om duurzame veranderingen in het onderwijs te helpen verwezenlijken. Het schoolontwikkelings model, ontwikkeld door Lernkulturzeit Akademie, geeft handvaten voor een integrale aanpak. In train de trainer workshops en cursussen, die stichting GAIA Nederland op maat maakt voor organisaties, werken we aan inzichten gebaseerd op dit model. Deze inzichten kunnen helpen keuzes te maken hoe het duurzaamheidskompas kan worden ingezet.

Schoolontwikkelingstool

Aansluiten bij de huidige ontwikkeling van de jongeren, de begeleiders en de (school) organisatie

Aansluiting bij leerlingen

Zoals Barrett C. Brown in zijn publicaties rond communiceren over duurzaamheid beschrijft is de kunst om jongeren werkelijk te bereiken binnen de communicatie over duurzaamheid door ze echt te eren waar ze zijn, zonder te proberen ze te veranderen. Daarbij is het belangrijk om zorgvuldig over duurzaamheid te communiceren op een manier die resoneert met het wereldbeeld van jongeren en hun diepste waarden en motivaties. De duurzaamheidskompas geeft diverse voorbeelden van activiteiten die u met jongeren kunt doen. Deze activiteiten zijn over de hele wereld door diverse organisaties en scholen uitgevoerd, geëvalueerd en daar waar nodig verbeterd. We kunnen daarom stellen dat we verwachten dat de activiteiten uit het duurzaamheidskompas aansluiten bij de belevingswereld van jongeren waar u mee werkt.

Aansluiting met begeleiders en de (school) organisatie

De rol van een begeleider is erg belangrijk bij de uitvoering van de opdrachten. Het is verstandig dat begeleiders hun eigen waarden en normen onderzoeken en dit vergelijken met de normen en waarden van de (school) cultuur en hoe deze waarden en normen zijn vertaald naar het curriculum. Het kan soms voorkomen dat er verschillen zijn tussen de normen en waarden van de organisatie /de school  en de normen en waarden van een begeleider. Belangrijk is om dit bespreekbaar en inzichtelijk te maken, en toe te werken naar een manier van aanpak waar iedereen achter kan staan. Soms is dat niet zo makkelijk, bijvoorbeeld als de verschillen erg groot zijn. In dit geval is het een terechte vraag of je als begeleider dan wel op de juiste plek werkzaam bent, of dat je het als begeleider als uitdaging kunt zien om om te gaan met de grote verschillen

 

Schoolontwikkelings tool

Met de test die ontwikkeld is door de Lernkulturzeit Akademie kun je in kaart brengen waar je zelf als begeleider staat op het gebied van de ontwikkeling naar duurzaam onderwijs, en waar de school zelf staat binnen deze ontwikkeling. De Lernkulturzeit Akademie gebruikt als basis voor deze test de theorie van Spiral Dynamics, ontwikkeld door Graves en door Don Edward Beck. De test is op te vragen bij  stichting GAIA Nederland of de Lernkulturzeit Akademie. De Lernkulturzeit Akademie verzorgt tevens trainingen en workshops hierover.

Vier ontwikkelingsfases op weg naar duurzaam onderwijs

Naar aanleiding van de test hebben wij gekozen om met vier ontwikkelingsfases te werken op de weg naar duurzaam onderwijs, bij het samenstellen van de inhoud van het duurzaamheidskompas. We geven bij het theoretisch kader en de activiteiten aan welke theorie en welke activiteiten binnen welke ontwikkelingsfase het best passen, door een pijltje in de  kleur van de ontwikkelingsfase voor een activiteit of theorie voor de titel te plaatsen. Bijvoorbeeld:

 Duurzame waterzuiveringssystemen

Dit impliceert dat als de organisatie/school waar je voor werkt aan het begin van de ontwikkeling staat in de transformatie naar duurzamer onderwijs, een gedeelte van de theorie en activiteiten minder geschikt zullen zijn om te gebruiken.

De vier school ontwikkelfases die wij onderscheiden zijn:

  1.  Blauwe organisaties: De focus van deze organisaties ligt op het handhaven van orde en het behouden van de organisatie en de structuur binnen de organisatie, zoals het altijd al is geweest.
  2.  Oranje organisaties: De focus van deze organisaties ligt naast handhaven van orde ook op talentontwikkeling van leerlingen en docenten. Daarnaast willen deze scholen vaak ook succesvol naar buiten treden en streven ze bepaalde ambities na. Zoals Topsport talentscholen, Technasium, cultuurprofielschool, de begaafdenprofielschool, het entreprenasium, de TOM-school, etc.
  3.  Groene organisaties: De focus van deze organisaties ligt naast orde handhaven, nastreven van ambities, talentontwikkeling en profilering van de school, ook op gemeenschapsvorming. Deze scholen streven vooral naar een meer ‘WIJ’ cultuur op school. Zoals bijvoorbeeld het gebruik van leergemeenschappen en gemeenschapsvormende activiteiten. Een voorbeeld daarvan is de Allemanschule in Duitsland, die zichzelf ook gemeenschapsschool noemt.
  4.  Gele organisaties: De focus van deze scholen ligt naast orde, talentontwikkeling en gemeenschapsvorming, ook op een synergetische en holistische benadering van de hele organisatie. Inclusief de fysieke organisatie; de gebouwen en hoe het gebouw van de organisatie zich op natuurlijke en organische wijze voegt met de natuurlijke omgeving. Voorbeelden hiervan zijn GAIA scholen, sommige Forest schools en sommige democratische scholen.

Uiteraard staat het vrij om gebruik te maken van alle theorie en alle activiteiten, ook als het niet passend is bij de ontwikkelingsfase van uw organisatie. Het is slechts een hulpmiddel om te indiceren.

Breed toepasbare bouwstenen voor duurzaamheidseducatie

die aan te passen zijn aan ieder gewenst schoolprofiel en die schoolbreed gedragen kunnen worden door het hele team, passend bij de samenwerkende partners in de directe omgeving van de school en die mee kunnen veranderen met de toekomst.

Het duurzaamheidskompas is opgebouwd uit losse bouwstenen waarmee u:

  1. Een eigen les of lessenserie kunt ontwerpen
  2. Samen met uw collega’s een duurzaam curriculum voor uw leergebied kunt ontwerpen.
  3. Samen met uw collega’s en het managementteam van uw school kunt werken aan een schoolbreed duurzaamheidsprofiel, waarin duurzaamheidseducatie een vaste plek heeft.
De bouwstenen zijn onder te verdelen in de volgende componenten:
  1. Introductie: korte beschrijving van het thema
  2. Waarom: relevantie van het thema. Waarom zou je als docent of school aan dit thema aandacht willen besteden? Past dit bij je vak,? Past dit bij jou als mens? En past dit bij de schoolcultuur en het schoolprofiel?
  3. Hoe: de manier waarop je als docent of school kunt werken aan dit thema. Verdiepende vragen kunnen helpen om duidelijk te krijgen wat je daarin als docent of school wel en wat je niet wilt opnemen in je les, curriculum of schoolprofiel.
  4. Wat: wat kun je doen aan theorie en activiteiten? Onder te verdelen in de volgende onderdelen:

 

  • theoretisch kader
  • leerdoelen
  • activiteiten; waarvan een aantal stap voor stap zijn uitgewerkt
  • bronnen
  • kernbegrippen
  • relevante afbeeldingen die u kunt gebruiken

 

Stichting GAIA Nederland verzorgt Train de Trainer cursussen en workshops en een EDE training om de duurzaamheidskompas toe te lichten en om er mee te leren werken en ontwerpen. Voor meer informatie: www.gaia-nederland.nl. Of mail naar info@gaia-nederland.nl, ter attentie van Henk Petter of Monica Petter.

Head, Hands, Hart & Living together

Voor ongeveer veertig opdrachten in het duurzaamheidskompas zijn docentenhandleidingen geschreven, waarin ook een grafiek is opgenomen die inzicht geeft in welke mate de opdracht past binnen de executieve vaardigheden die we onder hebben verdeeld in vier categorieën; hoofd, hart, handen en living together. We gebruiken hiervoor een schaal van 0 tot 100%.

Nieuw curriculum en negen leergebieden

Afgelopen periode hebben 125 leraren, 18 schoolleiders en ruim 80 ontwikkelscholen zich over de vraag gebogen wat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs moeten kennen en kunnen. Voor negen leergebieden: Digitale geletterdheid, Engels/ moderne vreemde talen, Nederlands, Rekenen/ wiskunde, Burgerschap, Bewegen & Sport, Kunst & Cultuur, Mens & Natuur en Mens & Maatschappij. Hiermee ontwerpen ze bouwstenen voor een nieuw curriculum. De ontwikkelde bouwstenen worden dit jaar aan het ministerie van Onderwijs aangeboden. De bedoeling is dat met deze bouwstenen vervolgens geactualiseerde kerndoelen en eindtermen worden ontworpen, nadat de Tweede Kamer hierover heeft besloten.

Waarom een nieuw curriculum?

Het is inmiddels alweer 12 jaar geleden dat de landelijke kerndoelen en eindtermen voor het primair en voortgezet onderwijs in de wet zijn herzien. De maatschappij verandert snel en deze veranderingen in de samenleving vragen om een herziening van het curriculum. Niet alleen op punten maar landelijk en in samenhang met elkaar.  Dit nieuwe curriculum kan die bagage meegeven die leerlingen (jongeren) nodig hebben voor hun toekomst. En kan scholen voldoende ruimte gaan bieden om, naast dat vaste deel van het curriculum, zelf het programma in te vullen, aansluitend op hun visie, leerlingen en omgeving. CNV Onderwijs, de Algemene Onderwijsbond (Aob), FvOv, PO-raad, VO-raad, AVS, LAKS en Ouders & Onderwijs organiseren het proces waarin teams van leraren en schoolleiders samen bouwstenen ontwikkelen als basis voor de herziening van kerndoelen en eindtermen. Er wordt nagedacht over: “Wat willen we behouden, wat moeten we toevoegen en wat laten we los? Hoe houden we ruimte voor scholen om zelf het programma in te vullen, aansluitend op hun visie, leerlingen en omgeving”?

De curriculumherziening biedt daarbij kansen om:

  • Samenhang in het onderwijs te bevorderen.
  • Overladenheid in het onderwijsprogramma terug te dringen.
  • Duidelijkheid te bieden aan scholen
  • Een betere balans te brengen in de hoofddoelen van het onderwijs
  • Te zorgen voor doorlopende leerlijnen

Dit filmpje legt uit waarom er gewerkt wordt aan een nieuw curriculum. https://www.youtube.com/watch?time_continue=23&v=ajbtUzzgtKo

Voor ongeveer veertig opdrachten in het duurzaamheidskompas zijn docentenhandleidingen geschreven, waarin ook een grafiek is opgenomen die inzicht geeft in welke mate de opdracht past binnen een leergebied. We gebruiken hiervoor een schaal van 0 tot 15. Nul betekent totaal geen aansluiting, 15 betekent maximale aansluiting met het leergebied. (implementatie 1e week van April)

Connectie met SDG 17 doelen

Tussen 25 en 27 september 2015 vond er in het hoofdkwartier van de VN in New York de Duurzame Ontwikkelings Top plaats. Alle staatshoofden, overheids- en top vertegenwoordigers kwamen samen en schreven een voorstel voor nieuwe  Duurzame Ontwikkelingsdoelen die tegen 2030 bereikt moeten worden. De Verenigde Naties beschrijven in hun voorstel voor een nieuwe mondiale agenda zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen of met andere woorden ‘Sustainable Development Goals’. Met de hulp van deze doelen willen ze samenwerken om de wereld tot een betere plek te maken in 2030. Het eerste en meest belangrijkste doel is het beëindigen van extreme armoede; volgens de VN ‘de grootste uitdaging van deze tijd’. Verder zijn er doelen over gezondheid, onderwijs en schoon drinkwater, duurzame energie, minder ongelijkheid en het aanpakken van klimaatverandering. De zeventien duurzame doelen zijn een belangrijke pijler in het nieuwe curriculum wat door curriculum.nu wordt ontwikkeld. In een tussenproduct wordt beschreven waarom duurzaamheid een van de vier pijlers is binnen het leergebied mens en natuur.

‘Pijler 2: Duurzaamheid

Waarom is dit een pijler? Leerlingen zien de wereld om zich heen veranderen. Ze kunnen en willen een bijdrage leveren om de wereld leefbaar te houden. Het wereldwijde duurzaamheidsvraagstuk vraagt dringend om antwoorden. De mens is niet alleen afhankelijk van de aarde en zijn (bio)diversiteit, maar is hij er ook onderdeel van en verantwoordelijk voor. De kennis over onder andere natuurlijke grondstoffen, materialen, klimaat, kringlopen en energie is essentieel om ook op lange termijn te kunnen overleven op aarde. Leerlingen kunnen deze kennis gebruiken om bewuste keuzes te maken om wel of niet duurzaam te handelen. Hierbij leren zij ook om vanuit hun waarden en normen te redeneren en om waardeoordelen over duurzaamheidsoplossingen te geven.’

Bron: https://curriculum.nu/wp-content/uploads/2019/01/Vierde-tussenproduct-Mens-en-Natuur.pdf

Duurzaamheid is als pijler terug te vinden in de zeven grote opdrachten die zijn vastgesteld en ontwikkeld. De grote opdrachten zijn; Signalen en informatie, Wisselwerking en Energie, Kringlopen en Transport, (Bio)diversiteit en overleven, Natuurlijke grondstoffen en materialen, Aarde en Klimaat,  Heelal en Tijd.

Voor ongeveer veertig opdrachten in het duurzaamheidskompas zijn docentenhandleidingen geschreven, waarin ook een grafiek is opgenomen die inzicht geeft in welke mate de opdracht past binnen een duurzame doel. We gebruiken hiervoor een schaal van 0 tot 15. Nul betekent totaal geen aansluiting, 15 betekent maximale aansluiting met een duurzaam doel uit de zeventien duurzame doelen opgesteld door de VN.

Groeidocument

Het duurzaamheidskompas is een groeidocument; het verandert mee met de veranderingen in de maatschappij en het breidt zich daarom ook langzaam uit. Mocht u suggesties hebben voor de duurzaamheidskompas, dan kunt u dit aangeven bij stichting GAIA Nederland. Stichting GAIA Nederland verzorgt Train de Trainer cursussen en workshops en een EDE training om de duurzaamheidskompas toe te lichten en er mee te leren werken en ontwerpen. Voor meer informatie: www.gaia-nederland.nl. Of mail naar info@gaia-nederland.nl, ter attentie van Henk Petter of Monica Petter.

Play Video
Skip to toolbar